The Pie Room van Calum Franklin

The Pie Room

Waar wij in Nederland onze meesterbakkers voornamelijk kennen van zoete, tongstrelende patisserie,  in Engeland heeft men speciale pasteibakkers. Want pies (spreek uit: paais) zijn hét ultieme volksvoedsel bij onze westerburen. Vaak komen we in Nederland niet verder dan een hartige taart met prei, ui en kaas, maar in het Verenigd Koninkrijk weten ze zo’n beetje alles wat eetbaar is te verstoppen in een korst- of bladerdeegje. Worst, rundvlees, garnalen, niertjes, kalkoen, het kan zo gek niet zijn of men weet er een pastei van te maken. Meestal weten ze die dan ook nog artistiek te versieren, waardoor er niet alleen tongstrelende, maar tevens oogstrelende kunstwerkjes ontstaan.

Calum Franklin is zo’n creatieve pasteibakker en meteen ook eentje van de bovenste plank. Of zoals Jamie Oliver op de cover van het boek The Pie Room stelt: “Calum is the Pie King”. In de gelijknamige bakkerij, gevestigd in hartje Londen, bakt deze Koning der Pasteien de meest fantastische creaties met deeg. Het doet de harten van veel Britten sneller kloppen om in deze karakteristiek ingerichte winkel annex brasserie iets van Franklins iconische creaties te kunnen kopen dan wel te consumeren. De befaamde beef Wellington, een pastei met kip, champignons en dragon of de Tatin met rode ui, wortel en hazelnoot: stuk voor stuk vechten deze gerechten hier om de gunsten van de klant. 

“The Pie Room van Calum Franklin” verder lezen

Joie de Vivre een ode aan de Franse keuken

Joie de Vivre een ode aan de Franse keuken

Drie hartsvriendinnen en een eeuwenoud Frans landhuis, de perfecte match om samen een relaxte tijd door te brengen. Aldaar dromerig uitkijken over de heuvels, uitgebreid reflecteren met elkaar en rust en ruimte vinden. De schoonheid van het Franse land bewonderen, om aan het eind van elke dag af te sluiten met het gezamenlijk bereiden van de heerlijkste gerechten, die uiteraard vergezeld worden van de nodige glaasjes wijn. Welke vrouw droomt daar nu niet van? 

Sacha de Boer (ex-nieuwslezeres en fotografe), Janine Smits (styliste) en Babs Assink (verslaggever) hebben het voorrecht deze droom enkele malen per jaar te mogen beleven. Op verschillende plaatsen in binnen- en buitenland delen ze met elkaar de liefde voor schoonheid, geschiedenis en eten en drinken. Hun meest favoriete plek is toch wel “Les Trois Marronniers”, het robuuste, doorleefde huis middenin de Bourgogne. Op de zolder daarvan ontdekt Janine een bijzonder kookboek uit 1873 met de titel “La cuisinière de la campagne et de la ville, ou la novelle cuisine économique”.

“Joie de Vivre een ode aan de Franse keuken” verder lezen

Bier in de keuken van Melissa Cole

Bier in de keuken

Bier is anno 2019 uitermate hip. Zo hip dat bier zelfs het obligate glaasje wijn van zijn voetstuk aan het stoten is. Want ook bij luxere gerechten wordt tegenwoordig steeds vaker gekozen voor beer-pairing. En ik geloof erin, ben er zelfs min of meer van overtuigd dat er goddelijke combinaties te bedenken zijn met het moderne gerstenat.

Er denkt toch zeker niemand meer aan het doodgewone pils, als we het over bier hebben? Nee, natuurlijk niet. Gelukkig. Elk weldenkend mens denkt bij bier aan de zgn. speciaalbieren. Blond, bock, stout, trappist, ale, dubbel, triple, tipa, lager, geuze, lambiek, allemaal bier met een specifiek karakter. Zelfs het zuurstokroze, maar o zo populaire Fruitesse, mag zich bier noemen volgens de wet. De man in huize Eetplezier doe je een groot plezier met stevige, donkere bieren

“Bier in de keuken van Melissa Cole” verder lezen

Luilekkerland van Onno & Charlotte Kleyn recensie

Luilekkerland

Uit de reacties heb een winnaar gekozen. 
Dit is: Vera d’Hooghe. Van harte gefeliciteerd, Vera met dit schitterende boek. Je krijgt het zo snel mogelijk toegestuurd.

De appel valt niet ver van de boom. Dat mag je wel zeggen van Onno en Charlotte Kleyn. Vader Kleyn is al zijn hele leven bezig met onderzoeken naar en het publiceren over voeding. Dat doet hij met verve, altijd met een tomeloos enthousiasme en een prettige luchtigheid. Eten en drinken – met name het schrijven erover –  dient wat mij betreft ontdaan te zijn van alle soorten ernst of zwaarmoedigheid, maar vooral zorgeloosheid, genoegen en tevredenheid uit te stralen. Ik kan u verzekeren: dat lukt Onno Kleyn meer dan uitstekend! Nu hij samen met dochter Charlotte het boek Luilekkerland heeft geschreven, lijkt ook zij definitief in de voetsporen van haar lekkerbekkende vader te treden. Charlotte Kleyn studeerde geschiedenis en rondde in 2017 de master Food History af, waardoor zij zich nu culinair journalist en historica mag noemen. “Luilekkerland van Onno & Charlotte Kleyn recensie” verder lezen

Estée Kookt recensie nieuw kookboek

Estee Kookt

Laat ik maar meteen beginnen te zeggen dat ik geen groot liefhebber ben van de Hollandse keuken. Het is me te saai, te fantasieloos. En dat die traditionele pieper ook nog steeds een glansrol blijft spelen, prikkelt mijn smaakpapillen ook al niet. U snapt het al: voor mij liever geen AVG’tje. Met excuses aan alle hardwerkende aardappeltelers.

Toen ik dan ook het nieuwste kookboek van Estée Strooker toegezonden kreeg met als ondertitel de nieuwe Nederlandse keuken, was ik supernieuwsgierig. Zou mijn kijk op de Hollandse Pot hiermee veranderen? Ik hoopte natuurlijk van wel. “Estée Kookt recensie nieuw kookboek” verder lezen

Eetgewoontes anno 1943

Eetgewoontes

Verwachtingsvol kijken we op de zevende dag van onze vakantie door de raampjes van ons buitenhuisje naar buiten. Prima strandweertje, hadden de weermannetjes voorspeld. Twintig tot vierentwintig graden. Wij zitten er klaar voor.
Hmm, behoorlijk grijs nog. En die zwiepende takjes aan de Japanse sierwilg, betekent dat een vriendelijk zuidwestenbriesje of gaat dit uitmonden in een verraderlijke zomerstorm?

Ik besluit het even af te wachten en snuffel tussen mijn ooit aangeschafte, maar nooit ingekeken boeken. Veel ervan zijn gekocht op boekenmarkten. Oude, beduimelde exemplaren met vergeelde bladzijden. Leuk om te hebben, ze ruiken echter naar meer dan zes decennia lang vastgehouden worden door ongewassen vingers, dus echt plezierig lezen is het niet.

Desondanks sla ik vandaag het Kook- en Huishoudboek van Wilma Münch open, vierde druk uit 1943. Eetgewoontes uit den Ouden Doosch. Lachen geblazen. Hoe je je als welgemanierd mensch aan tafel hoort te gedragen bijvoorbeeld. Persoonlijk plaats ik grote vraagtekens bij de “haartjes en andere kleine ongerechtigheden uit uw soep”. Het zal normaal geweest zijn in die tijd. Ik laat jullie meegenieten.

Hoe gedraagt men zich aan tafel anno 1943?

Een kleine greep uit het vele, dat iemand doet en nalaat om aanspraak te kunnen maken op den naam van welgemanierd mensch.

Kom met SCHOONE HANDEN, ook SCHOONE NAGELS, behoorlijk gekleed en gekapt aan tafel.
Leg uwe linkerhand, wanneer ge alleen met een vork eet, naast het bord op tafel.
Houd bij het kauwen den mond gesloten.
Spreek niet met gevulden mond.
Begin niet te eten, voordat allen zich bediend hebben.
Zit aan tafel rechtop.
Neem gesneden brood, cadetjes enz. met de HAND van de broodschaal, niet met uw mes of vork.
Neem nooit iets met uw EIGEN VORK van de vleeschschaaltjes.
Leg na gebruik uw mes weer op den messenlegger.
Steek nooit uw mes in den mond.
Reik nooit om een schaal enz. voor een ander langs, maar vraag u het gewenste te geven.
Neem een schaaltje met vleesch enz. in de linkerhand en hanteer met de rechterhand het daarbij behorende vorkje.
Leg nooit beentjes naast uw bord, maar op de rand ervan of op een voor beentjes bestemd bord.
Leg haartjes en andere kleine ongerechtigheden uit uw soep, onopvallend en zonder extra kennisgeving op den rand van uw bord, ze worden er niet met opzet in gedeponeerd.
Veeg den mond altijd eerst af, voor ge uit een glas drinkt.
Veeg den mond nooit af aan een opgevouwen servet.
Neem nooit zóóó grote porties, dat anderen te weinig krijgen.
Leg, wanneer ge klaar zijt, uw mes en vork op het bord.

Ook bij het recept voor groentensoep kan ik mijn lachen niet inhouden. Groenten die meer dan een uur in de soep gehangen hebben zijn waarschijnlijk net iets meer dan beetgaar. Zeg gerust: plat. En of ze nog vitaminen bevatten? Enfin, lees hier hoe men het vroeger deed. Let ook vooral op de hoeveelheid zout. Tien gram is net iets minder dan een volle eetlepel. Dat gaat bij mij nog niet in vijf liter!

Groentensoep
250 gr (of minder) soepvleesch
1 ¼ ltr water
10 gr zout
stukje foelie
½ kopje vermicelli of 1 kopje Quaker havermout of rijst
verschillende groente, zoals prei, selderijknol, bloemkool, wortel, peterselie, doperwtjes spruitjes, slaboontjes.

Wasch het vlees, zet het op met water, het zout en de foelie en laat het 1 uur zachtjes koken.
Maak de groenten schoon. Schil de selderijknol en snijd hem in stukjes, snijd wortel en prei in schijfjes, haal de slaboontjes af en breek ze eenige keeren door. Wasch al die groenten.
Doe ze bij het vleesch en voeg, wanneer ze ½ uur gekookt hebben, de gewassen rijst of vermicelli toe en laat alles samen nog ½ uur koken. Neem het vleesch eruit. Maak de soep af met gewassen en fijngehakte peterselie. Ook kan het vleesch van te voren in kleine stukjes gesneden worden. Het kan er dan in blijven.

Tenslotte is in dit boek te lezen hoe die vermaledijde spruitjeslucht ontstaan is. Het is echt niet verwonderlijk dat veel mensen een nare smaak in hun mond krijgen als ze terugdenken aan de geur en smaak van de spruitjes van weleer. Een heel half uur koken …. daar wordt zelfs een overjarige autoband nog mals van. Vervolgens nog eens tien minuten stoven in een gigantische hoeveelheid boter. Ofwel: hoe men een van oorsprong gezonde groente in slechts veertig minuutjes kan omtoveren in een onverteerbare, calorierijke hap. Als ik dit afzet tegen mijn eigentijds spruitjes die hooguit 8 minuten gekookt zijn en slechts met een drupje citroen en een mespuntje boter worden omgeschud, dan schat ik zo in dat dit geen kost is voor de mensen van toen. Luistert en huivert.

1 kg spruitjes (voor 4 personen)
40 gr boter
geraspte nootmuscaat
zout
Snijd een klein stukje van het stronkje en verwijder zoo nodig het leelijke, buitenste blaadje. Snijd vooral niet teveel af, daar dan het kropje uit elkaar valt. Wasch ze goed. Doe ze in kokend water met 10 gr zout per liter water en kook ze ½ uur. Probeer of ze gaar zijn door in den stronk te prikken met een vork, ze moeten zacht zijn. Laat ze op een vergiet uitlekken en stoof ze met de boter nog een tiental minuten. Rasp er in de schaal wat nootmuscaat over.

Na al deze wetenswaardigheden tot mij genomen te hebben, is er nog steeds geen streepje blauw aan de lucht te bekennen. Ik ben de overtuiging toegedaan dat dit alles vast ergens staat opgeschreven. Als een soort meerjarenplanning in het Grote Boek voor het Weer. Jammer alleen dat ik dit geschrift tot nu toe in geen enkele digitale bibliotheek ben tegengekomen. Zou dit wel het geval geweest zijn, dan had ik er waarschijnlijk stiekem al aardig wat in doorgehaald en/of gecorrigeerd. Om daarna linea recta te uploaden naar boven.

Kook- en huishoudboek