Joie de Vivre een ode aan de Franse keuken

Joie de Vivre een ode aan de Franse keuken

Drie hartsvriendinnen en een eeuwenoud Frans landhuis, de perfecte match om samen een relaxte tijd door te brengen. Aldaar dromerig uitkijken over de heuvels, uitgebreid reflecteren met elkaar en rust en ruimte vinden. De schoonheid van het Franse land bewonderen, om aan het eind van elke dag af te sluiten met het gezamenlijk bereiden van de heerlijkste gerechten, die uiteraard vergezeld worden van de nodige glaasjes wijn. Welke vrouw droomt daar nu niet van? 

Sacha de Boer (ex-nieuwslezeres en fotografe), Janine Smits (styliste) en Babs Assink (verslaggever) hebben het voorrecht deze droom enkele malen per jaar te mogen beleven. Op verschillende plaatsen in binnen- en buitenland delen ze met elkaar de liefde voor schoonheid, geschiedenis en eten en drinken. Hun meest favoriete plek is toch wel “Les Trois Marronniers”, het robuuste, doorleefde huis middenin de Bourgogne. Op de zolder daarvan ontdekt Janine een bijzonder kookboek uit 1873 met de titel “La cuisinière de la campagne et de la ville, ou la novelle cuisine économique”.

“Joie de Vivre een ode aan de Franse keuken” verder lezen

Bier in de keuken van Melissa Cole

Bier in de keuken

Bier is anno 2019 uitermate hip. Zo hip dat bier zelfs het obligate glaasje wijn van zijn voetstuk aan het stoten is. Want ook bij luxere gerechten wordt tegenwoordig steeds vaker gekozen voor beer-pairing. En ik geloof erin, ben er zelfs min of meer van overtuigd dat er goddelijke combinaties te bedenken zijn met het moderne gerstenat.

Er denkt toch zeker niemand meer aan het doodgewone pils, als we het over bier hebben? Nee, natuurlijk niet. Gelukkig. Elk weldenkend mens denkt bij bier aan de zgn. speciaalbieren. Blond, bock, stout, trappist, ale, dubbel, triple, tipa, lager, geuze, lambiek, allemaal bier met een specifiek karakter. Zelfs het zuurstokroze, maar o zo populaire Fruitesse, mag zich bier noemen volgens de wet. De man in huize Eetplezier doe je een groot plezier met stevige, donkere bieren

“Bier in de keuken van Melissa Cole” verder lezen

Luilekkerland van Onno & Charlotte Kleyn recensie

Luilekkerland

Uit de reacties heb een winnaar gekozen. 
Dit is: Vera d’Hooghe. Van harte gefeliciteerd, Vera met dit schitterende boek. Je krijgt het zo snel mogelijk toegestuurd.

De appel valt niet ver van de boom. Dat mag je wel zeggen van Onno en Charlotte Kleyn. Vader Kleyn is al zijn hele leven bezig met onderzoeken naar en het publiceren over voeding. Dat doet hij met verve, altijd met een tomeloos enthousiasme en een prettige luchtigheid. Eten en drinken – met name het schrijven erover –  dient wat mij betreft ontdaan te zijn van alle soorten ernst of zwaarmoedigheid, maar vooral zorgeloosheid, genoegen en tevredenheid uit te stralen. Ik kan u verzekeren: dat lukt Onno Kleyn meer dan uitstekend! Nu hij samen met dochter Charlotte het boek Luilekkerland heeft geschreven, lijkt ook zij definitief in de voetsporen van haar lekkerbekkende vader te treden. Charlotte Kleyn studeerde geschiedenis en rondde in 2017 de master Food History af, waardoor zij zich nu culinair journalist en historica mag noemen. “Luilekkerland van Onno & Charlotte Kleyn recensie” verder lezen

Estée Kookt recensie nieuw kookboek

Estee Kookt

Laat ik maar meteen beginnen te zeggen dat ik geen groot liefhebber ben van de Hollandse keuken. Het is me te saai, te fantasieloos. En dat die traditionele pieper ook nog steeds een glansrol blijft spelen, prikkelt mijn smaakpapillen ook al niet. U snapt het al: voor mij liever geen AVG’tje. Met excuses aan alle hardwerkende aardappeltelers.

Toen ik dan ook het nieuwste kookboek van Estée Strooker toegezonden kreeg met als ondertitel de nieuwe Nederlandse keuken, was ik supernieuwsgierig. Zou mijn kijk op de Hollandse Pot hiermee veranderen? Ik hoopte natuurlijk van wel. “Estée Kookt recensie nieuw kookboek” verder lezen

Eetgewoontes anno 1943

Eetgewoontes

Verwachtingsvol kijken we op de zevende dag van onze vakantie door de raampjes van ons buitenhuisje naar buiten. Prima strandweertje, hadden de weermannetjes voorspeld. Twintig tot vierentwintig graden. Wij zitten er klaar voor.
Hmm, behoorlijk grijs nog. En die zwiepende takjes aan de Japanse sierwilg, betekent dat een vriendelijk zuidwestenbriesje of gaat dit uitmonden in een verraderlijke zomerstorm?

Ik besluit het even af te wachten en snuffel tussen mijn ooit aangeschafte, maar nooit ingekeken boeken. Veel ervan zijn gekocht op boekenmarkten. Oude, beduimelde exemplaren met vergeelde bladzijden. Leuk om te hebben, ze ruiken echter naar meer dan zes decennia lang vastgehouden worden door ongewassen vingers, dus echt plezierig lezen is het niet.

Desondanks sla ik vandaag het Kook- en Huishoudboek van Wilma Münch open, vierde druk uit 1943. Eetgewoontes uit den Ouden Doosch. Lachen geblazen. Hoe je je als welgemanierd mensch aan tafel hoort te gedragen bijvoorbeeld. Persoonlijk plaats ik grote vraagtekens bij de “haartjes en andere kleine ongerechtigheden uit uw soep”. Het zal normaal geweest zijn in die tijd. Ik laat jullie meegenieten.

Hoe gedraagt men zich aan tafel anno 1943?

Een kleine greep uit het vele, dat iemand doet en nalaat om aanspraak te kunnen maken op den naam van welgemanierd mensch.

Kom met SCHOONE HANDEN, ook SCHOONE NAGELS, behoorlijk gekleed en gekapt aan tafel.
Leg uwe linkerhand, wanneer ge alleen met een vork eet, naast het bord op tafel.
Houd bij het kauwen den mond gesloten.
Spreek niet met gevulden mond.
Begin niet te eten, voordat allen zich bediend hebben.
Zit aan tafel rechtop.
Neem gesneden brood, cadetjes enz. met de HAND van de broodschaal, niet met uw mes of vork.
Neem nooit iets met uw EIGEN VORK van de vleeschschaaltjes.
Leg na gebruik uw mes weer op den messenlegger.
Steek nooit uw mes in den mond.
Reik nooit om een schaal enz. voor een ander langs, maar vraag u het gewenste te geven.
Neem een schaaltje met vleesch enz. in de linkerhand en hanteer met de rechterhand het daarbij behorende vorkje.
Leg nooit beentjes naast uw bord, maar op de rand ervan of op een voor beentjes bestemd bord.
Leg haartjes en andere kleine ongerechtigheden uit uw soep, onopvallend en zonder extra kennisgeving op den rand van uw bord, ze worden er niet met opzet in gedeponeerd.
Veeg den mond altijd eerst af, voor ge uit een glas drinkt.
Veeg den mond nooit af aan een opgevouwen servet.
Neem nooit zóóó grote porties, dat anderen te weinig krijgen.
Leg, wanneer ge klaar zijt, uw mes en vork op het bord.

Ook bij het recept voor groentensoep kan ik mijn lachen niet inhouden. Groenten die meer dan een uur in de soep gehangen hebben zijn waarschijnlijk net iets meer dan beetgaar. Zeg gerust: plat. En of ze nog vitaminen bevatten? Enfin, lees hier hoe men het vroeger deed. Let ook vooral op de hoeveelheid zout. Tien gram is net iets minder dan een volle eetlepel. Dat gaat bij mij nog niet in vijf liter!

Groentensoep
250 gr (of minder) soepvleesch
1 ¼ ltr water
10 gr zout
stukje foelie
½ kopje vermicelli of 1 kopje Quaker havermout of rijst
verschillende groente, zoals prei, selderijknol, bloemkool, wortel, peterselie, doperwtjes spruitjes, slaboontjes.

Wasch het vlees, zet het op met water, het zout en de foelie en laat het 1 uur zachtjes koken.
Maak de groenten schoon. Schil de selderijknol en snijd hem in stukjes, snijd wortel en prei in schijfjes, haal de slaboontjes af en breek ze eenige keeren door. Wasch al die groenten.
Doe ze bij het vleesch en voeg, wanneer ze ½ uur gekookt hebben, de gewassen rijst of vermicelli toe en laat alles samen nog ½ uur koken. Neem het vleesch eruit. Maak de soep af met gewassen en fijngehakte peterselie. Ook kan het vleesch van te voren in kleine stukjes gesneden worden. Het kan er dan in blijven.

Tenslotte is in dit boek te lezen hoe die vermaledijde spruitjeslucht ontstaan is. Het is echt niet verwonderlijk dat veel mensen een nare smaak in hun mond krijgen als ze terugdenken aan de geur en smaak van de spruitjes van weleer. Een heel half uur koken …. daar wordt zelfs een overjarige autoband nog mals van. Vervolgens nog eens tien minuten stoven in een gigantische hoeveelheid boter. Ofwel: hoe men een van oorsprong gezonde groente in slechts veertig minuutjes kan omtoveren in een onverteerbare, calorierijke hap. Als ik dit afzet tegen mijn eigentijds spruitjes die hooguit 8 minuten gekookt zijn en slechts met een drupje citroen en een mespuntje boter worden omgeschud, dan schat ik zo in dat dit geen kost is voor de mensen van toen. Luistert en huivert.

1 kg spruitjes (voor 4 personen)
40 gr boter
geraspte nootmuscaat
zout
Snijd een klein stukje van het stronkje en verwijder zoo nodig het leelijke, buitenste blaadje. Snijd vooral niet teveel af, daar dan het kropje uit elkaar valt. Wasch ze goed. Doe ze in kokend water met 10 gr zout per liter water en kook ze ½ uur. Probeer of ze gaar zijn door in den stronk te prikken met een vork, ze moeten zacht zijn. Laat ze op een vergiet uitlekken en stoof ze met de boter nog een tiental minuten. Rasp er in de schaal wat nootmuscaat over.

Na al deze wetenswaardigheden tot mij genomen te hebben, is er nog steeds geen streepje blauw aan de lucht te bekennen. Ik ben de overtuiging toegedaan dat dit alles vast ergens staat opgeschreven. Als een soort meerjarenplanning in het Grote Boek voor het Weer. Jammer alleen dat ik dit geschrift tot nu toe in geen enkele digitale bibliotheek ben tegengekomen. Zou dit wel het geval geweest zijn, dan had ik er waarschijnlijk stiekem al aardig wat in doorgehaald en/of gecorrigeerd. Om daarna linea recta te uploaden naar boven.

Kook- en huishoudboek

Marokkaans ovenbrood à la Mounir Toub

Marokkaans ovenbrood

Van sommige kookboeken weet je direct dat je ze wil hebben. Gewoon, omdat dit soort boeken een onuitputtelijke bron van inspiratie zijn. Honderdvierentwintig heb ik er inmiddels. Ik lees ze als een roman. Van de eerste tot de laatste letter. En tijdens het aandachtig lezen van recepten, probeer ik me een voorstelling te maken van de smaak van diverse ingrediënten, die in een gerecht gecombineerd worden.

Bij het boek van Mounir Toub, Mijn Arabische keuken, lukt dat vrijwel meteen. Ik heb een zwak voor producten als tomaat, aubergine, knoflook, citroen, maar tevens voor aromatische kruiden als venkelzaad, komijn, munt en koriander. Met dit soort smaakmakers wordt een maaltijd zoveel plezieriger dan het traditionele AVG’tje.

Het boek Mijn Arabische keuken is geboren uit liefde. Dat zie je in één oogopslag en dat valt ongetwijfeld te proeven in alle gerechten. Daar houd ik van: mensen die hun liefde proberen uit te dragen. Liefde wil zich in deze moderne tijd nogal eens vermommen in het woord passie, maar het veelvuldig gebruiken maakt dit woord sleets en op den duur zelfs lachwekkend.

Terug naar de Arabische keuken. Bastilla’s, traditionele couscous met zeven groenten, kruidenmengsels en -oliën zelf maken, ingelegde citroenen en natuurlijk de – inmiddels ook in Nederland beroemde – falafel, het staat allemaal in dit boek. Stuk voor stuk smakelijk ogende gerechten, die ik beslist wil gaan maken in de toekomst. Ik trap af met een brood, de Marokkaanse versie. Althans, dat zegt het boek. Voor mijn geestesoog verscheen een plat, wit, fluffy brood. Dat klopte niet helemaal. Het smaakte prima, daar niet van, maar wat er nu precies Marokkaans aan was? Wel gemakkelijk dat het maar 1 x hoeft te rijzen. Even een broodje bakken is dan appeltje-eitje.

Marokkaans ovenbrood

Ingrediënten:
1 zakje gedroogde gist (7 gr)
60 ml lauwwarme melk
200 gr bloem
200 gr volkorenbloem
10 gr zout
1 tl suiker
375 gr lauwwarm water

Bereidingswijze:
Verwarm de oven voor tot 200-220 graden.

Roer de gist door de melk.
Meng de bloem met de volkorenbloem, het zout en de suiker
Meng het bloemmengsel met de lauwwarme melk.
Voeg beetje bij beetje het water toe en kneed tot een mooi deeg.
Kneed het deeg minimaal 10 minuten goed door.

Bol het deeg op en leg op een met bakpapier beklede bakplaat.
Druk met je vinger in het midden van de deegrol een of meerdere kuiltjes en laat de deegrol circa 45 minuten rijzen op een warme plek met een doek eroverheen.
Het deeg is goed zodra je er met je vinger in kunt drukken en het kuiltje blijft zitten.

Bak het brood in circa 10-15 minuten goudbruin en gaar.

Bron: Mijn Arabische keuken – Mounir Toub

N.B. Ik word niet gesponsord om dit artikel te publiceren. Bovendien heb ik geen enkele commerciële connectie met de uitgever, noch de auteur van dit boek. Ik schrijf slechts over zaken die mij persoonlijk in beroering brengen.

Marokkaans ovenbrood