Ware vriendschap hoeft geen illusie te zijn

Aandacht en liefde. Het zijn de twee ingrediënten die de meeste onderdelen van het leven meer glans geven. Intenser en dus waardevoller maken. Eten wordt er smakelijker van, werkaamheden geven een beter eindresultaat en vriendschappen zullen er ongetwijfeld hechter door worden. Het is zo simpel als wat, zou je zeggen, om je leven meer inhoud te geven.

En toch valt het niet mee om de twee genoemde ingrediënten in de praktijk altijd toe te passen. Ook niet voor mij, laat dat meteen duidelijk zijn. Laten we het bijvoorbeeld over vriendschap hebben. Een échte vriendschap zou meer moeten inhouden dan het bekende koetjes-en-kalfjesgekeuvel. Natuurlijk zijn wederzijdse sympathie en empathie onontbeerlijk, maar ook eerlijkheid (ja, óók in situaties waarin het voor anderen moeilijk kan zijn om de waarheid te spreken of te horen) is een pijler die bij een stabiele vriendschap hoort. We moeten kunnen genieten van elkaar en elkaar volledig kunnen vertrouwen. Essentieel is ook altijd jezelf kunnen zijn, zodat je je eigen gevoel kunt uiten en fouten en vergissingen durft te maken, zonder bang te zijn dat je daarop wordt beoordeeld.

Sociale status of vermogen zijn van ondergeschikt belang in een goede relatie. Van nature is de mens egalitair. Dat kan ook niet anders, aangezien we allemaal op dezelfde wijze ter wereld komen. Pas in het latere leven – na een succesvolle carrière of een onverwachte erfenis – beginnen zich waandenkbeelden over de eigen identiteit of positie te ontwikkelen. Niemand hoort een superieure houding aan te nemen ten opzichte van de ander, alleen maar omdat hij/zij een treetje hoger op de maatschappelijke ladder is komen te staan. Oók niet als zich dat inmiddels vertaald heeft in een grote financiele onafhankelijkheid. Als één van deze elementen wel een rol blijken te spelen, is de vriendschap op voorhand gedoemd te mislukken. Ik hoor het jullie zeggen: ideale omstandigheden. En jullie hebben gelijk. Helaas heb ik ook al te vaak mijn neus lelijk gestoten en toch kan ik gelukkig ook altijd een aantal vrienden bellen als ik ze nodig heb.

In de meer dan zestig jaar dat ik op deze aarde rondhobbel, heb ik geleerd dat het gros van de mensheid zichzelf als belangrijk middelpunt van dit universum ziet. Er zijn personen dit dit heel subtiel weten te verpakken, daar valt echt nog wel mee te leven, c.q. een “vriendschap” mee aan te gaan. Zij willen op gepaste tijden heus nog wel eens een minieme ruimte inlassen voor een gezichtspunt vanaf een heel andere kant. Erger zijn de zogeheten roeptoeteraars. Zij kunnen niet anders dan alles wat zij gevoeld, gehoord, gezien en ervaren hebben, op een tamelijk langdradige manier kenbaar maken. Langdradig zei ik, ja. Om met dit soort lieden op een politiek correcte manier om te gaan, is nog behoorlijk ingewikkeld. 

Tot welke categorie ik behoor, laat ik graag aan anderen over om daar een oordeel over te vellen. Feit is dat bestaande relaties mij erg dierbaar zijn en dat ik ze koester, althans die opdracht wordt me toegefluisterd in mijn hoofd. In relaties moet je investeren, zeggen ze daar. Maar hoe ziet dat investeren er in de praktijk eigenlijk precies uit? En hoeveel energie, tijd en empathie opbrengen is vervolgens de juiste dosis voor een lange en gelukkige vriendschap? Maar vooral ook hoe lang? Moet ik zo lang blijven investeren tot ik er zelf als een uitgeknepen dweil bij hang, terwijl die ander zegt “een geweldig gezellige avond te hebben gehad?”

Gelukkig zijn we allemaal voorzien van een moreel kompas dat je hierin de weg weet te wijzen. Niet te snel oordelen; altijd blijven relativeren en je eigen opvattingen en ideeën niet centraal willen stellen. Het gaat erom wat de ander je vertelt en dat wij vervolgens daarover op een leuke manier van gedachten kunnen wisselen. Vragen, luisteren, redeneren, maar nooit een (voor)oordeel vellen of conclusie uitspreken. In mijn gedachten huist een vriend die een meester is in dit soort levenslessen. Ik ga vaak bij hem te rade en hij houdt me dan glimlachend een spiegeltje voor. Mijn vriend leert me dat zelfspot een groot goed is en dat ik de levenslange opdracht heb om mijn opvattingen en meningen continu te blijven herijken. Hij benadrukt dat ik altijd naar de gedachten van anderen dien te luisteren, ook al staan die ideeën ver van me af. Volgens hem is er maar één bruikbaar motto in het leven: hoe meer je weet, hoe minder je weet. En: lichte twijfel is beter dan rotsvaste zekerheid.

Moralistisch geneuzel? You name it. In ieder geval zou ik dolgraag zo ver als mijn imaginaire vriend willen zijn. Maar voor ik zover ben, heb ik waarschijnlijk nog een lange weg te gaan.

print

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Login with Facebook