Over vergankelijkheid en starre vliegmaatschappijen

Maandagmorgen. Vijf voor half acht. Als ik mijn ogen opensla, hoor ik een eigenaardig geluid: krrr, krrr. Het past niet in het dagelijkse ontwaakrumoer van kletterende waterstralen en zoemende tandenborstels. Ik pijnig mijn nog slapende hersencellen. Verhip! De eerste nachtvorst van dit jaar is een feit. Dat is het! Wat ik hoor is het gepiep en geknerp van een krabber op een bevroren autoruit.

Terwijl ik met een zelfvoldaan gevoel – ik mag hier nog even lekker warm in mijn mandje blijven liggen – het dekbed wat hoger optrek, hoor ik de sonore stem van een bekende nieuwslezer in mijn linkeroor. Ook vandaag blijft de terreurdreiging in Brussel ongewijzigd van kracht. Een ieder wordt verzocht zoveel mogelijk binnen te blijven. Het lijkt zo ver weg, maar het is slechts 107 kilometer van mijn veilige bed vandaan. Het maakt me wakkerder dan ooit.

Een uur later lees ik in mijn digitale krantje dat Brussel een unheimisch beeld verspreidt. Een spookstad. Met heel weinig burgers op straat, maar met een overvloed aan zwaarbewapende militairen. Peinzend staar ik naar buiten. Sterke, stoere kerels snoeien daar de rij knotwilgen. Ze hebben zwarte mutsen op. Het witte ochtendlicht legt een koude deken over de nabijgelegen vijver. Takje voor takje valt naar beneden.

Een dame met een zwarte aktetas belt aan bij mijn overbuurvrouw. De deur blijft dicht. na een tiental minuten heen en weer gedrenteld te hebben, zie ik de mevrouw naar haar mobiel grijpen. Haar mond beweegt heen en weer en haar wenkbrauwen fronsen zich. Langzaam loopt ze terug naar haar auto. Bijna ga ik haar achterna. Om haar te vertellen dat mijn (hulpbehoevende) buurvrouw daar allang niet meer woont, maar naar een andere woning is verhuisd. Want zoveel is zeker: dames met aktetassen komen nooit voor koffiekletspraatjes; zij komen iets bekijken, beoordelen en vooral veel dingen opschrijven. Koffie mag, maar dan zonder de bijbehorende koetjes- en kalfjestaal. Indiceren heet dat in vaktaal.

Ik ben geen mens dat snel handelt in een mist van emoties. Mijn bedachtzaamheid maakt van mij een dromer, een plannenmaker. Dus zie ik de dame in kwestie de bocht nemen en wegrijden. Zij lijkt zich geen zorgen te maken of mijn buurvrouw van weleer misschien wel eens dood in de badkamer kan liggen. Dat dat niet zo is, weet alleen ik. Buuf woont met haar rollator en geheugenproblemen allang ergens anders.

Op dinsdag belt een vriendin, volledig overstuur. Vlucht gemist. Het had zo mooi kunnen zijn: samen met haar twee kindjes een tiendaagse trip naar Amerika om daar een bruiloft van een vriendin bij te wonen. Alles was voorbereid, alles was geregeld. Wat verheugden ze zich op de verwezenlijking van deze droom! Het heeft niet zo mogen zijn. Slechte weersomstandigheden zorgden voor extreme filevorming op de weg naar Schiphol. Hierdoor werd een normale rit van 1,5 uur een nachtmerrie van meer dan 3,5 uur! Een half uur voor vertrektijd werd er niet meer ingecheckt, zei de onverbiddelijke dame aan de balie. Haar teleurstelling en desillusie is ook de mijne.

Ik adviseer haar stand-by te blijven zodat ik op internet naar informatie kan speuren hoe te handelen in dit soort situaties. Samen proberen we van alles, maar zowel de touroperator als de vliegmaatschappij AA zijn niet bereid tot omboeking naar een volgende vlucht. Alleen voor de prijs van nieuwe tickets heeft ze recht op een andere vlucht. Deceptie alom! Ten einde raad besluit ze terug naar huis te rijden. Ik weet dat mijn weekhartigheid mijn zwakke plek is, maar nog nooit voelde ik dat zo scherp als op die dinsdag.

Woensdag ben ik de hele dag bij ons mam. Samen met haar doe ik een aantal noodzakelijke boodschappen. Het plan om ook een bezoekje aan Intratuin te brengen, gaat onverhoopt niet door. Ter plekke worden net drie busladingen enthousiaste, kooplustige bezoekers uitgeladen. Binnen lijkt het verdacht veel op een circus. Joelende kinderen, luidruchtige ouders en een golf van hitte overspoelt ons. Na drie stappen binnen gezet te hebben, besluiten we rechtsomkeert te maken.

Donderdag wil ik een daad stellen. Kort na de vreselijke aanslag in Parijs voelde ook ik de behoefte uiting te geven aan mijn gevoelens van verdriet. Het collectieve rouwbetoon dat overal op internet te zien was, is niet iets waar ik me in kan vinden. Ingetogenheid, serene stilte, verbinding zoeken met de natuur past meer bij me. Dus koos ik er voor het Monument voor een Kind te bezoeken. Zo dicht bij mijn woonplaats en toch nog nooit echt aandacht aan besteed. Dichtbij de Schaapskooi te Nisse ligt een dijk waar bomen worden geplant voor ieder kind, dat overleden is aan een stofwisselingsziekte. Monument voor een kind (4)Elke boom wordt vergezeld van een paaltje met plastic bordje, waarop niet alleen de naam van het kind te lezen is, maar tevens een korte, persoonlijke tekst. Aan de weg, voor de toegang tot de dijk, is in 2013 een informatiebord geplaatst. Het is indrukwekkend om te zien hoe op deze grijze novemberdag de rij kale bomen en paaltjes symbool staan voor de vergankelijkheid van een jong mensenleven. Ik lees de namen, bekijk de persoonlijke attributen en denk intussen aan al die andere jonge mensen die een concert bezochten met die bekende fatale afloop.

Op vrijdag reis ik af naar “de overkant”. Naar de kookwinkel van Bianca Bonte in Oostburg, om daar een demo bij te wonen van de Cookprocessor van Kitchenaid. Een gezellige avond, maar daarover vertel ik meer in een latere blogpost.

print

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Login with Facebook

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.