Vakantievertier zonder toeters en bellen

Wat zich een aantal weken geleden voltrok, maar nog niet gepubliceerd was. Vakantievertier anno 2017.

Groots waren de plannen niet, maar wel erg doordacht. Vonden G. en ik in onze stellige overtuiging. We zouden elke dag een stukje van het fietsknooppuntennetwerk doen en de avondmaaltijd zouden we buitenshuis genieten. Ja, we kunnen het soms aardig oneens zijn, maar dit keer waren we eensgezind over een zinvolle besteding van een volle week vrijheid in ons houten huisje tussen de duinen. Welgemoed keken we uit naar het weekend.

Dan begint de rampspoed zich langzaamaan te ontwikkelen. Het weer slaat om. Van tropische temperaturen met een kurkdroogheid die Nederland volledig ontwend was tot ondergemiddelde temperaturen en een leistenen bewolking boven Zeeland. Nog niets aan de hand zijnd, begin ik vrijdag met het vragen op Fb naar eet-adresjes op Goeree-Overflakkee. Want dat eiland was voor ons nagenoeg onbekend en het werd de hoogste tijd voor een ontdekkingstocht. 

Er worden voldoende bruikbare adresjes aangeraden. Maar dat ik de fout maak Goeree-Overflakkee te bestempelen als zijnde een eiland van Zeeland, was niet erg slim van me. Jeez’, wat een topografische armoede in dat hoofd van mij. Enfin, het kwaad laat zich niet meer keren en ik voel me – heel koninklijk – gewoon een beetje dom. Maxima heeft met dit gezegde de totale onnozelheid toch nog een beetje naar een bepaald niveau weten op te krikken.

Ondertussen zinken G. en ik weg in een lethargische halfslaap. Beetje te lang dutten, iets te veel glaasjes drinken, langdurig peinzen, babbelen en lezen, kortom: het woord lummelen krijgt in die dagen door ons gestalte. Maar dinsdag starten we dan toch echt onze automobiel om naar het Zuid-Hollandse eiland af te reizen. Hop, hop, enige snelheid lijkt gewenst, aangezien er ook nu weer dreigende wolken binnen komen drijven. 

Vakantievertier

En jawel, enkele kilometers vanaf de Brouwersdam begint het te druppelen. Bij de volgende rotonde verandert het druppelen in een ondoorzichtig druipen. Om ons heen verandert alles in bepaald weinig aanlokkelijke grijsheid. Nog voor onze TommyTom heeft kunnen zeggen dat we de 2e afslag rechtdoor moeten nemen, zet G. het knipperlicht naar links uit. Met een sierlijke draai van 180 graden komen we weer op de heenweg terecht, waarna we met gezwinde spoed koers zetten naar ons stekje achter de duinen.

Op zulke momenten kan ik plotseling erg in mijn nopjes met een huisgenoot die heel kordaat kan zijn, ook al bestempel ik het in wrevelige situaties vaak als impulsief. Binnen een kwartier staan we weer op ons plekje achter de duinen op het andere eiland. Alwaar de gouden ploert ons vanaf een hemelsblauwe lucht licht-cynisch toelacht. Na 19 jaar verblijf hier zouden we beter moeten weten: nergens zoveel zonuren als op de kop van Schouwen-Duiveland.

We troosten ons met de gedachte dat we op ons eigen terras – hoewel zonder bediening – gevrijwaard zijn van het gedrang ons door een bonte verzameling toeristen in te strakke fietsbroekjes met te witte benen, te moeten wringen. Lawaaierige bolderkarren met even zo luidruchtige kinderen erin. Overvolle fietspaden. De mooiste plekjes aan het strand bezet. Want zo gaat dat hier aan de kust in de zomermaanden. Mosselfeesten. Braderieën. Nachtmarkten. Er steken vast bijzonder goede bedoelingen achter om Zeeland te promoten, maar voor ons hoeft het niet. Wij zijn tevreden met 200 vierkante meter groen. Leeg en stil. 

En die maaltijden buitenshuis dan? Ha, ha, slechts één lunch op een andere locatie genuttigd. Alle overige dagen de pannetjes toch maar zelf op het vuur gehad. 

print

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Login with Facebook