Twijfelgevalletje

Geef verstokte espresso-drinkers van die lauw-bittere automatenkoffie of schotel fanatieke losse theedrinkers zielige Pickwick hengelzakjes vol gruis voor en ze worden krijsend wakker bij de eerste slok. Zowel G. als ik ondergaan deze nachtmerrie tegelijkertijd op die bewuste zaterdagmiddag. Geschonken in kartonnen bekertjes, ook nog ‘ns. Grotere armoede bestaat niet. Oke, het is bijzaak op deze dag, want het gaat op dat moment om heel andere zaken die informatief en boeiend zijn, maar toch moeten we erg ons best doen om er vrolijk bij te blijven kijken. 

Na afloop van al dat interessants, hebben we niet veel nodig om elkaar te begrijpen. Op naar de eerste de beste gelegenheid waar men iets fatsoenlijks weet te serveren tegen droge kelen. Een hapje erbij zou ook niet slecht zijn, aangezien de bammetjes al ruim 5 uur geleden genuttigd zijn. Vanuit de automobiel keuren we een aantal locaties. En ja, dan heeft vrouwtje Eetplezier altijd wel iets te mekkeren. Te duister, geen mensen te zien, te café-achtig, oh neee, dit ook niet, slechte recensies over gelezen etc. etc.

Pas als meneertje G. het roer huiswaarts wil draaien, geef ik toe. Dit dan maar, roep ik, wijzend op een etablissement met een Italiaanse naam, verwarmd terras en kleine raampjes, waarachter ik ten minste één persoon denk te ontwaren. Zelf de deur openen vinden we vooralsnog geen probleem, als vanaf nu alles maar dik in orde is.

Dat is het helaas niet. Een onfrisse putlucht walmt ons tegemoet. Met gezwinde spoed komt er een dame op ons afgestevend. Uit haar gezichtsuitdrukking denk ik op te maken dat ze niet zit te wachten op onverwacht bezoek. Terwijl ik mijn ogen laat dwalen door de ruimte, ontdek ik het wijd opengesperde luik in de vloer, dat kennelijk naar de kelder leidt. “Oppassen voor het luik”, roept de man bij het raam, terwijl G. al bijna met één been  in het ondergrondse staat. 

De priemende vinger van de ontvangstdame dirigeert ons naar een tafeltje voor twee, dat dichtbij de man achter het raam gesitueerd is. Hij zit aan een soort leestafel, blijkt nu, de krant te lezen. Gevaarlijk dicht bij de deur ook. Ik houd niet van in- of uitgangen, zeker niet wanneer er geen enkele reden voor haast is. Terwijl ik me uit mijn jas en das wurm, vraagt de dame al wat we willen nuttigen of alleen wat willen drinken. Gelukkig kan G. heel streng kijken als hij gemaand wordt tot opschieten, terwijl hij zichzelf juist in de relaxmodus heeft weten te wringen.

Wat een gedoe allemaal, personen die om vijf uur binnenvallen, alsof zij zelf niet moeten eten. Ik lees het in de ogen van de dame, plus nog een heleboel andere niet zo fraaie gedachten. Even bekruipt me het gevoel rechtsomkeert te maken, maar als ik zie dat G. een lichte wanhoop begint te ontwikkelen, ben ik solidair met hem. Kom maar, liefje, we ondergaan dit samen, lispelt er een stemmetje me van binnen toe. Samen uit, samen thuis.

Toegegeven, ik ben iemand die het altijd koud heeft, dat moet gezegd, maar de temperatuur ter plekke lijkt me meer bedoeld als opvangplek voor verhitte menopauzers die wanhopig op zoek zijn naar enige koelte. Ronduit kil. Ik maak er een opmerking over tegen G. en de man aan de leestafel staat op, loopt naar de thermostaat en draait er aan. Intussen is ons wel duidelijk dat genoemde heer zich als een soort mystery guest tussen de gasten bevindt, onderwijl alles en iedereeen registrerend.  Quasi-opgewekt bekijken we de wijnkaart, die best veel Italiaanse wijnen per glas laat zien. Normaliter ben ik daar verrukt over, hier kan het mij niet over de streep halen. 

Mijn aandacht verlegt zich als er een jeugdige Italiaanse man met zachte puppy-ogen aan tafel verschijnt.  We bestellen een Pinot Grigio en een Primitivo. Of we ook iets willen eten, vraagt de pup. Uit eerdere ervaringen weten we dat we bij dit soort gelegenheden vooral voorzichtig dienen te zijn met te royaal bestellen. We houden het voorlopig even op een bruschette con ricotta e pecorino. Met een zwierig gebaar zet het jonge hondje de glazen op tafel. Arme ik, met mijn alziend oog voor groezeligheden. Halverwege mijn glas bevindt zich een smoezelige kring. De puppy spoedt zich naar achteren en komt terug met twee fonkelend opgewreven glazen. Arm Italiaans jongetje, hij rent zich rot tussen moeilijke gasten en een kletterende keuken, terwijl zijn vocabulaire niet verder reikt dan gebrekkig Engels. 

Als wij van onze, overigens prima smakende, wijntjes nippen, zijn we tevens getuige van een gemelijke conversatie tussen de krantenman en de niet zo vrolijke dame. We vangen iets op: “ hoger gezet” en “had ik al gedaan” en “zet maar weer terug”. Gelukkig zitten wij net buiten het spervuur aan dodelijke blikken. Sfeerverhogend werkt het allemaal niet.

En hoewel ik onder normale omstandigheden altijd erg blij kan worden van een bordje eten, blijkt zelfs dit teveel gevraagd in dit deprimerende eethuis. De bruschetta is van een taai soort voorgesneden supermarktbrood, weliswaar rijkelijk belegd met ricotta, maar totaal niet op smaak gebracht. En wat te denken van een pecorino die verdacht veel kenmerken heeft van een zakje geraspte emmentaler? Deze topping is noch hard noch zoutig, een gegeven waar pecorino toch om bekend staat. Pompoenpitten als decoratie? Dunne, papieren servetjes? Ik had het me allemaal net iets anders voorgesteld vanmiddag.

Een beetje bedrukt dat dit soort horeca-droefenis nog kan voortbestaan, drinken we onze glaasjes leeg. Nadat de rekening is betaald, zoeken we snel de uitgang. O ja, die is naast de leestafel. Geen openstaand luik? Nee, de kust is veilig. Niemand die ons uitgeleide doet, want er wordt gegeten. We verlaten dit treurige pand en laten de deur wagenwijd open staan. Expres. Voor het geval iemand het misschien te warm heeft. Lekker puh!

print

4 gedachten over “Twijfelgevalletje”

  1. Ik zie het voor me. Niet leuk, maar je beschrijft het zo geweldig leuk. Ik ben ten andere ook zo’n vervelend mens als we ergens ‘op de wilde boef’ eten. Of het ziet er ongezellig uit, of er zit geen volk, plastic terrasstoelen, … M. wordt soms gek van mij. Maar: een goede voorbereiding is het halve werk, toch?

    1. Haha, wat fijn dat ik me niet alleen hoef te voelen, Myriam. We zijn dus bondgenoten. G. is ook vele malen gemakkelijker dan ik en soms voel ik mezelf ook een moeilijk mens. Je hebt helemaal gelijk: hoe beter voorbereid, hoe minder kans op fiasco’s.

  2. Het is jammer en zonde van de tijd (en het geld) maar helaas kan dit gebeuren. Man en ik hebben zo’n ervaring ook wel eens, meestal in het buitenland omdat je juist dan niet goed voorbereid bent en spontaan een zaakje binnenstapt. Buiten de deur eten moet voor ons opleveren dat we net zo lekker of lekkerder (of andere dingen) eten dan we normaal gesproken thuis eten. Maar ja… thuis eten we meestal al zo lekker dat de lat dan wel erg hoog ligt! Je hebt er een mooi verhaal over geschreven en dat hebben je volgers met plezier gelezen! Heb je er toch niet voor niets gezeten! 😉 Groet Nicolet

    1. Precies! Uit eten gaan = verrast worden, technieken zien die je thuis niet toepast, ingrediënten die je niet vaak gebruikt. Gelukkig maak ik ook heel positieve dingen mee, hoor! Maar een beetje tegenspoed schrijft vaak zo lekker weg. Dank je wel voor je lieve compliment!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Login with Facebook

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.