Lasagne met een vulling van spinazie, venkel en courgette



De hoogste tijd om mijn kookboeken weer eens door te bladeren, speurend naar iets nieuws, iets onbekends, iets wat ik nog nooit heb mogen smaken. En omdat ik het de laatste tijd toch ook altijd een gezond tintje wil meegeven, kom ik vaak uit bij groentengerechten. Voor het recept van deze lasagne met een vulling van spinazie, venkel en courgette werd ik geïnspireerd door het boek “Vlees noch vis” van Estée Strooker. Ik heb het oorspronkelijke recept hier en daar wel wat aangepast omdat ik niet zit te wachten op ingewikkeldheden, zoals frivole garneringen.

Uiteindelijk werd het een maaltijd die zeker voor herhaling vatbaar is. De foto werd dat niet. Tenzij je een prof bent, moet een eenvoudig mens eigenlijk nooit proberen een foto van lasagne te maken. Het wordt altijd een onsmakelijk plaatje. Vooral met spinazie. Het doet ook absoluut geen recht aan dit heerlijke gerecht. Daarom maar een frisse, fruitige venkel als binnenkomer.

Lasagne met een vulling van spinazie, venkel en courgette

Ingrediënten:
350 gr verse lasagnevellen
1 ui
2 teentjes knoflook
2 citroenen
175 gr spinazie
200 gr ricotta
2 courgettes
2 venkelknollen
125 gr Parmezaanse kaas

Bereidingswijze:
Verwarm de oven voor op 170˚.

Pel en snipper de ui en de knoflook.
Rasp de schil van 1 citroen en pers hem uit.
Verhit een scheut olijfolie in een pan en fruit de ui en knoflook enkele minuten.
Voeg de spinazie toe en bak die ook enkele minuten mee tot ze groente geslonken is.
Schep nu de spinazie in een kom en schep de ricotta erdoor.
Breng op smaak met citroenrasp, zout en peper.

Snijd de courgette met behulp van een mandoline in dunne lange plakken.
Maak de venkel schoon en schaaf hem ook in dunne plakken.
Rasp de Parmezaanse kaas.
Snijd de resterende citroen door en snijd 1 helft in plakjes.

Leg nu een laagje venkel op de bodem van een ovenschaal, besprenkel de laag met olijfolie en citroensap en strooi er een beetje zout en peper over.
Verdeel er een laagje courgette over en besprenkel/bestrooi zoals bij de venkel.

Nu kun je er een laag lasagnvellen op leggen.
Bedek met het spinaziemengsel en bestrooi met Parmezaanse kaas.
Herhaal dit tot de ovenschaal vol is, maar eindig met een laag spinaziemengsel bestrooid met Parmezaanse kaas.

Bak de lasagne 30-40 minuten in een voorverwarmde oven.

Serveer met een handvol rucola erover heen gestrooid.

Nou vooruit, hier dan nog mijn slechtste foto van het jaar. Niet schrikken. Blijf vooral denken aan al die lekkere dingen die verwerkt zijn in dit gerecht!

Roodbaars in dillesaus met gestoofde venkel

In de oven gegaarde roodbaars in dillesaus

De hoogste tijd voor een lekker visje! Ik wil vandaag eens wat anders dan de eeuwig gebakken of gestoofde variant. Bovendien had ik geen trek in een begeleidende “zware” saus. Op die momenten is het een kwestie van combineren en fantaseren. Aldus geschiedde. En zo ontstond op deze niet koude decemberdag dit smakelijke gerecht van roodbaars in dillesaus met gestoofde venkel. Puur. Gezond. En met heel weinig calorietjes. Dat is mooi, want zodoende sparen we alvast een paar kilootjes uit voor de komende feestdagen. Hallelujah!

Roodbaars in dillesaus met gestoofde venkel

Ingrediënten:
roodbaarsfilet
zout/peper/olijfolie

venkel, in dunne plakken

voor de dillesaus:
1 sjalotje, fijngesnipperd
ferme slok droge, witte wijn
bosje dille, fijngehakt
1,5 dl (neutrale zelfgemaakte) groentebouillon

Bereidingswijze:
Begin met het smoren van de venkel. Doe een ferme klont boter in een pan met een drupje water. Voeg de venkel toe en laat deze op zacht vuur langzaam stoven. Schep regelmatig om. Persoonlijk doe ik er graag nog een scheutje Pernod bij, maar ik ben dan ook een drankorgel 😉

Verwarm de oven op 180°. Leg de visfilets in een ovenschaal en bestrijk ze aan beide zijden met olijfolie. Strooi er peper en zout over en zet in de oven voor circa 15 minuten.

Fruit het sjalotje in een beetje olijfolie tot deze glazig is. Blus af met de witte wijn en laat dit mengsel vijf minuten zacht doorkoken. Voeg dan de groentebouillon en de dille toe en laat dit op een héél zacht vuur een beetje sudderen. Voeg zout en peper toe naar smaak.

Controleer de gaarheid van de vis door deze met een vork uit elkaar te duwen. Lukt dat, dan heb je de juiste cuisson. De kleur moet ondoorschijnend wit zijn.

Lepel een spiegeltje van de kruidensaus op een bord. Schep hierop de gestoofde venkel en leg tot slot de gare roodbaarsfilet erbovenop.

Wij aten dit met sobanoedels. Heerlijk spul om het visje en de kruidensaus mee weg te slobberen!

In de oven gegaarde roodbaarsfilet in een groene saus van dille met gestoofde venkel