Minder vlees eten doe je zo

Minder vlees eten

Elk zichzelf respecterend modern mens doet anno 2019 klakkeloos wat de media hen dicteert. Zo ontstaat vanzelf de hype. Mensen staan niet graag alleen met hun gedachtegang en sluiten daarom dolgraag bij de kudde aan. Dat is veilig en vertrouwd. Mocht je het mis hebben met de door jouw bedachte ideëen, dan kun je je heel gemakkelijk verschuilen achter de wollige rug van je mede-mak-schaap.

Enfin. U herkent in het bovenstaande natuurlijk de amateur-psycholoog in mij. Van de kouwe, vette grond ook nog eens. Toch zit er een kern van waarheid in. Je moet wel heel zeker van je zaak zijn – bijna arrogant zelfs – om iets totaal nieuws te introduceren. Gelukkig blijven er wel altijd lieden die hun nek uit durven steken en die de markt willen veroveren met hun hybride automobielen, cryptovaluta of via smartphone te bedienen van kleur wisselende verlichting.

“Minder vlees eten doe je zo” verder lezen

Meatless Monday

Meatless Monday

Naar aanleiding van het televisieprogramma De Wereld Draait Door college, waarin topkok Robert Kranenborg een culinaire ode bracht aan de Koe, haal ik onderstaand stukje van 29 juli 2011 opnieuw naar boven. Niet alleen omdat ik me helemaal kan vinden in de uitspraken van deze chef (weet wat je eet, kauw, eet minder maar beter vlees), waardoor het qua inhoud een bijzonder kritische en waardevolle uitzending werd, maar veel meer omdat in huize Eetplezier de vleesconsumptie sinds jaren niet zo laag is geweest. Ja, dat heeft natúúrlijk alles te maken met de talloze schandalen in de vleesverwerkende industrie en ook met een toenemend respect voor al het leven om ons heen. Ik ben intussen meer dan voor een Meatless Monday.

Naarmate het aantal gegeven jaren op deze aardbol toeneemt, krijgt het begrip sterfelijkheid steeds meer betekenis. En wil ik zuinig zijn op alles wat me dierbaar is. Dat geldt zeker voor al die oneindige, zwart-witte toonbeelden van Hollandsch welvaren die traag door oneindig laagland gaan (vrij naar Marsman).

Laten wij ze koesteren, die koeien. Laten wij kritisch blijven vragen naar de herkomst als we bij de slager een stukje vlees aanwijzen, laten we ook minder courante delen eten, maar laten we vooral de hoeveelheden vlees beperken. Twee keer per week is meer dan voldoende. Opdat de koe, het varken en de kip een dierwaardig leven kunnen leiden. Vrij, vrolijk, stressvrij, in nabijheid van hun soortgenoten. Geheel op een zelfde wijze, zoals wij, mensen, ook het liefst hun bestaan kleuren.

29 juli 2011 schreef ik dit:
De slager bij mij in de buurt gelooft stellig in zijn vak. Als verkoper, wel te verstaan. Precies dat is wat hij wil: verkópen. En wát hij precies verkoopt, maakt hem niet zo gek veel uit. Alles waar vraag naar is, ligt in zijn vitrine. Bijzondere specials heet dat dan.

Ik ben er niet nieuwsgierig naar en word er al helemaal niet hongerig van. Bijzondere namen wekken de suggestie de producten naar een hoger plan te kunnen tillen. Boomstammetjes. Pepersteaks. Pomodori haasjes. Het is niets anders dan bewerkt, vooraf gekruid en/of gemarineerd vlees. Gemaksvoer voor de “snelle eters” van vandaag. Het smaakt zout of pittig (of in het ergste geval zout én pittig tegelijk), dus is het lekker.

De Moderne Mens zit vreemd in elkaar, want naast het gemaksvoedsel is er momenteel ook een hang naar voedsel dat smaakt zoals het hoort te smaken. Biologisch en ambachtelijk, dat zijn de termen van vandaag. Aangezien de mens van vandaag de gehele wereld doorkruist, ziet, hoort en proeft hij van alles op vakantie, wat hij thuis op de bank ook wil eten. Iberico-vlees bijvoorbeeld. Veelal gegeten op doorreis in Spanje en Portugal. Mals, smakelijk vlees. Dat komt omdat de varkens ter plekke vrij kunnen rondscharrelen.

De Ibérico varkens worden in het voorjaar met fris gras gevoed. In de zomer krijgen ze een mengsel van gerst en tarwe te eten. En in de herfst, wanneer de eikels van de bomen vallen, eten ze daarvan liefst tot 10 kg per dag! Bovendien zorgt het vele bewegen ervoor dat het vlees een nootachtige smaak krijgt en dat er vet in het spiervlees wordt opgebouwd. Juist in het vet wordt de smaak geconcentreerd. Kortom: vlees zoals het vroeger smaakte.

Back to Basic is hip. En de slager bij mij in de buurt wil meegaan met zijn tijd. Dus ging hij Iberico vlees inkopen. De eerste paar weken wist ik niet wat ik zag! Hier, bij mij om de hoek, Iberico koteletjes! Enfin, Man en ik aten onze buikjes rond. Tsjonge, het vet droop langs onze kin, maar lékker …..

Totdat de slager merkte dat de omzet van zijn Iberico vlees niet zo hoog was, als hij had berekend. De gemiddelde klant vond het er nogal “gewoontjes” uitzien. Daar had de slager bij mij in de buurt wel wat voor! Chimichurri bijvoorbeeld.  Tex-Mex. Shoarma. Tok-Tok. Curry. Tandoori. Roept u maar! Zo werd de authentieke vleeskleur netjes bedolven onder een rode, gele of groene smurrie. De omzet steeg. Zowel de slager als de klanten waren tevreden.

Behalve dan die ene klant, in de vorm van mijn persoon. Het zijn vergeefse pogingen als ik voor de zoveelste keer informeer of er Iberico-koteletjes naturel zijn. Nee, mevrouw, alles op en hij wijst nadrukkelijk naar zijn vitrine. Ik moet ze bestellen, vindt de slager bij mij in de buurt. Dan kan hij er rekening mee houden dat ik ze “anders wil dan anders”.
Bestellen. Ja, ja. Zo gaat dat bij de slager van vandaag. Als je gemalen, kruidige, peperige, pittige, in dikke saus verpakte of van exotische namen voorziene vleesachtige dingen wil, kun je aanschuiven in de rij. Maar als je een stukje normaal vlees wil, is de slager bij mij in de buurt niet thuis. Toch gek, nietwaar?

Huisgemaakte spare-ribs

Huisgemaakte spare-ribs

“Zo, mevrouw Eetplezier, heeft u niet iets uit te leggen aan al uw vriendelijke en integere lezers? Hoe hypocriet en paradoxaal deze blogpost wel niet mag klinken bijvoorbeeld? U en uw huisgemaakte spare-ribs? Was u het toch die veelvuldig melding maakt van het feit weinig tot geen vlees meer te eten? Omdat uw spijsvertering deze zware hap niet langer adequaat weet te verteren, toch? En toch ook omdat u zich medeverantwoordelijk voelt voor al het leed in de dieronvriendelijke bio-industrie? Of omdat u, onder leiding van chef Ottolenghi, de “nieuwe vegetarisch eetcultuur” heeft herontdekt?

En wat zien uw eetmaatjes in amper twee weken tijd? Juist, twéé recepten voor dood beest. Is het in u in het hoofd geslagen? Of slaat u opeens alle gezondheids- en milieuwaarschuwingen in de wind? Is uw mental coach met langdurig verlof? Zijn al uw normen en waarden vervaagd of bent u misschien plotsklaps aan lager wal geraakt? Verklaar u nader graag`.

Euh, euh. Tja. Soms hè? Ik ben ook maar een gewoon Mensch. Ik kan er echt niets aan doen. Geloof ik. Het komt zo maar bovendrijven, die carnivorische trekjes. Het is niet tegen te houden. Herinneringen, weemoed, troost, mondvermaak, van dat soort dingen. Hellup, niet schieten, alsjeblieft ….. *verschuilt zich rap achter twee formidabele zijden Nigella-spek*

Totdat ik ze zelf maakte, dacht ik altijd dat je spareribs het beste in Chinese restaurants kon eten. Maar het thuis op tafel zetten van deze kluifjes heeft mijn mening daaromtrent totaal veranderd. Kleverig van de honing, maar zoutig scherp van de soja en de rijstazijn, met een aromatische nagalm van gember, kaneel, steranijs en vijfkruidenpoeder en opgediend met een fris, pittig strooisel van pepertjes en lente-uitjes, zijn ze zalig om lekker loom en kliederig van te snoepen. De ultieme beloning voor ongebreidelde gulzigheid. Ze zijn ook heerlijk met kant-en-klare zoete chilisaus (in plaats van de vers gehakte pepertjes met honing). Je kunt vaak hele zijden ribbetjes in de supermarkt krijgen en anders gewoon bij de slager.
(Bron: Nigella Lawson: Voor altijd zomer)

Huisgemaakte spare-ribs

Ingrediënten: (4 personen)

16 varkensribbetjes

voor de marinade:
4 eetlepels rijstwijnazijn
3 eetlepels sojasaus
2 rode pepers, gehakt
stuk van 5 cm verse gemberwortel, geschild en in dunne plakjes
2 eetlepels vloeibare honing
2 steranijzen
1 kaneelstokje, in stukjes gebroken
1 theelepel sesamolie
2 eetlepels arachideolie
4 lente-uien, grof gehakt

om te bakken:
2 theelepels vijfkruidenpoeder
2 eetlepels vloeibare honing

om te serveren:
2 rode pepers, fijngesnipperd
2 lente-uitjes, in dunne ringetjes

Stop de ribbetjes in een grote, afsluitbare, plastic zak, doe alle ingrediënten voor de marinade erbij, druk wat lucht uit de zak en sluit hem goed af. Kneed en schud de zak zodat alles goed gemengd wordt. Laat het vlees een hele nacht, maar ten minste een paar uur, op een koele plek in de keuken marineren.

Laat de ribbetjes de dag erna op kamertemperatuur komen. Verwarm de oven voor op 200° of gasovenstand 6.
Stort de gehele inhoud van de zak inclusief de ribbetjes in een braadslee.
Dek de braadslee strak af met aluminiumfolie en zet hem 1 uur in de oven.

Haal daarna het folie eraf, strooi het vijfkruidenpoeder over het vlees en schep de honing erover.
Zet de ribbetjes nog 30 minuten in de oven.
Haal de braadslee er halverwege uit om de stukjes te keren, zodat ze ook aan de onderkant mooi geglaceerd en plakkerig worden.
Pas op dat ze niet verbranden: ze kunnen in 10 minuten krokant en glanzend bruin zijn!
Haal de ribbetjes uit de braadslee, leg ze op een grote schaal en strooi er de gehakte pepertjes en lente-uitjes over.

Huisgemaakte spare-ribs

Vegetarische zuurkoolschotel

Vegetarische zuurkoolschotel

Eén van de goede voornemens van het nieuwe jaar is meer vegetarische maaltijden te maken. Zo gemakkelijk is dat niet, als er alleen nog een pakje zuurkool in je koelkast ligt. Gelukkig biedt heden ten dage Google uitkomst. Na wat googlen en recepten vergelijken kwam ik tot de volgende samenstelling voor een vegetarische zuurkoolschotel.

Het is echt even wennen aan het idee. Bij zuurkool hoort gewoon vlees. Of dat nu speklapjes zijn of rookworst. Maar goed, een mens moet met zijn tijd meegaan. Dus probeer ik vandaag deze vegetarische variant op de zuurkoolschotel.

Vegetarische zuurkoolschotel

Ingrediënten:
1 kg aardappelen
1 ui
25 gram boter
500 gram naturel zuurkool
200 ml witte wijn (mag best een klein zoetje hebben)
creme fraiche
200 gram blokjes belegen kaas (ik gebruikte Old Amsterdam)
4 bananen
50 gram geraspte kaas
versgemalen zwarte peper

Bereidingswijze:
Verwarm de oven voor op 200°.
Kook de aardappelen met zout in weinig water gaar.

Verhit de boter in een braadpan en bak hierin de ui aan. Voeg de zuurkool toe en laat die even meebakken. Afblussen met de wijn en laat het met de deksel op de pan 50 minuten stoven.
Voeg de crème fraiche bij de zuurkool en laat het een paar minuutjes zacht meekoken. Voeg indien nodig naar smaak versgemalen peper toe.

Knijp de aardappelen door een pureeknijper en meng met wat melk en boter.
Leg in de ingevette ovenschaal 1 laag puree, het zuurkoolmengsel (vermengd met de 200 gr blokjes belegen kaas) , daarover plakjes banaan, nog een laag puree en weer een laag banaan met de geraspte kaas.

Laat de schaal in circa 45 minuten warm en bruin worden.

Vond ik het lekker? Njah …. het was voor mij de allereerste keer dat ik zuurkool met kaas en banaan at. Ik miste het knapperige vet van een stukje spek. Of van die sappige rookworst. Maar wie het dierenleed wil verminderen, moet zelf een beetje pijn lijden. Goed bezig, zeg ik dapper tegen mezelf.

Plenty

Cover Plenty van Yotam Ottolenghi

Meteen bij de eerste blik op de goudkleurige letters op de maagdelijk witte kaft van Plenty wist ik dat ik verkocht was. Toen ik daarna ook nog ‘ns de naam Yotam Ottolenghi zag staan, tastte ik al voorzichtig naar mijn portemonnee. Wat een magnifiek boek is dit! Een vegetarisch kookboek zonder de geur van geitenwollen sokken, zonder de afschuwelijke vleesvervangers als tahoe en tofu, maar barstensvol recepten met groenten, granen en kaas. En dat allemaal te zien op werkelijk schitterende foto’s.

In tegenstelling tot de meeste vegetarische kookboeken, die over het algemeen nogal saai zijn, heeft Ottolenghi in Plenty een sjieke twist weten te geven aan zijn recepten. Hij weet het alledaagse minder alledaags te maken, dat is bijna kunst met een grote K.

Yotam Ottolenghi zit bepaald niet stil op culinair gebied. Zo heeft hij een restaurant en een aantal eetwinkels in Londen. Zijn originele gerechten met groenten en granen bleven niet onopgemerkt, waardoor hij door Guardian gevraagd werd om vegetarische columns te schrijven voor hun weekendbijlage. Plenty is deels een verzameling van deze gepubliceerde recepten, gecombineerd met nieuwe gerechten.

Door de vele, niet al te moeilijke gerechten is dit boek zeker een aanrader. Het is fijn om een boek in handen te hebben waarbij je niet om de vlees- en visgerechten heen hoeft te lezen en wat uitdaagt om verder te denken dan een quiche of salade. Daarbij is de kans bijzonder groot dat je na het lezen direct naar de markt wil gaan om vervolgens een heel weekend in de keuken door te brengen.