Gado gadosaus de milde smaakmaker

Diverse groenten met gado gadosaus

Oh meisjes (en jongens), wat ben ik toch gek op de Indonesische keuken! Eigenlijk zou ik elke dag wel gestoomde, witte rijst willen eten met een pittig gekruid gerecht ernaast. Het hoeven voor mij echt geen uitgebreide rijsttafels zijn te zijn. Zo’n kommetje dampende rijst met een eenvoudig groente- of vleesgerecht maakt me al blij genoeg. Sommige gerechten uit de Indonesische keuken blijven terugkomen in huize Eetplezier. Waren het vroeger veelal de vleesgerechten die gretig aftrek vonden, vandaag de dag zijn ook de groentegerechten populair. Gado gado bijvoorbeeld. Geblancheerde en/of rauwe groenten, overgoten met een smakelijke saus. Het is eigenlijk een gerecht van niks, alleen wat groenten (wel ideaal om alle restjes groenten in te verwerken), maar uiteindelijk máákt de saus het gerecht tot iets wat je vaker wilt eten. 

De saus heet dus gado gadosaus en beslist geen satésaus. Het verschil zit ‘m in de kokosmelk die je toevoegt aan gado gadosaus. Even afgezien van de hoeveelheid pepers die je gebruikt, ontstaat dus in beginsel een milder resultaat dan bij de traditionele pindasaus. Ik maak het al jaren als volgt.

Gado gadosaus

Fruit een paar fijngewreven tenen knoflook met 2 à 3 sjalotten zachtjes aan 1 eetlepel zonnebloemolie.
Doe er op het laatst een theelepel geraspte gember, een theelepel koriander, 1 theelepel laos en 1 (of twee, of drie) fijngesneden chilipeper(s) toe. Laat nog even meebakken.

Rooster 200 gr ontvliesde, ongezouten pinda’s in 6 tot 8 minuten in een tot 190˚ verwarmde oven. Laat ze afkoelen en maal ze in een keukenmachine fijn.

Voeg 1/2 dl sojasaus, 2 eetlepels palmsuiker (of bruine suiker), het sap van 1/2 limoen, 1 theelepel zout en het gebakken sjalottenmengsel toe.

Draai er een gladde massa van, voeg 4 dl kokosmelk toe en draai het opnieuw glad. Verwarm het op een zacht vuurtje.

Serveer deze saus over geblancheerde of rauwe groenten, zoals sperziebonen, wortel, paprika en komkommer. Van oorsprong worden de groenten lauw of koud gegeten, maar ik geef zelf de voorkeur aan warme groenten. Je kunt alle groenten gebruiken die jij lekker vindt. Eet het met gekookte rijst, eventueel een vleesgerecht, met wat kroepoek en natuurlijk een koel glas bier of een kruidige wijn.

Gewokte groenten met pindasaus

Creuset wok met gewokte groenten



Jan Petat. Ik wil deze term nogal eens uit mijn mond laten vallen na een overvolle week, als ook de zondag niet mee wil werken. Jeez, de storm buldert deze dag met volle kracht door mijn straat en beukt met fijne slagregens tegen de ramen. Het is géén weer.

De enkele verdwaalde die zich buiten waagt, kijkt met een zuur vertrokken bekkie. Kin op de borst om zoveel mogelijk natuurgeweld te ontwijken. Bah. Terwijl ik juist zo’n behoefte heb aan een lange, frisse wandeling door de bossen. Er zit niets anders op dan binnen te blijven. Daar is het heerlijk windstil. En warm.

Ik haak verder aan het wollen vestje waar ik een week geleden heel fanatiek aan wilde beginnen, maar waarvan ik na bestudering van het patroon toch enkele dagen nodig had om te begrijpen hoe het in elkaar stak. Twee zeshoeken die je dubbel moet vouwen om een vestje te fabriceren. Ga er maar aan staan. Eerst vouwde ik papiertjes. Toen kwamen er stoffen lapjes aan te pas. De vraagtekens boven mijn hoofd werden er niet minder om. Hulptroepen werden ingeschakeld. Een kluns voelde ik me. Iedereen die een béétje creatief is, snapt dergelijke dingen direct. Kennelijk mis ik een noodzakelijk gen voor dit soort zaken. Nee, aan ruimtelijk inzicht heeft het mij gelukkig nooit ontbroken. Laat mij een olifant tekenen en het wordt vanzelf een fluitketel. Gelukkig is intussen alles duidelijk. En het wordt leuk, heel leuk.

G. en ik slobberen een staartje riesling weg, die overgebleven is na de Elzasser zuurkoolbereiding van gisteren. Ieuw! Niet bepaald ons smaakje. In de zuurkool is-ie heerlijk, wil ik ook niets anders dan deze, maar zo “kaal” draait het een nogal stroef walsje tegen ons gehemelte. Helden als we zijn, drinken we manmoedig door.

We keuvelen wat over een nieuwe thermostaat, want ja, zo’n ding op afstand via je foon of tablet kunnen bedienen, heeft toch wel wat. Bovendien is dat ding van ons antiek. Weliswaar programmeerbaar (waar ik elke dag tijdens het opstaan nog dankbaar voor ben) maar wel via een heel erg ingewikkeld cryptisch menu. Je moet er maar verstand van hebben om daar een halve graad in te wijzigen. Inzicht heb je er voor nodig. Drie keer raden wie dat heeft in huize Eetplezier.

Gelukkig blijven er ook nog simpele dingen in het leven. Zoals groenten wokken en pindasaus maken. Dus wijd ik me daar maar aan. In mijn spiksplinternieuwe wok van Creuset. Een fantastisch ding! Gekocht bij – hoe kan het ook anders – de mooiste en gezelligste kookwinkel van heel zuid-west Nederland: Bianca Bonte.

Gewokte groenten met pindasaus

Achtereenvolgens komen aan bod ui, wortel, puntpaprika en paksoi. Daar voeg ik niet teveel toeters en bellen aan toe, omdat ik alle kruiderij in de pindasaus stop. Eerst een uitje en 2 à 3 knofjes bakken. Slow! Dan een theelepel gemberpoeder, laos, koriander (ketoembar) en sambal naar smaak toevoegen. Wederom slow, want anders verbrandt het zaakje. Beetje water erbij, dan de pindakaas toevoegen: drie à vijf volle eetlepels. Blijven roeren. Zodra het te dik wordt, ga je kokosmelk toevoegen. En maar blijven roeren. En kokosmelk (of af en toe een beetje water) toevoegen. Afmaken met een scheut neutrale ketjap, gembersiroop en het sap van een halve limoen. Misschien een beetje zout erbij voor de liefhebbers. Inkoken tot de gewenste dikte. Kijk maar wat jij ervan brouwt. Dit is de gemakkelijke manier, misschien vind jij het op een andere wijze veel lekkerder-der-der. Vertel het me gerust hieronder.
Lekker met droge, witte basmatirijst, zoetzure komkommer en emping.

Tussen alle windvlagen door schreef ik ook nog een versje. Beetje melancholisch misschien. Ik gun het mezelf.

Winterdagdroom

In het element, denk ik. De lichtjes op een rij.
Zalm-komkommerhapjes in aangename overvloed.

Jammer dat hij er niet is. En zij. En zo
nog een paar. Gebeeldhouwd in het hoofd.
Natuurlijk. Het enige dat blijft.

Zoef, zoef, glijdt de auto over zwart satijn.
Ergens zijn de straten afgezet.

Er is geen reden tot paniek. Dit is binnen.
Hier kan niets gebeuren.

Het is hier stil. Stiller. Stilst.
Op het klikken van de thermostaat na.
Hoe meer lege glazen hoe meer verleden.

En in dat ene uur leer ik. Over kracht en kwetsbaarheid.
Over welverdiende kalmte en vernietigend verliezen.
Over hoog en droog daarboven.
Geen vuurwerk. Geen full-color festival.

Ik troost me. Zolang er weten is, is er leven.

Creuset wok met gewokte groenten