Snelle flapjacks op de manier van Mary Berry

Snelle flapjacks

Kijk, je hebt gezond en iets minder gezond. Beter gezegd: ongezond. Van het eerste mag/moet je véél eten en van het tweede wat minder. Veel minder eigenlijk. Maar al die keren dat je iets ongezonds naar binnen werkt, laat het dan in vredesnaam wel van goede kwaliteit zijn. Zelfgemaakt, zonder onnozele kunst- en hulpmiddelen. Met echte roomboter uiteraard, zoals in deze snelle flapjacks.

En ja hoor, wees vooral niet ongerust: deze lekkernij is echt vet. Dat kun je al zien aan de verhoudingen in het recept. Doet er niet toe, gewoon lekker opsnoepen die handel. En van genieten natuurlijk. Bak deze flapjacks niet te lang, want dan worden ze hard en donker. Ze horen lekker chewy te zijn. Zoet, vet met een beetgare bite. En o, de havermout erin zorgt voor het opheffen van al die ongezonde tegenhangers. Toch? Zeg volmondig Ja en je gaat er vanzelf in geloven … 😁

Snelle flapjacks

Ingrediënten: (24 stuks)
225 gr boter
225 gr ruwe rietsuiker
75 gr golden syrup
275 gr havermout

Bereidingswijze:
Verwarm de oven voor op 160˚.
Vet een ondiepe bakvorm of braadslede van 30 x 23 cm in en bedek de bodem met bakpapier.

Smelt de boter in een grote pan met de suiker en golden syrup.
Roer de havermout door het mengsel.
Meng het geheel goed, doe het in de bakvorm en druk het goed aan met een glaceermes of de achterkant van een lepel.

Bak het mengsel tot het goudbruin is, afhankelijk van je oven kan dat variëren van 20 tot 35 minuten.
Haal het uit de oven en laat het 10 minuten afkoelen.
Snijd er 24 flapjacks uit en laat deze in de bakvorm volledig afkoelen.

Als je er graag wat chocolade door hebt, dan ga je als volgt te werk.
Laat het mengsel afkoelen, nadat je de havermout hebt toegevoegd.
Roer er 100 gr pure chocoladestukjes door.
Doe het mengsel in de bakvorm en volg het recept.

Bron: Mary Berry’s bakbijbel

Amandelkoekjes à la Mary Berry

Amandelkoekjes

Laten we op deze koude en sombere dag maar gewoon vrolijk verder gaan in de race van zelfgebakken koekjes. Het duurt immers, zoals elk jaar rond deze tijd, nog zo ontiegelijk lang alvorens de eerste tekenen van het voorjaar zichtbaar zullen zijn, dat een beetje bakafleiding ons goed zal doen. En bovendien: wat zijn ze lekker, koekjes die vers uit de oven komen! Het gevaar bestaat daardoor natuurlijk wel dat je ze achter elkaar opeet, maar gelukkig heb ik een ijzeren discipline. Ik hoop jullie ook. Want echt, het mondgevoel dat deze vlinderlichte, knapperige amandelkoekjes teweegbrengt is bijna onweerstaanbaar. Vertrouw dan ook op je gezond verstand!

Amandelkoekjes à la Mary Berry

Ingrediënten:
75 gr zachte boter
75 gr fijne tafelsuiker
50 gr tarwebloem
1 groot eiwit
75 gr fijngehakte, geblancheerde amandelen

Bereidingswijze:
Verwarm de oven voor op 200˚. Vet twee bakplaten licht in.

Klop de boter en suiker licht en romig in een kom.
Zeef de tarwebloem bij het eiwit, meng het geheel door elkaar en roer het mengsel dan met de amandelen door het botermengsel.
Schep steeds 4 theelepels van het mengsel tegelijk op de bakplaten, zodat ze flink kunnen uitlopen.

Bak de koekjes 6-8 minuten tot ze bruin zijn langs de kanten, maar niet in het midden. Haal ze uit de oven.

Als je er fraai gevormde tuiles (halfronde tubes) van wilt maken, schep je ze nu met een glaceermes van de bakplaten en laat ze uitharden over een deegrol of ander ronde cilindervorm.

Persoonlijk heb ik dat niet gedaan. Smaak zit in het koekje gebakken, niet in de vorm. Flauwekul! Voor de ware bakkunstenaars onder jullie is de vorm natuurlijk wel van belang. Eventueel kun je ze op deze manier ook vullen met slagroom.

Amandelkoekjes

Citroen- of sinaasappelkoekjes

Schaal met citroenkoekjes

Als ik me één ding heb voorgenomen in het voor ons liggende jaar, is het wel nooit meer koekjes te kopen in de supermarkt. Deze wanproducten van de voedingsmiddelenindustrie smaken bijna altijd naar natgemaakt en met de föhn droog geblazen karton. Of naar te grote hoeveelheden glucosestroop, waardoor ze een bijzonder nare bijsmaak krijgen en in het ergste geval lijkt het hoofdbestanddeel te bestaan uit afgewerkte castorolie. Dit laatste zijn de zogenaamde “slechte vetten”. Heeft in de verste verte niets te maken met de smaak van pure roomboter, zoals in deze citroen- of sinaasappelkoekjes.

Bovendien is er totaal geen noodzaak om deze “misbaksels” te kopen, eenvoudigweg omdat er weinig zaken simpeler zijn dan koekjes bakken. Met een handje bloem, boter, suiker en af en toe een ei, ben je al een heel eind op weg. O ja, een uitsteekvormpje is handig, hoewel dat alleen cosmetische oppoetserij is, want een glas met een scherpe rand werkt net zo goed. En het vermelden waard is wel dat het zelfs mij lukt eetbare koekjes uit de oven te krijgen. En dat zegt toch aardig wat, nietwaar?

Onderstaand recept voor citroen- of sinaasappelkoekjes lijkt door zijn kruimelige textuur erg veel op het Britse shortbread. Deze textuur komt door het hoge vetgehalte die de boter in het recept met zich meebrengt. De kruimelige textuur is het resultaat van het vet dat de vorming van lange eiwitten (gluten) remt.

Citroen- of sinaasappelkoekjes

Ingrediënten:
100 gr zachte boter
50 gr fijne tafelsuiker
150 gr zelfrijzend bakmeel
rasp van 1 citroen of sinaasappel

Bereidingswijze:
Verwarm de oven voor op 180˚. Vet twee bakplaten licht in.

Doe de boter in een kom en klop hem zacht. 
Klop geleidelijk de suiker erdoor, gevolgd door het bakmeel met de gewenste rasp.
Vorm met je handen een samenhangend deeg van het mengsel.
Maak van het deeg 16 ballen ter grootte van een walnoot en plaats die met genoeg tussenruimte op de bakplaten.
Doop een vork in wat water en druk de balletjes ermee aan.

Bak de koekjes 15-20 minuten tot ze lichtbruin zijn.
Ze lijken licht, maar als je ze langer bakt, worden ze te droog.
Haal ze van de bakplaat en laat ze afkoelen op een rooster.

De koekjes zijn heerlijk bros, alleen mocht de specifieke smaak van citroen echt wel intenser zijn, wat mij betreft. Een volgende keer doe ik er de zest van 2 citroenen in.

Tip: je kunt er ook chocoladekoekjes van maken. Gebruik dan 120 gr zelfrijzend bakmeel en 15 gr cacao. 

Bron: Bakbijbel – Mary Berry

 

Schaal met citroenkoekjes

Appel-abrikozencake

Appel-abrikozencake

Best vreemd, zo’n aanval van ontzettende trek in iets zoets. Voor mij althans. Want in tegenstelling tot de meeste hartige zaken, waaraan ik me verlekkerd kan vergapen, zijn de meeste zoetigheden niet aan mij besteed. Of het nu kleverige nutella muffins, machtige banoffee pie of smeuïge cheesecake betreft, ik transformeer er ogenblikkelijk van tot een opgeblazen ballon. Dat voelt niet fijn en bovendien is het calorie-technisch ook niet helemaal oké te noemen. En als het dan een keer zoet moet, geef mij dan maar een eenvoudig, maar lekker plakje cake. In deze appel-abrikozencake zit, zoals de naam al doet vermoeden, ook nog wat fruit verwerkt. Dat maakt de cake heerlijk fruitig van smaak. Gezond mag ik zeker niet zeggen?

Het recept komt opnieuw van good old Mary Berry, de meest bekende taarten- en koekjesbakster van het gehele Engelse Koninkrijk. Natuurlijk kent iedereen haar ook als jurylid van The Great Britisch Bake Off, het Engelse equivalent van Heel Holland Bakt.

Appel-abrikozencake

Ingredienten:
250 gr zelfrijzend bakmeel
1 theel bakpoeder
225 gr fijne tafelsuiker
2 grote eieren
½ theel amandelextract
150 gr boter, gesmolten
225 gr appels, geschild en in dikke plakken gesneden
100 gr ready-to-eat abrikozen, in kleine stukjes
25 gr amandelschilfers

Bereidingswijze:
Verwarm de oven voor op 160˚ (hetelucht 150˚).
Vet een diepe, ronde springvorm met een diameter van 20 cm in en bedek de bodem met bakpapier.

Doe het meel, de bakpoeder, suiker, eieren, het amandelextract en de boter in een grote kom.
Meng alles goed door elkaar en klop het mengsel 1 minuut grondig door.
Voeg de appels en abrikozen toe en meng ze zacht door het mengsel met een lepel.

Schep het mengsel in de bakvorm, strijk het voorzichtig glad en strooi de amandelschilfers erover.
Bak de cake 1-1½ uur tot hij goudbruin en stevig is en loskomt van de randen van de bakvorm.
Laat hem een paar minuten in de bakvorm zitten.
Haal hem dan uit de vorm, verwijder het bakpapier en serveer de cake lauwwarm.

Bron: Bakbijbel – Mary Berry

Hartige scones met cheddar à la Mary Berry

Hartige scones met cheddar

Zondagmorgen. Eindelijk! De bereiding kan beginnen. Van de soep. Al vanaf de eerste aanblik van de romige prei-mosterdsoep  op het blog I am cooking with love van Tessa Zijlstra, had ik er zo’n geweldige trek in gekregen. Ik kon niet wachten om deze soep te gaan maken. En nu is het eindelijk zover. Soep maken, in welke versie dan ook, is altijd leuk. Ik neurie er een Sinterklaasliedje bij …..Nadat de klus geklaard is, banjer ik wat heen en weer door het huis. Pers een verfrommeld wollen truitje weer netjes glad en draagbaar, lees vijf bladzijden in Judas (jawel, het boek van zussie Holleeder), red een plantje van de dorstdood en pieker ondertussen wat ik eens bij de soep van die avond wil eten.

Good old Mary Berry tovert de oplossing tevoorschijn in haar Bakbijbel: hartige scones! Ik zei het al vaker, bakken is voor mij een soort van hogere wiskunde waarvan het gegoochel bij mij vaak een slechte afloop kent. Gelukkig gaat het bij scones meestal niet om het uiterlijk, als de binnenkant maar lekker luchtig is. Ik had de zoete variant al eerder gemaakt en die waren prima te hachelen. Heel veel kon er dus niet aan mislukken. Dacht ik. 

Dat het een tikje kleverige substantie werd, wist ik me nog te herinneren. Dat het dusdanig ernstig plakkerig zou worden, dat ik én mijn handen én het aanrecht én alles wat zich in de directe omgeving bevond, zou gaan ondersmeren wist ik toen nog niet. “Niet te moeilijk over doen en zeker niet te lang kneden”. Ik hoor het alle bakkunstenaars in mijn oren fluisteren, terwijl ik me probeer te concentreren om een enigszins werkbaar deegje te krijgen. Het lukt me niet. Alles plakt en kleeft aan elkaar. Nog maar wat bloem erbij. En nog wat. Opnieuw het recept nalezen.

Nee hoor, geen fout gemaakt. Met het speciale geribbelde scones-uitstekertje probeer ik alsnog een fatsoenlijk rondje uit te steken, iets wat uiteraard niet lukt. Met veel acrobatiek lukt het me nog net om een tiental flodderige rondjes op het bakblik over te brengen. Hup, vlug de oven in met die slappe hap. En jawel hoor, ze rijzen en rijzen. Weliswaar zal ik met het eindresultaat nooit de eretitel Meesterbakker behalen, maar lékker waren ze verdorie wel! Ik zeg met volle overtuiging: proberen maar. Het is met scones zoals met alles in het echte leven: uiterlijk is van ondergeschikt belang, als de binnenkant maar in orde is. 

Hartige scones met cheddar

Ingredienten:
225 gr zelfrijzend bakmeel
½ afgestreken theel zout
½ afgestreken theel mosterdpoeder
½ afgestreken theel cayennepeper
1 afgestreken theel bakpoeder
25 gr boter
150 gr geraspte cheddar
1 groot ei
beetje melk, om te bestrijken

Bereidingswijze:
Verwarm de oven voor op 220˚. Vet een bakplaat licht in.

Doe het bakmeel, zout, mosterdpoeder, cayennepeper en bakpoeder in een grote kom.
Wrijf met je vingers de boter door het mengsel tot het kruimelig is.
Roer er 100 gr van de geraspte kaas door.

Klop het ei in ene maatbeker en voeg melk toe tot je 150 ml mengsel hebt.
Roer het eimengsel door de droge ingrediënten tot je een zacht, maar niet kleverig deeg hebt.

Leg het deeg op een met bloem bestoven werkvlak en kneed het licht.
Rol het uit tot het een dikte heeft van 1-2 cm dik.
Druk een sconesvorm recht in het deeg (zonder te draaien) en til hem er recht weer uit. (Zo rijzen de scones gelijkmatig in hun vorm).
Druk het resterende deeg tegen elkaar, kneed het licht, rol het uit en steek er nog meer scones uit.

Leg de scones op de bakplaat en bestrijk de bovenkant met wat melk en strooi er de resterende kaas over.
Bak de scones in 10-15 minuten tot ze goed gerezen en goudbruin zijn.
Eet de scones zo vers mogelijk, dan zijn ze op z’n lekkerst.

Haverkoekjes met amarenakersen

Koekjes bakken is de meest ultieme manier om te ontsnappen aan het vieze, druilerige weer dat momenteel heerst. We schrijven midden november; buiten is het grijs, nat en erg winderig. Zelfs mijn dierbare molentje waar ik elke dag op mag kijken vanuit mijn huiskamer, laat zijn wieken troosteloos hangen.

Reeds om half twee doe ik een aantal schemerlampjes aan, een zekere mate van lichtheid maakt sombere dagen draaglijk. Vrijwel meteen ontstaan er flashbacks in mijn hoofd. Een pluchen tafelkleed, het half afgemaakte vlooienspel, flakkerende waxinelichtjes van Verkade, de goedgevulde kolenkit, ijsbloemen op mijn slaapkamerraam, The Comedy Capers op televisie en warme wintergeuren als zoete stoofpeertjes. Het geluk dat toen zo gewoon leek, maar op dagen als vandaag zo onbereikbaar ver weg lijkt. Kom op, vrouw Eetplezier, zo erg is het allemaal niet. Aan de slag!

Haverkoekjes met amarenakersen

Deze ouderwetse haverkoekjes zijn oorspronkelijk voorzien van bigarreaux: felgekleurde gekonfijte kersen. Je kent ze vast nog wel van het obligate schaaltje appelmoes waar bovenop een knalrode bigarreau prijkte. Omdat deze kersen behoorlijk wat kleurstof bevatten, heb ik gekozen voor amarenakersen. Net zo lekker en stukken minder ongezond. De koekjes zijn heerlijk bros en dus ook kruimelig. Eet ze dan ook het liefst binnen een paar dagen op. 

Ingrediënten:
225 gr zachte boter
175 gr fijne tafelsuiker
2 grote eidooiers
1/2 theelepel vanille-extract
275 gr zelfrijzend bakmeel
50 gr havermout
12 amarenakersen

Bereidingswijze:
Verwarm de oven voor op 190˚. (Hetelucht 175˚). 
Bedek 2 bakplaten met bakpapier.

Doe de boter, suiker, eidooiers, vanille-extract en het bakmeel in een kom en klop het geheel tot een zacht deeg.

Verdeel het deeg in circa 36 porties. Vorm balletjes van de porties en rol deze door de havermout tot ze bedekt zijn.
Druk de balletjes licht aan (bijv met de onderkant van een glas).
Snijd de kersen doormidden en leg een halve kers op elk koekje.
Verdeel de deegballetjes over de bakplaten.

Bak de koekjes circa 20 minuten tot ze goudbruin zijn.
Laat ze enkele minuten op de bakplaten liggen en laat ze daarna afkoelen op een rooster.

Bron: Mary Berry’s Bakbijbel

Haverkoekjes op een rooster