Mexicaanse tortillataart à la Estée Strooker

Mexicaanse tortillataart

Stapelen is het nieuwe rollen. Zo’n stapel heet dan plotseling taart: Mexicaanse tortillataart. Omdat er mais in zit en kidneybonen, denk ik. En o ja, tortilla’s natuurlijk. Het moet allemaal niet gekker worden. Enfin, een mens kan niet aan alle nieuwigheden voorbij gaan, dus werd er in huize Eetplezier ook gestapeld tot er een compact, eetbaar bouwwerk ontstond. Goed te eten, hoor, zo’n tortillataart! Gemakkelijk ook. Want zo’n goed gevulde oproltortilla eten staat voor mij synoniem met steltlopen op een elastieken koord. Intimi weten wat dat in mijn geval betekent. Niet te doen. Ik zeg dus: stapelen maar, die tortilla’s!

Mexicaanse tortillataart

Ingrediënten: (4 pers)
6-8 tortilla’s
2 maïskolven (of een blik als je het jezelf gemakkelijk wil maken)
1 blik kidneybonen
1 rode ui
1 teentje knoflook
1 rode peper
1 aubergine
1/2 limoen
150 gr harde cheddar
200 gr jonge kaas
200 ml zure room
1 eetl gerookt paprikapoeder
1 eetl komijnzaad
1/2 eetl korianderpoeder
mespunt cacaopoeder
mespunt kaneel
olijfolie om in te bakken

Bereidingswijze:
Breng een pan met water en zout aan de kook en kook de maïskolven in circa 25 minuten gaar.

Verwarm de oven voor op 170˚.
Pel en snipper de ui. Pel de knoflook en snijd hem fijn. Snijd de rode peper in dunne ringetjes en de aubergine in kleine blokjes.

Verhit een scheut olijfolie in een grote koekenpan en fruit de ui, knoflook en peper. Voeg de specerijen toe en fruit deze een paar minuten mee (oppassen voor verbranden!).

Voeg opnieuw olie toe aan de pan en bak de aubergineblokjes met zout en peper, tot ze zacht en geslonken zijn.

Snijd intussen de maïskorrels van de kolven, spoel de kidneybonen en laat goed uitlekken. 
Rasp de schil van de halve limoen.
Voeg de mais en de kidneybonen toe aan het auberginemengsel en bak nog 5 minuten.
Breng op smaak met de limoenrasp.
Rasp de beide kazen.

Vet een spring- of quichevorm in met een beetje boter en bedek de bodem met een tortilla.
Bestrijk de tortilla met een laagje zure room.
Schep een laag vulling erop en bestrooi met de geraspte kazen.
Herhaal deze stoppen tot de springvorm vol is.
Sluit af met een tortilla met daarop een laag zure room en geraspte kaas.
Bak de tortillataart circa 30 minuten in de oven.

Bron: Vlees noch vis: Estée Strooker

Chili con carne met black-eyed bonen en mais

Bowl met chili con carne



Warm eten biedt troost. Ik geloof er heilig in. Vooral in tijden van dichtgevroren sloten, druipneuzen en meer van dat soort ongein. Jullie wisten het al langer: it’s not my cup of tea. Kortom: een bordje troosteten kan een mens in deze tijd van het jaar goed gebruiken. Zeker als het prettig pittig is. Deze chili con carne is daar een goed voorbeeld van. Je maakt ‘m zo heet als je zelf wilt natuurlijk. Mijn G. kiepert er rustig nog drie grote stralen sriracha overheen. Dat gaat mij dan weer net te ver.

In dit recept voor chili con carne wordt een kruidenmelange van Jonnie Boer gebruikt. Je-weet-wel: die veel te dure blikjes, weliswaar bijzonder smakelijk, maar wat Jonnie kan, kan ik ook. Kwestie van het etiket bestuderen, je eigenste kruidenverzameling en een beetje gezond verstand erbij pakken en mengen maar. Appeltje-eitje! Al-Andalus bestaat uit komijnzaad, koriander, gerookte paprika, venkel, oregano, anijs, laurier en zwarte peper. Behalve de laurier doe ik van alles 1 theelepel in mijn vijzel en stamp het fijn. Laurier gaat later gewoon in de pan. In plaats van de zwarte peperbollen gebruik ik cayennepeper-peper. Voor de broodnodige pit.

Chili con carne met mais

Ingrediënten: (4 personen)
4 rode uien
3 paprika’s: rood, groen, geel
500 gr rundergehakt
2 eetl Al-Andalus specerijenmelange (of je maakt het zelf, zoals ik)
1 blikje maïskorrels (150 gr)
1 blik kidneybonen (400 gr)
1 blik black eyed bonen (400 gr)
2 pakjes tomato frito
2 eetl zonnebloemolie

Bereidingswijze:
Snipper de uien.
Verwijder de steelaanzetten en zaadlijsten van de paprika’s en snijd het vruchtvlees in kleine blokjes.
(Als je, zoals ik, de velletjes niet goed kunt verdragen én ook meteen een extra smaakje aan het gerecht wilt geven, rooster je eerst de paprika’s ca 30 minuten in een voorverwarmde oven van 200˚. Stop ze daarna in een luchtdichte zak en verwijder de velletjes als ze afgekoeld zijn).

Verhit de olie in een grote braadpan en bak het gehakt met de kruiden, peper en zout in 10 minuten rul en bruin.
Voeg de ui en paprika toe en bak nog 5 minuten mee op middelhoog vuur.

Spoel ondertussen de bonen en mais af in een vergiet en laat uitlekken.

Voeg de mais, bonen en tomato frito toe aan het gehaktmengsel. Breng zachtjes aan de kook en laat het zo een tijdje pruttelen. Persoonlijk vind ik het lekker als alle smaken goed doortrekken, dus bij mij staat dit wel circa 30 minuten op het vuur.

Breng op smaak met peper en zout. Houd je van heel pittig? Voeg dan tabasco chipotle naar smaak toe.

Serveer er een ferme dot crème fraïche bij en wat zelfgemaakte guacamole. Eet er rijst bij of doe het mengsel in een vooraf gebakken tortilla.

Bron: ik vermoed een oude Allerhande

Vegaburger van kikkerwten, mais en paprika

Vegetarische burger

Als het om dromen, idealen of verlangens gaat, heb ik een rijk arsenaal aan fantasiebeelden voorhanden. Als ik een vleesloze maaltijd moet verzinnen, blijkt de fantasiebron plotsklaps te zijn opgedroogd. Mr. Ottolenghi biedt vaak uitkomst. Of Janneke Vreugdenhil. En soms schakel ik domweg over naar de blik-op-oneindig-modus. Dan scharrel ik maar wat. Gooi wat zaken bij elkaar die van oudsher al een perfecte match hebben, voeg nog iets extra’s toe en hoppa: aan táááfel!

Dat we, na dergelijke losgeslagen experimenten, elkaar om negen uur met ingevallen rammelbekjes van de honger zitten te beloeren, moge duidelijk zijn. Sjonge, wat is op dergelijke momenten al vaak de koelkast geplunderd, zoekend naar de laatste restjes kaas. Boterhammen met dik pindakaas zijn dan plotseling ook erg favoriet! Herkennen jullie het? Gelukkig …..

Gisteren was dat allemaal niet aan de orde. Gisteren maakte ik een heuse vegetarische burger. Van kikkererwten. Met mais, ui, paprika en knof. Lekker op een broodje met rucola en flink veel homemade tzatziki. Waarna onze buikjes geheel en al gevuld waren. Dat hoort zo bij een burger. Kijk maar eens naar de zelfgenoegzame smoeltjes van een willekeurige  McDonaldganger! Enfin, ik kan je dit alternatief van harte aanbevelen. Met dank aan Gijs, chef bij brasserie de Drvkkery, die dit alles weer bij elkaar wist te verzinnen.

Vegaburger van kikkererwten, mais en paprika

Ingrediënten (voor 4 burgers)
1 blik mais (310 gr)
1 blik kikkererwten (310 gr)
150 gr rode ui, fijngesneden
150 gr rode paprika, fijngesneden
2 tenen knoflook, fijngesneden en geplet
1 schep paneermeel of panko (het geheel moet niet te klef en niet te droog voelen)
1 tl zout
1 tl garam masala
½ tl gemalen komijn
½ tl chilipoeder
¼ bosje koriander, fijngehakt

Bereidingswijze:
De mais en kikkererwten in de blender malen of pureren. Maak het geheel niet al te fijn, er mogen best nog stukjes te zien zijn.
Fruit de knoflook, ui en paprika.
Meng dit, samen met de kruiden en het paneermeel of panko, door het kikkererwtenmengsel.
Vorm er vier platte burgers van. Dit gaat heel goed met behulp van een kookring, waarin je alles goed aandrukt.
Bak in olie op een zacht vuur tot beide zijden een mooi, knapperig korstje hebben.
Serveer op (al dan niet gegrild) brood met salade erbij.
Garneer met een flinke lepel tzatziki of een gebakken ei er bovenop.

Vegetarische burger

Herfstpannetje Bonne Femme

Bonne femme gerecht



Dit gerecht hoort eigenlijk gecombineerd te worden met karbonades of kip. Dan heet het kip Bonne Femme of varkensvlees Bonne Femme. Met periodes ben ik echter een fanatiek vleesverlater. Zeker als ik weer eens met mijn neus op de beroerde leefomstandigheden van onze kippen, varkens en runderen ben gedrukt. Dierenwelzijn is in Nederland een item waar we liever niet aan denken.

Bonne Femme dus. Zonder grote brokken vlees. Gemakshalve noem ik het nu maar herfstpannetje. Klinkt best smakelijk, vind ik. En dat was het ook. Om het nog enigszins de schijn van vlees mee geven, is er een ons ontbijtspek in verwerkt. Ja, hyprocriet, ik weet ‘t, maar ik ben ook maar een Gewoon Mensch. Auw, niet slaan, alsjeblieft!

Als je het combineert met een frisse salade heb je een heerlijk gerecht om na een gezonde dosis buitenlucht, hongerige magen mee te vullen en daarna moe en voldaan op de bank te ploffen.

Herfstpannetje Bonne Femme

Ingrediënten
1 ons (ongerookt) ontbijtspek in reepjes
1 ui, gesnipperd
1 teen knoflook
1 maiskolf gegaard
3 á 4 wortelen, in blokjes
2 stengels bleekselderij, in blokjes
250 gr. kastanjechampignons en vieren
4 à 5 grote aardappelen, in blokjes van 1 x 1 cm (pommes rissolées *)
fijngehakte peterselie

Bereidingewijze
Bak in een anti-aanbakpan het spek zonder toegevoegde boter knapperig en schep het daarna uit de pan.

Fruit ui en knoflook in het spekvet tot ze zacht zijn. Maak de pan opnieuw leeg.
Bak de champignons op hoog vuur en haal ook deze uit de pan.
Bak de wortelen en bleekselderij tot ze zacht zijn.
Veeg hierna de pan schoon en smelt een klont boter op halfhoog vuur.

Bak de (rauwe) aardappelblokjes eerst zachtjes tot ze een gedeelte van de boter hebben opgenomen, bak ze daarna langzaamaan wat harder. Je zult merken dat ze na een minuut of 10 gaan “zingen” en de boter bijna volledig is geabsorbeerd. Op dat moment zijn ze waarschijnlijk nog niet goudgeel. Zet het vuur lager en schep ze om tot ze de gewenste kleur hebben.

Voeg dan alle overige ingrediënten toe, inclusief de maiskorrels, en schep alles nog eens flink om. Niet te lang blijven husselen, want dan verliezen de aardappeltjes hun krokante korstje.
Bestrooi met fijngehakte peterselie.

* De term pommes rissolées leverde nog behoorlijk wat denk- en speurwerk op. Zoals ik al in een eerder artikel vermeldde, ben ik groot gebracht met voor die tijd een beetje bijzondere gerechten. Nooit werden er  thuis “gewone” gebakken aardappeltjes gegeten, d.w.z. voorgekookte aardappelen in schijfjes; altijd waren het de rauw gebakken dobbelsteentje. Dat de officiële term er voor niet in mijn culinaire onderbewustzijn is blijven hangen, daar kwam ik pas achter toen ik dit recept wilde opschrijven.

Het verbaast me wel als mensen om me heen zeggen dat op deze manier de aardappelen niet goed gaar zouden worden. Ik heb er nooit moeite mee gehad. De blokjes worden altijd heerlijk goudgeel met een knapperig korstje. Maar zoals alles in het leven: zonder erin te investeren wordt het niets.