Slot Oostende Goes uitprobeerdagen

Slot Oostende Ridderzaal

“Eindelijk, ze zijn weer thuis”, kopt de Provinciale Zeeuwse Courant, als de twee metershoge schilderijen in Slot Oostende Goes arriveren. Afgebeeld staan twee illustere personen uit de Zeeuwse geschiedenis: Frank van Borsele en Jacoba van Beieren. Dit echtpaar speelt een belangrijke rol in de verhalen over deze historische locatie.  In opdracht zijn ze geschilderd door de Goese kunstenaar Reynier de Muynck, bekend om zijn fenomenale magisch-realistische werken.

Jacoba van Beieren schilderij

De twee drijvende krachten achter de wederopbouw van Slot Oostende zijn de dames Anita Maas en Yamina Abdoun. Vol ambitie en enthousiasme hebben ze hun ziel en zaligheid in dit project gestoken. Er is veel graafwerk verricht om de restanten van het kasteel bloot te leggen en een start te maken met de wederopbouw. Al in de ontwerpfase is er voor gekozen om originele restanten van het slot te combineren met nieuwe delen. 

Afgelopen week had ik eindelijk het genoegen om Goes’ nieuwste aanwinst te mogen bewonderen.  Nog vóór de officiële opening werd iedereen in de gelegenheid gesteld om kennis te komen maken met het slot. Middels voorintekening kon er voor deze “uitprobeerdagen” een plaatsje gereserveerd worden. Naast het bewonderen van het in oude glorie herstelde gebouw, kon er ook gegeten en gedronken worden tegen de helft van de prijs. Op een daartoe ontworpen formulier kon men alle lovende en tevens kritische kanttekeningen kwijt. Dat is een slimme zet van de dames Maas en Abdoun. Gebruik maken van feedback van je klanten, maakt je onderneming in potentie sterk. Bovendien schept het wederzijds vertrouwen.

Terug naar Jacoba en Frank. Vanuit hun omlijsting kijken ze met een ietwat minzame, maar waardige blik op me neer als ik de Ridderzaal betreed. Een mooiere plek kun je dit tweetal niet toewensen. Wat zijn ze samen een prachtig kunstwerk geworden! Evenals hun omgeving stralen ze authenticiteit en klasse uit. Oude en nieuwe elementen zijn stijlvol gecombineerd.

Niet veel later nip ik van mijn groen inspiratietheetje, dat geserveerd wordt als losse thee met bijpassend zeefje. Als doorgewinterde theeleut heb je daarmee direct al mijn hart gestolen. Losse thee is zoveel beter dan die vermaledijde hengel-hengelzakjes! De espresso van G. mist karakter, vindt hij. Of het komt door het iets te grote formaat kop, blijft even de vraag. 

Op deze snerpend koude winternamiddag is het heerlijk warm in Slot Oostende. Eerlijk gezegd had ik vooraf visioenen van onverwarmde doorkijkjes, tochtige hoekjes en kille vloeren. Een mens fantaseert wat af bij zo’n tot nu onbekende gelegenheid. Gelukkig blijkt niets van dit al. Ik voel me bijzonder comfortabel en behaaglijk in dit voormalige slot en vergaap me aan de ogenschijnlijk antieke details, die – als ik ze nog eens goed bestudeer – waarschijnlijk toch nieuw zijn maar van een oude look zijn voorzien. Hiervoor is een andere Goese creatieveling ingehuurd: Barre Verkerke.

Deze nog jonge ambachtsschilder is opgeleid in het toepassen van oude technieken, zoals hout- en marmerimitatie. Slot Oostende heeft dankbaar gebruik gemaakt van zijn kunstenaarschap op dit gebied. Het plafond en balken van de Ridderzaal zijn bijvoorbeeld in ere hersteld en heeft opnieuw een Middeleeuwse uitstraling. Alle vlakke (nieuwe) deuren mocht Verkerke naar eigen inzicht bewerken. Dit heeft geresulteerd in deuren met een koperbeslag, waarin een patrijspoort verwerkt zit met daarin – bedoeld als grap – dronken vissen. Waar oude en nieuwe elementen samenkwamen heeft Verkerke een natuurlijke overgang weten te creëren. Heel wat steentjes zijn gedecoreerd om ze zo natuurlijk mogelijk aan te laten sluiten.  Ook sommige kozijnen zijn door hem bewerkt, waardoor ze perfect matchen met de antieke deuren.

Slot Oostende GoesHet blad op de bar werd van een onbewerkt multiplexplank omgetoverd tot het begeerde boomstameffect. Kortom: niets is nagelaten om te komen tot een eindresultaat met een natuurlijk, historisch aanzicht. Letters in betonlook, roestige ornamenten, zelfs de emaillen bordjes op de toiletdeuren lijken door de tand des tijds te zijn aangedaan.

Slot Oostende Goes

Misschien wel het belangrijkste deel van het Slot vormt toch wel de bierbrouwerij. In twee gigantische koperen ketels, te bewonderen vanaf alle hoeken van Slot Oostende, gaat de enthousiaste Jens van Stee zijn bieren brouwen. Als afgestudeerd zytholoog (zoiets als vinoloog bij wijn) beschikt hij over meer dan voldoende kennis om te komen tot smaakvolle bieren.

Brouwketel Slot Oostende

Enkele voorbeelden daarvan zijn al op de markt verschenen, met bloemrijke namen als Gouden Gans, Straffe Non en Schorrebock. Deze laatste is gebrouwen met boerenjongens en traditionele Madagascar vanille. Een heerlijk, verwarmend winterbier. Maar Jens wil meer. Hij is momenteel volop bezig allerhande “proefbrouwsels” op te zetten, waar elke doorgewinterde bierliefhebber met verlangen naar uit kijkt. 

Slot Oostende is dagelijks geopend van 10.00 uur en is gevestigd Singelstraat 5 te Goes. Er zijn meerdere ruimten met in totaal 500 zitplaatsen, vier hotelkamers, een serre- en een kinderrestaurant, een eetcafé, een boekenhoek, vergaderruimten, een winkel en een grote feestzaal met een hoog zadeldak.

Mijn eerste kennismaking met het Slot overtreft alle verwachtingen. Het is zo ontzettend mooi geworden! Het is er sfeervol, gezellig en met oog voor detail gestyled. Bij een volgend bezoek ga ik me zeker verdiepen in het eten en alles wat daarbij hoort. Stay tuned!

 

Slot Oostende bier

Bierfles en glas Slot Oostende Dubbel Slot

In mijn woonplaats verrijst zeer binnenkort een heuse bierbrouwerij: Slot Oostende. De brouwketels en de vergisting tanks zullen prominent opgesteld staan, alleen de bottelarij wordt elders gevestigd. Slot Oostende wordt als het oudste gebouw van Goes beschouwd. Aangenomen wordt dat in de vroegste jaren van het slot al bier werd gebrouwen. Die traditie wordt nu dus op korte termijn voortgezet! De archeologische opgravingen in en rond het slot zijn momenteel in volle gang, waardoor het perceel er nog “open en bloot” bij ligt. Er zijn nog bergen werk te verzetten, maar als alles mee zit staat er aan het einde van 2016, op het meest historische plekje van Goes een bruisende ontmoetingsplek: het nieuwe Slot Oostende.

Slot Oostende

Jens van Stee fungeert als brouwer van het geestrijke vocht dat ter plekke gaat stromen. Op voorhand heeft hij wat lichtere biertjes in de markt gezet, die makkelijk doordrinkbaar zijn en zullen dienen als huisbieren van het Slot. Onder de welluidende naam Blonde Jacoba (een naam die verwijst naar één van de eerste bewoonsters van Slot Oostende, Jacoba van Beieren) brouwde hij in de ketels van de Amsterdamse brouwerij Troost vierduizend liter van dit blonde gerstenat. Daarnaast werd Wit Voetje (een lichte Weizen), Gouden Gans (een uitgesproken tripel) en een Dubbel Slot (een ‘stoute’ dubbel) geproduceerd. Inmiddels zijn al deze biertjes bij veel Zeeuwse cafés en slijters verkrijgbaar.

Bier is uitermate hip. Zo hip dat bier zelfs het obligate glaasje wijn van zijn voetstuk aan het stoten is. Want ook bij luxere gerechten wordt tegenwoordig steeds vaker gekozen voor beer-pairing. En ik geloof erin, ben er zelfs min of meer van overtuigd dat er goddelijke combinaties te bedenken zijn met het moderne gerstenat.

Hoewel bier ontegenzeglijk het “terroir” van wijn zal ontberen (niemand gelooft toch zeker dat men kan proeven op welke gronden of in welk microklimaat het graan is verbouwd?), bestaan er inmiddels wel ontelbaar veel soorten brouwprocessen, die allemaal uniek te noemen zijn. Dit brouwproces (mouten, koken, gisten, rijpen) is te vergelijken met het vinificatieproces en daarin zijn de verschillen wel degelijk te proeven. Het aantal smaken lijkt eindeloos: zoet, bitter, kruidig of fruitig.

Veel bierbrouwers hebben zich dan ook inmiddels weten te onderscheiden door hele mooie smaaknuances in hun bier te stoppen. Dit wordt bereikt door een extreem nauwkeurige controle tijdens het brouwproces.  In tegenstelling tot de wijnboer is de bierbrouwer veel minder afhankelijk van moeder natuur.

Er denkt toch zeker niemand meer aan het doodgewone pils, als we het over bier hebben? Nee, natuurlijk niet. Gelukkig. Elk weldenkend mens denkt bij bier aan de zgn. speciaalbieren. Blond, bock, stout, trappist, ale, dubbel, triple, tipa, lager, geuze, lambiek, allemaal bier met een specifiek karakter. Zelfs het zuurstokroze, maar o zo populaire Fruitesse, mag zich bier noemen volgens de wet. Goed spul voor de hooggehakte en gel-gelakte barbie’s die, bij gebrek aan kennis en geld, zichzelf voorliegen dat ze aan de Kir Royal zitten te nippen.

Enfin. Bier dus. Het mannetje hier in huis houdt wel van een glaasje speciaal. Voorbeeld: zie hier. Mijn eigen inname blijft beperkt tot twee varianten: het fris-witte, sprankelende Korenwolfje en de fonkelende, lichtjes gesluierde Lindemans kriek. De laatste lijkt een damesachtig biertje, maar wordt gebrouwen op basis van de robuuste lambiek. Hierdoor ontstaat een gevarieerd smakenpalet, dat een perfect evenwicht vindt tussen de zoetheid van het fruit en het zacht-zurige karakter van de lambiek. Heerlijk om te nuttigen op een zonnige dag, als je dorstig op zoek bent naar verkoeling.

Veel meer dan deze twee biertjes is aan mij niet besteed. Ik ben van de wijn. Durf ik er dan, behalve het voorgaande, iets inhoudelijks over te schrijven? Ehhh, nee. Maar ik heb het lekker toch gedaan, zoals jullie zien. Onder het genot van een bitterzoete Aperol.

Bierfles en glas Slot Oostende Dubbel Slot