De geur van gember in mijn ultieme keukenzeep

Geur van gember

“Stil maar, vanaf nu krijg je alleen nog maar dit heerlijke goedje met de geur van gember naar binnen gegoten”, prevel ik binnensmonds tegen de aardewerk zeepdispenser in mijn keuken. Ik praat vaak en veel tegen en in mezelf. Nooit hardop, gelukkig maar, want als je dat soort tekenen begint te vertonen, word je in no-time meewarig aangekeken. Of erger nog: afgevoerd.

In mezelf praten dus. Als onvervalste zelfanalist dienen er volop triviale zaken besproken te worden met mezelf. Dat ik soms beter een tandje bij kan zetten, dat knopen doorhakken best heel bevrijdend kan werken, dat ik echt niet altijd aardig gevonden hoef te worden en meer van dat soort diepzinnige zaken.

En alsof dat alles nog niet genoeg is, moeten de meest intrigerende items ook nog eens uitgevouwen, omgedraaid, tegen het licht gehouden en vanaf de onderkant bekeken te worden. Wat kan een mens bij tijd en wijle ont-zet-tend moe worden van zichzelf. De waarheid is dat ik mezelf nogal eens zoek raak in dit labyrint vol tegenstellingen.

Terug naar het welriekende zeepje. Dat heet Ginger Morning van Treacle Moon. Het geurt naar versgeraspte gember als je je handen wast. En meteen nog maar een bekentenis: naast in mezelf praten ben ik tevens behept met een hevige afkeer voor bepaalde luchtjes. Citroen bijvoorbeeld. Dan bedoel ik niet die heerlijk frisse, gele vrucht, maar de uit het laboratorium afkomstige lucht.

Op een onbewaakt ogenblik heeft men uitgevonden dat dit dé geur is om vervelende geurtjes in het toilet te verhullen. Als je vervolgens datzelfde luchtje in afwasmiddel, schoonmaakmiddel of handzeepjes gaat gebruiken, is de associatie met het kleinste kamertje snel gelegd. Vanwege deze associatie vind ik alle middelen met citroengeur uitermate vies ruiken. Brrrr. 

Heel lang ben ik dan ook op zoek geweest naar het ultieme keukenzeepje. Anti-bacteriële zepen doen mij teveel denken aan kraakheldere, steriele verblijfplaatsen. Geuren met een overdaad aan velden vol uitbundig bloeiende bloemen, prikkelen mijn o zo gevoelige neusslijmvliezen teveel, waardoor ik, na gebruik ervan, als een dolle kat met niesziekte de dag volbreng. En iets met citroen werd het dus ook nooit, evenals alle andere geuren uit de collectie van Treacle Moon. 

Dan nu de hamvraag, wat is de reden dat ik deze persoonlijke boodschap even aan jullie kwijt wil? Hmmm, daar moet ik nog over peinzen. Vanavond misschien, in mijn bed. Kort voor het slapen gaan neem ik meestal de dag even met mezelf door. Jawel, vaak begint de mallemolen van perspectieven dan opnieuw in alle snelheid te draaien: van links, van rechts, van bovenop, etc. Vragen, vragen en nog meer vragen. Gelukkig heb ik nu ten minste één houvast: van handen wassen met gembergeur word ik blij en gelukkig.

N.B. Ik word niet gesponsord om dit artikel te publiceren. Bovendien heb ik geen enkele commerciële connectie met Treacle Moon. Ik wil het onderhavige product ook zeker niet promoten, omdat de bestanddelenlijst van de producten behoorlijk wat siliconen, parabenen en alcohol laat zien. Ik schrijf slechts over zaken die mij persoonlijk in beroering brengen en dat is slechts de geur van Ginger Morning.

Gado gadosaus de milde smaakmaker

Diverse groenten met gado gadosaus

Oh meisjes (en jongens), wat ben ik toch gek op de Indonesische keuken! Eigenlijk zou ik elke dag wel gestoomde, witte rijst willen eten met een pittig gekruid gerecht ernaast. Het hoeven voor mij echt geen uitgebreide rijsttafels zijn te zijn. Zo’n kommetje dampende rijst met een eenvoudig groente- of vleesgerecht maakt me al blij genoeg. Sommige gerechten uit de Indonesische keuken blijven terugkomen in huize Eetplezier. Waren het vroeger veelal de vleesgerechten die gretig aftrek vonden, vandaag de dag zijn ook de groentegerechten populair. Gado gado bijvoorbeeld. Geblancheerde en/of rauwe groenten, overgoten met een smakelijke saus. Het is eigenlijk een gerecht van niks, alleen wat groenten (wel ideaal om alle restjes groenten in te verwerken), maar uiteindelijk máákt de saus het gerecht tot iets wat je vaker wilt eten. 

De saus heet dus gado gadosaus en beslist geen satésaus. Het verschil zit ‘m in de kokosmelk die je toevoegt aan gado gadosaus. Even afgezien van de hoeveelheid pepers die je gebruikt, ontstaat dus in beginsel een milder resultaat dan bij de traditionele pindasaus. Ik maak het al jaren als volgt.

Gado gadosaus

Fruit een paar fijngewreven tenen knoflook met 2 à 3 sjalotten zachtjes aan 1 eetlepel zonnebloemolie.
Doe er op het laatst een theelepel geraspte gember, een theelepel koriander, 1 theelepel laos en 1 (of twee, of drie) fijngesneden chilipeper(s) toe. Laat nog even meebakken.

Rooster 200 gr ontvliesde, ongezouten pinda’s in 6 tot 8 minuten in een tot 190˚ verwarmde oven. Laat ze afkoelen en maal ze in een keukenmachine fijn.

Voeg 1/2 dl sojasaus, 2 eetlepels palmsuiker (of bruine suiker), het sap van 1/2 limoen, 1 theelepel zout en het gebakken sjalottenmengsel toe.

Draai er een gladde massa van, voeg 4 dl kokosmelk toe en draai het opnieuw glad. Verwarm het op een zacht vuurtje.

Serveer deze saus over geblancheerde of rauwe groenten, zoals sperziebonen, wortel, paprika en komkommer. Van oorsprong worden de groenten lauw of koud gegeten, maar ik geef zelf de voorkeur aan warme groenten. Je kunt alle groenten gebruiken die jij lekker vindt. Eet het met gekookte rijst, eventueel een vleesgerecht, met wat kroepoek en natuurlijk een koel glas bier of een kruidige wijn.

Florentines op een supersimpele wijze

Florentines koekjes

Jullie kennen ze vast wel, de florentines. Het is niet veel meer dan suiker met gekonfijt fruit en noten erdoor. Ze zien er dan ook uit als een soort van gesmolten juwelenkistjes. Om deze koekjes naar het originele concept te evenaren, vergt dat een behoorlijke dosis geduld en vaardige handjes. Niet helemaal des Nell’s, dus is hier de supersimpele wijze. En wees slim: ga niet proberen er nette rondjes van te maken, want qua smaak maakt dat echt allemaal niets uit. Noem de vorm “robuust” en geef jezelf een schouderklopje. Eigentijdser kan bijna niet *grijns*

In plaats van fruit heb ik voor deze florentines gember gebruikt. De combinatie met de amandelen is ook erg lekker. In de oven lopen de koekjes best wat uit, dus houd minstens 2 cm afstand op de bakplaat!

Florentines op een supersimpele wijze

Ingrediënten:
15 gr ongezouten boter
40 gr fijne kristalsuiker
2 theel bloem
2 eetl slagroom
50 gr gekonfijte gember (fijngehakt)
50 gr geschaafde amandelen

Bereidingswijze
Verwarm de oven voor op 190˚.

Smelt de boter in een pan op laag vuur.
Voeg de suiker, de bloem en de slagroom toe.
Breng alles langzaam een de kook en laat het 1 minuut pruttelen.

Roer er de gember en amandelen door.
Haal nu de pan van het vuur en het laat het iets afkoelen.

Schep met een theelepel hoopjes op een met bakpapier beklede bakplaat.
Druk deze aan en probeer er met een tweede theelepel een beetje ronde en platte vormen van te maken.

Bak de florentines circa 12-15 minuten. Dit is erg afhankelijk van je oven. Houd ze goed in de gaten, want te bruin zijn ze absoluut niet lekker.

Laat ze op het bakblik een vijftal minuten afharden en leg ze daarna op een rooster om af te koelen.

Wil je deze koekjes nog lekkerder te maken? Smelt dan 75 gr pure chocolade en bestrijk daarmee de gladde kant. Laat goed uitharden.

Florentines koekjes