Waar zijn de luxe banketbakkers van weleer gebleven?


Hebben jullie ook zo genoten van het programma Brood van Robèrt van Beckhoven? Wat een kostelijk programma! Prachtige sfeerimpressies gecombineerd met de liefdevolle taal voor het vak brood bakken. Echt, het arbeidsethos dat hierin gepresenteerd wordt door de broodbakkers van diverse nationaliteiten, is fenomenaal. Vaklui tot in elke vezel van hun lichaam. Ze hebben een visie, een plan en voeren dat met handenvol liefde uit. Een sentimentele muts als ik wordt er eenvoudigweg door geraakt. Helaas zijn het maar enkelingen, solisten die een zware strijd moeten leveren tegen hun industrieel gerichte vakbroeders.

Want waar zijn ze allemaal gebleven, de ambitieuze brood- en banketbakkers die de meest prachtige en smaakvolle creaties in hun etalages hebben staan? Natuurlijk, ze zijn er nog wel, maar je moet ze zoeken, met een spaarlampje. Huize van Wely maakt gelukkig nog steeds de heerlijkste patisserie. Cees Holtkamp natuurlijk. En niet te vergeten Maison Kelder in Den Haag, beroemd om zijn onvergetelijke hazelnootgebak. Maar ja, allemaal mijlenver van mij vandaan. De dichtstbijzijnde Heerlijk & Heerlijk zit in Breda. In mijn eigen provincie is er geen enkele luxe banketbakker meer gevestigd.

Op zulke momenten denk ik, met meer weemoed dan goed voor mijn gemoedsrust is, terug aan de állerbeste banketbakker ter wereld: mijn bloedeigen pap. Dan proef ik weer zijn luchtige mokkacrème uitgesmeerd tussen drie lagen ultradun biscuitdeeg. De soesjes, gevuld met slagroom, vervolgens op elkaar gestapeld tot een mini-bergje en overgoten met donkere chocoladesaus. Of de overheerlijke Wellington koekjes, een combinatie van gemalen amandelen en eiwit. Het ouwel aan de onderkant leverde me als klein kind steevast associaties op met de hostie, die tijdens de zondagse Katholieke mis zo vervelend aan je uitgedroogde gehemelte bleef plakken. In mijn geheugen staat voor altijd de voorovergebogen gestalte van pap gebeiteld, terwijl hij met een piepklein cornetje van vetvrij papier sierlijke decoraties aanbrengt op een afgekoelde taart of cake.

In de jaren van vrijheid en overvloed kort na de Tweede Wereldoorlog, was hij als twintigjarige slungel al volop werkzaam in bakkerij Van Rossum in Steenbergen. Op de foto hierboven zie je hem aan het stuur van een volgeladen bakfiets. Het zware werk van ’s nachts zat er dan al op. Ik weet nog dat hij het bezorgen als een toegift van zijn werk zag. Lekker in de buitenlucht, een beetje dollen met zijn maat en een beschaafd praatje met de voor hem zo vertrouwde klantenkring, allemaal geboren en getogen Steenbergenaren. Prachtig vond hij het.

Veel van zijn verhalen over die tijd kan ik me nog feilloos herinneren. De paaseieren die op bestelling gemaakt werden en vaak zó dun gegoten werden dat ze alsnog braken. Of de muis die hij wegjoeg uit de bloem, waarvan hij niets tegen de baas zei. Bang dat wanneer er geen bloem voorhanden was, er ook geen werk voor hem was. En dan de onstabiele toren van traytjes eieren waarmee hij op het trapje naar het piepkleine zoldertje boven de bakkerij omver kukelde. Het doet me nog steeds glimlachen.

Tot voor kort peuzelden G. en ik op zaterdagavond graag een hazelnoot progrès gebakje weg of een luchtig frambozenbavaroisje. Sinds de luxe banketbakkers allemaal vertrokken lijken, moeten we het doen met zelfgebakken koekjes. Ook lekker, maar ik mis bij tijd en wijle zo ontzettend de nostalgische smaak van een verfijnd taartje. Wat zegt u? Zelf maken? Laat ik me daar met mijn krampachtige gestuntel op bakgebied maar liever niet aan wagen. Nee, ik zou dolgraag zien dat ze nog bestonden, de luxe banketbakkers. En dan  met name natuurlijk die ene, met zijn zwarte kuifje en schalkse lach, werkzaam geweest bij banketbakkerij Van Rossum te Steenbergen.
Bakkerij van Rossum Steenbergen

Op bezoek bij Robèrt van Beckhoven



Wie aan Brabant denkt, denkt aan goedlachse, gemoedelijke personen, vaak voorzien van een postuur waaraan Bourgondische karaktertrekken zijn toe te wijzen. De meeste Brabanders weten zich fluitend door het leven te manoeuvreren. Er is altijd tijd voor een beetje vermaak. Er is altijd ruimte en tijd om gezellig bij elkaar te kruipen en een potje te owh’en. Met eten in geruststellende hoeveelheden in de nabijheid en drank die uit flesjes komt, maar liever nog uit de thuistap. Het kan allemaal in het Brabantse land.

Wat vergeet ik dan nog te vermelden? Jawel, hét onlosmakelijk met Brabant verbonden symbool, namelijk het worstenbrood. Sinds kort staat deze typische lekkernij op de lijst van immaterieel erfgoed van de Unesco. Je verzint het niet. In mijn van oorsprong Brabantse DNA erfgoed zat het worstenbroodje allang ingebakken. Zolang ik me kan herinneren werd het vroeger bij ons thuis gegeten. Op zaterdagavond bijvoorbeeld, als ons mam het zich gemakkelijk maakte met koken en er na de soep nog ruimte genoeg was voor een broodje. Of wanneer de kamer blauw stond van de rook die de verjaardagsvisite, gezeten om de zware kloostertafel met het pluchen kleed, gedurende enkele uren vrolijk bleef uitblazen terwijl er met enig vertoon van misplaatste competitiedrang luidruchtig werd gekaart. Petoeten of rikken zal het geweest zijn, boerse Brabantse kaartspelen. Klaverjassen of bridgen was voor de semi-intellectuelen.

Voor iedereen boven de Grote Rivieren behoeft het broodje misschien enige uitleg. Er is worstenbrood en worstenbrood. De ene soort zijn staafjes worst omhuld met bladerdeeg (uit onwetendheid door veel mensen ook worstenbrood genoemd) en er zijn staafjes worst die teder en liefdevol in een zacht witbrooddeegje worden gevleid. Dat zijn de echte. En dan is er zelfs nog een derde variant: de broodjes die door een Meester Boulanger worden gemaakt, zoals Robèrt van Beckhoven. Zelfs een onvervalste worstenbroodsnoeper als ik waant zich in hogere sferen bij elke hap. Zó welgevormd en mals-zacht, zó onweerstaanbaar delicaat van smaak. Exact zoals een goed broodje hoort te zijn.

Oké, oké, genoeg wierook over de worstenbroodjes gezwengeld nu. Die zijn lekker, maar er is meer te beleven bij deze meesterbakker. Op die bewuste druilerige woensdagmiddag bevind ik mij in Oisterwijk, in de voormalige Leerfabriek KVL, waar thans de bakkerij, de lesruimten én de winkel van Robèrt (bekend als jurylid van Heel Holland Bakt) te vinden zijn. Het is allemaal effe zoeken, omdat de schreeuwerige, vaak lelijke, welkoms- of reclameborden ontbreken. Uiteindelijk weet ik toch de voordeur van de voormalige fabriek te vinden.

Zo’n industrieel vormgegeven gebouw doet in zijn algemeenheid altijd een beetje kouwelijk aan, behalve dan wanneer de welriekende, zoete bakluchten je bij binnenkomst direct tegemoet drijven. Het ruikt er heerlijk, daar in de voormalige Leerfabriek. Als ik goed snuffel, meen ik de geur van rozijnenbrood te bespeuren. Enfin, al snel ontdek ik waar het allemaal plaatsvindt en sla rechtsaf de lange gang in. Door de hoge glazen wand zie ik de jongens en meisjes van de bakkerij aan het werk. Van fondant uitrollen tot paaseieren gieten, van patisserie decoreren tot brooddeeg opbollen. In één lange rij passeren ze mijn geestesoog, waarna ik tot stilstand kom in de winkel. Een strakke, witte ruimte waarin de meest verrukkelijke patisserie staat uitgestald, aangevuld met brood en koekjes van eigen deeg. Oeps, hier is zelfbeheersing nodig, ik voel het direct. Maar goed, als je dan toch eenmaal bij deze Meester Boulanger bent aangekomen, ga je natuurlijk niet weg alvorens het een en ander ingeslagen te hebben.
Vitrine met patisserie bij Robèrt van Beckhoven
Tijdens het kiezen word ik enthousiast te woord gestaan door Gijs, die me tot in detail weet te vertellen welke ingrediënten gebruikt zijn in de diverse producten. Ik kies voor een aantal verfijnd uitziende taartjes (hazelnootprogress en lemon meringue) en wel vier verschillende broden, waaronder Abdijbrood waarin bier verwerkt is. Nog een paar zakjes zoute lekkernijen en natuurlijk gaat er ook een lading van de befaamde worstenbroodjes mee terug naar Zeeland. O ja, en de bonbons niet vergeten! Verlekkerd bekijk ik de ruime sortering zelfgebakken koekjes, maar gelukkig weet G. me net op tijd te vertellen dat we niet tonnetjerond hoeven te worden.

Robèrt is naast Meester Boulanger ook Meester Patissier en heeft bijna alle titels op zijn vakgebied al gehaald. Maar Robèrt zou Robèrt niet zijn als hij zijn aard als Bourgondische Brabander niet levend zou houden door zijn passie met anderen te delen. Dat doet hij niet alleen door zijn tv-presentaties bij HHB en omroep Max, maar tevens door zijn vakkennis over te dragen op amateur bakkunstenaars tijdens de vele workshops brood en patisserie. Onder zijn bezielende leiding worden deze cursussen een ware belevenis. Er is een groot aanbod, voor zowel de beginnende als de gevorderde bakkers/baksters. Aan mij is het helaas allemaal niet besteed, ik ben een kluns van de bovenste plank en houd mij vooralsnog slechts bezig met het nuttigen van al dat Brabantse lekkers.

N.B. Ik word niet gesponsord om dit artikel te publiceren. Bovendien heb ik geen enkele commerciële connectie met de winkel Bij Robèrt en/of de bedrijfsvoerders hiervan. Ik schrijf slechts over zaken die mij persoonlijk in beroering brengen.

 

Linzensoep in een broodje

Linzensoep in een broodje

Ik zei het al eerder: het mag voor mij tot in den eeuwigheid zomer blijven. Liefst wil ik altijd zonder jas naar buiten kunnen. Nooit koude voeten hebben. Geen snotneus. Sneeuw zou alleen moeten neerdwarrelen in die goedkope, plastic dingetjes waarmee je krachtig moet schudden voor een nep wintertafereeltje. Namaak, niks mis mee. Maar wat mij betreft liever niet in real life. Winter moet vast ontstaan zijn uit een dringende behoefte sprookjesboeken en ansichtkaarten te kunnen produceren. Betoverend witte vergezichten met glooiende hellingen, rendieren die hun belletjes laten rinkelen, fonkelende sterren, rode wangen, knappende haardvuurtjes. Schitterend allemaal, maar dan wel graag duizenden kilometers van mijn bed vandaan.

En mijn gebed wordt dit jaar bepaald verhoord. In tegenstelling tot december 2013 hoef ik mijn toevlucht niet te zoeken in dikke sokken en wollen dekentjes. De trek in warme, voedzame soepjes blijft echter gewoon bestaan. Ik kon dan ook niet nalaten er een te maken, hoge temperaturen of niet. Dit soepje is zó leuk, dat ik er spontaan een beetje blij van werd!

In Santo Stefano, een middeleeuws bergdorp in de Abruzzo, wordt deze stevige linzensoep opgediend in een uitgehold hard broodje. Doordat de soep wordt opgenomen, wordt het broodje zacht. Nadat je de vulling hebt opgesmikkeld, is het heerlijk om het zompige broodje te verorberen.

Linzensoep in een broodje

Ingrediënten (6 personen)
250 gr Le Puy linzen, afgespoeld
2 tenen knoflook, geperst
2 laurierblaadjes
2 eetl olijfolie + extra voor het bestrijken
100 gr bacon of pancetta
1 ui, fijngehakt
2 wortels, in blokjes
2 stengels bleekselderij, in dunne plakjes
400 gr tomaatblokjes (blik)
400 gr kikkererwten (blik), uitgelekt
6 harde, witte broodjes (ik gebruikte Italiaanse bollen)

Bereidingswijze
Doe de linzen, knoflook, laurier en 1 ½ liter koud water in een pan en breng aan de kook.
Zet het vuur laag en laat 30 minuten zachtjes koken of tot de linzen bijna gaar zijn.
Schep het schuim zo nu en dan eraf.

Verhit intussen de olie in een grote koekenpan op middelhoog vuur.
Voeg de bacon of pancetta toe en bak dit samen met de ui, wortel en bleekselderij al roerend zo’n 10 minuten.

Doe nu de tomaten bij de soep, samen met de gebakken groenten.
Kook 20 minuten op laag vuur.

Voeg de kikkererwten toe en peper en zout naar smaak.
Kook nog eens 10 minuten.

Snijd de bovenkanten van de broodjes, hol ze een beetje uit, bestrijk ze met wat olie en rooster ze licht onder de grill.
Leg op ieder bord een broodje, vul met de soep en strooi er peterselie over.

Bron: Delicious, jaargang onbekend

Linzensoep in een broodje

De Thuisbakkerij

Rond vloerbrood



Er zijn weken achtereen dat ik boterhammetjes eet, gebakken door de Warme Bakker. De voorkeur gaat in dat geval uit naar een streekproduct: de Zeeuwse Vlegel. Dit brood is vrij van allerhande kunstmatige verzinsels en heeft de goudeerlijke smaak van tarwe. Volkoren. Dus met volop vezels, die weer goed zijn voor het betere vermaalwerk in ons spijsverteringstraject. Stiekemweg houd ik niet van brood van de bakker. Het is te vers, te mals, te zacht, te klef. Alles wat een brood niet moet zijn. Een stevige snee boerenbruin is knapperig van korst en ook stevig van binnen. Er moet op gekauwd worden. En dat is nu precies wat ik lekker vind aan ons Dagelijks Brood. Brood bakken is een tijdrovend werkje. Inclusief twee maal rijzen, een narijs en bakken ben je zomaar 3 uur verder. Niet elke dag is geschikt voor de Thuisbakkerij.

Want behalve die boterham, heb ik ook nog graag wat lekkers om erop te doen. Daar zijn weer eurootjes voor nodig, die verdiend moeten worden door te werken, waar vervolgens weer heel wat uren in gaan zitten. En zo is de cirkel mooi rond.

De Thuisbakkerij

Er zijn gelukkig ook weken dat de Thuisbakkerij op volle toeren draait. Met de Man aan het roer. Hij is verantwoordelijk voor het betere kneed- en bakwerk. Misschien is het ook wel echt mannenwerk, in ieder geval vind ik dat een troostrijke gedachte. Op die manier kan ik me onbezwaard overgeven aan andere (vrouwelijker?) bezigheden, terwijl hij rustig de keuken aan het bebloemen is. Hij vindt het leuk werk. En een man die iets leuk vindt, mag je nooit tegenhouden. Daar komen echtscheidingen van. (Andersom trouwens ook: als een vrouw iets leuk vindt … etc. etc.

Enkele maanden terug kwam ik op de site van Levine rijsmandjes tegen (links van het brood). Aangezien ik wist van het bestaan, maar ze nog nooit was tegengekomen, heb ik ze rap besteld. Volgens de Thuisbakker werkt het perfect! Vloerbroden hebben tijdens het rijzen snel de neiging uit te zakken en dat wordt met zo’n mandje voorkomen. Ideaal dus voor de amateurbakker. Waarvan akte.

Rond vloerbrood

Dagelijks brood

Volkorenbrood



Over het algemeen vind ik ons dagelijks brood een tamelijk kleffe aangelegenheid. Naarmate de jaren vorderen wordt dat alleen maar erger. Alle bakkers al bezocht, alle soorten al brood geprobeerd, van casinowit tot waldkorn, en eigenlijk kan er niet één mij echt bekoren.

Ik ben geen broodeter. Nooit geweest. Van huis uit ben ik verwend met heerlijke warme happen. Een vader met kokspapieren staat garant voor zelfgemaakte bitterballen, overvloedige rijsttafels en de meest fijne hors d’ouvres. Er viel altijd wel iets te smikkelen. Brood viel daar niet onder. Brood was bedoeld om je maag mee te vullen, rond half één. Met rosbief, kroketjes of gerookte paling ging het allemaal nog wel, maar zo’n kleffe meelhap met gewóón kaas…. brrr.

Tot de Man (lees: de Thuisbakker) en ik het échte, eerlijke brood ontdekten. Eigenhandig en met veel liefde gekneed, zonder toevoegingen gebakken. Ver-weg  familielid Piet  – bakker van beroep – wist ons enthousiast te maken voor het ambacht van het brood bakken. Dezelfde bakker Piet vertelde ons bovendien dat er in het authentieke bakkersland slechts twee soorten brood zijn: wit en bruin. Oké, bruin met vezels is er ook nog, dat heet dan volkoren. De rest is allemaal opgesierde flauwekul, bedoeld om de hongerige consument te vermaken.

Bovendien leerde hij  ons dat het moderne, dagelijkse brood volgestopt wordt met allerhande ongerief, zoals broodverbetermiddel, gebrande mout en enzymen om het rijzingsproces te versnellen. Met name de gebrande mout geeft donker volkoren en waldkorn hun typische donkerbruine kleur. Opnieuw doemt de vraag op: hoe dom kan de consument worden gehouden? Men draait een gekleurd goedje door (goedkoop) witte bloem en je verkoopt het voor duur luxe brood. Geen haan die ernaar kraait.

Ter zake. Hieronder een broodrecept voor naturel (volkoren)meel, zonder toevoegingen. Wanneer je zelf met pure meelproducten aan de slag wilt, is het van belang de verhoudingen goed te weten. Daarom hier een basisrecept, waarop je eindeloos kunt variëren wanneer je eenmaal de juiste verhoudingen te pakken heeft. De percentages worden uitgedrukt in de hoeveelheid meel. Nauwkeurig afwegen van de grondstoffen is van belang. Bedenk echter dat dit recept geen 100% garantie geeft op een goed brood. De luchtvochtigheid, de temperatuur, het soort meel, het zijn allemaal factoren die het proces kunnen verstoren. Brood is een natuurproduct en echte natuur laat zich niet dwingen.

Dagelijks brood

Ingrediënten
800 gram (volkoren)meel
480 ml water           (= 60% van de hoeveelheid meel)
16 gram zout            (= 2% van de hoeveelheid meel)
16 gram verse gist (= 2% van de hoeveelheid meel)
16 gram boter         (= 2% van de hoeveelheid meel)
16 gram suiker        (= 2% van de hoeveelheid meel)

Bereidingswijze
Oven voorverwarmen op 30°. Het gist in wat lauw water tot een papje roeren. Zout langs de rand van het meel strooien, een kuiltje in het midden maken en daarin de suiker en het gistmengsel leggen, water toevoegen en even licht kneden. De boter pas toevoegen als het vocht verdwenen is. Dan verder kneden, reken ten minste op 10 tot 15 volle minuten kneden!!

Met doek erover 35 minuten laten rijzen in de voorverwarmde oven.
Daarna platslaan (dit heet trimmen) en een bol (of punt) van vormen. Niet meer kneden.
Nu nog 15 à 20 minuten met een doek erover laten rijzen in de oven.

Oven overschakelen naar 60°.
Opnieuw platslaan om koolzuurgas eruit te slaan en vormen (opbollen) met de sluiting naar beneden. Nu eventueel in een broodblik doen.

Het brood in de oven circa 40 minuten na laten rijzen, met een schaaltje water. (Let op: oven kan uit).
Brood afbakken is afhankelijk van je oven. In onze oven (hetelucht) lukt dit het beste als volgt:
Oven voorverwarmen tot 250°.
Vloerbrood erin leggen of de blikken erin schuiven.
10 – 15 minuten bakken op 220°
Terugschakelen naar 200° en nog 25 minuten bakken.

Volkorenbrood