Laatste asperges van 2017

Laatste asperges van 2017

Afscheid nemen is een beetje sterven. Ja, zelfs een laatste portie nuttigen van je meest favoriete groenten, doet elk jaar opnieuw een tikkie pijn. Reikhalzend kijk ik – als rechtgeaarde Brabantse – eind april uit naar de allereerste asperges en droevig gestemd zie ik de 24e juni al weer snel op de kalender verschijnen. Op die datum zijn de laatste asperges van 2017 nog net te koop. Daarna is het afgelopen, klaar, uit. Het lijkt erop alsof de periode waarbinnen het witte goud gestoken mag worden, elk jaar korter wordt. Of maakt mijn tanende bewustzijnsbesef wellicht steeds langere sprongetjes? “Laatste asperges van 2017” verder lezen

Aspergesoep

Aspergesoep

Aspergesoep. Klinkt zo lekker als een doodgewone Nederlandse soep, die zonder enige moeite in een handomdraai op tafel staat. En zo is het ook natuurlijk. Als je de basis te pakken hebt, is je soep al zo’n beetje klaar.

Pakjes of zakjes met eenzelfde naam erop, hebben de smaak van een jarenlang gedroogd veldboeket. Wantrouw ze allemaal! Sommige mensen kunnen de onhebbelijke gewoonte hebben nog een zakje van deze rommel toe te voegen aan hun zelfgemaakte soep, puur en alleen “voor de smaak”. Nooit aan beginnen! Je verprutst er alles mee.

Asperges dus als basis. Ik at ze voor het eerst afgelopen dinsdag. Dikke, witte, malse stengels met overvloedig roomboter, geprakte eitjes en aardappeltjes. Voelt elk jaar opnieuw alsof ik in hoogst eigen persoon jullie nieuwe Koningin geworden ben, in plaats van Maxima. Dat terzijde.

Aspergesoep

Aangezien asperges niet in een bodempje water gekookt worden, maar in een ruime hoeveelheid, houd je dus meestal flink wat kookvocht over. Dit bevat heel veel smaak. Op de dag dat je aspergesoep wilt eten, maak je eerst een roux van gelijke delen boter en bloem. Er zijn vele manieren om roux te maken, maar ik doe het op de manier zoals mijn vader het me geleerd heeft. Boter smelten, bloem in kleine beetjes erbij tot een heuse deegbal ontstaat, deze weer platdrukken en een vijftal minuutjes laten garen (ongare bloem geeft een onaangename smaak).

Daarna lepel voor lepel het koude aspergevocht toevoegen. Roeren. Roeren. Roeren. Gebruik een garde tot een gladde, gebonden saus ontstaat. Ik voeg dan een zelfde hoeveelheid geconcentreerde (kalfs- of groente)bouillon toe. Peper, zout en een snufje nootmuskaat erbij. De achtergehouden aspergekontjes mee verwarmen en het aller-, allerlekkerst is natuurlijk afmaken met een scheutje room.

Dat heb ik dit keer braaf achterwege gelaten, vanwege een overdaad aan guilty pleasures in de afgelopen week. Kwestie van keuzes maken. En goed voor je lichaam willen blijven zorgen. Het kan niet alle dagen feest zijn. Hoewel …. als het witte goud zich eenmaal over de Brabantse en Limburgse velden begint uit te strekken, begint er als vanzelf een liedje in mij te zingen. Dan hang ik wat extra slingers op, haal alvast mijn grootste pan tevoorschijn en vraag mijn chauffeur de koets richting dichtstbijzijnde aspergeboer te willen begeven. Zo gemakkelijk gaat dat bij een echte Koningin.