Florentines op een supersimpele wijze

Florentines koekjes



Jullie kennen ze vast wel, de florentines. Het is niet veel meer dan suiker met gekonfijt fruit en noten erdoor. Ze zien er dan ook uit als een soort van gesmolten juwelenkistjes. Om deze koekjes naar het originele concept te evenaren, vergt dat een behoorlijke dosis geduld en vaardige handjes. Niet helemaal des Nell’s, dus is hier de supersimpele wijze. En wees slim: ga niet proberen er nette rondjes van te maken, want qua smaak maakt dat echt allemaal niets uit. Noem de vorm “robuust” en geef jezelf een schouderklopje. Eigentijdser kan bijna niet *grijns*

In plaats van fruit heb ik voor deze florentines gember gebruikt. De combinatie met de amandelen is ook erg lekker. In de oven lopen de koekjes best wat uit, dus houd minstens 2 cm afstand op de bakplaat!

Florentines op een supersimpele wijze

Ingrediënten:
15 gr ongezouten boter
40 gr fijne kristalsuiker
2 theel bloem
2 eetl slagroom
50 gr gekonfijte gember (fijngehakt)
50 gr geschaafde amandelen

Bereidingswijze
Verwarm de oven voor op 190˚.

Smelt de boter in een pan op laag vuur.
Voeg de suiker, de bloem en de slagroom toe.
Breng alles langzaam een de kook en laat het 1 minuut pruttelen.

Roer er de gember en amandelen door.
Haal nu de pan van het vuur en het laat het iets afkoelen.

Schep met een theelepel hoopjes op een met bakpapier beklede bakplaat.
Druk deze aan en probeer er met een tweede theelepel een beetje ronde en platte vormen van te maken.

Bak de florentines circa 12-15 minuten. Dit is erg afhankelijk van je oven. Houd ze goed in de gaten, want te bruin zijn ze absoluut niet lekker.

Laat ze op het bakblik een vijftal minuten afharden en leg ze daarna op een rooster om af te koelen.

Wil je deze koekjes nog lekkerder te maken? Smelt dan 75 gr pure chocolade en bestrijk daarmee de gladde kant. Laat goed uitharden.

Florentines koekjes

Amandelkoekjes à la Mary Berry

Amandelkoekjes



Laten we op deze koude en sombere dag maar gewoon vrolijk verder gaan in de race van zelfgebakken koekjes. Het duurt immers, zoals elk jaar rond deze tijd, nog zo ontiegelijk lang alvorens de eerste tekenen van het voorjaar zichtbaar zullen zijn, dat een beetje bakafleiding ons goed zal doen. En bovendien: wat zijn ze lekker, koekjes die vers uit de oven komen! Het gevaar bestaat daardoor natuurlijk wel dat je ze achter elkaar opeet, maar gelukkig heb ik een ijzeren discipline. Ik hoop jullie ook. Want echt, het mondgevoel dat deze vlinderlichte, knapperige amandelkoekjes teweegbrengt is bijna onweerstaanbaar. Vertrouw dan ook op je gezond verstand!

Amandelkoekjes à la Mary Berry

Ingrediënten:
75 gr zachte boter
75 gr fijne tafelsuiker
50 gr tarwebloem
1 groot eiwit
75 gr fijngehakte, geblancheerde amandelen

Bereidingswijze:
Verwarm de oven voor op 200˚. Vet twee bakplaten licht in.

Klop de boter en suiker licht en romig in een kom.
Zeef de tarwebloem bij het eiwit, meng het geheel door elkaar en roer het mengsel dan met de amandelen door het botermengsel.
Schep steeds 4 theelepels van het mengsel tegelijk op de bakplaten, zodat ze flink kunnen uitlopen.

Bak de koekjes 6-8 minuten tot ze bruin zijn langs de kanten, maar niet in het midden. Haal ze uit de oven.

Als je er fraai gevormde tuiles (halfronde tubes) van wilt maken, schep je ze nu met een glaceermes van de bakplaten en laat ze uitharden over een deegrol of ander ronde cilindervorm.

Persoonlijk heb ik dat niet gedaan. Smaak zit in het koekje gebakken, niet in de vorm. Flauwekul! Voor de ware bakkunstenaars onder jullie is de vorm natuurlijk wel van belang. Eventueel kun je ze op deze manier ook vullen met slagroom.

Amandelkoekjes

Tomaten-amandelpesto

Schaaltje met groene tomaat-amandelpesto



Er is in huize Eetplezier al heel wat keren pesto gemaakt. De gewone. Met de juiste pijnboompitten, Parmezaanse kaas en natuurlijk geurige basilicum. Jamie Oliver komt in zijn boek “30 minutes meals” met een variatie erop. Zelf noemt hij het een groen prutje. Kan ook. Het is maar net waar je voorkeur naar uit gaat. Ik kies voor een ietwat deftiger benaming: tomaten-amandelpesto.

En ik dacht: tomaatjes te pakken te zien te krijgen met de smaak van tomaatjes. Honingtomaatjes. Duur, maar dan heb je wel de garantie dieprode vruchtjes barstensvol smaak te proeven. Mijn idee is dat alles wat je in de basis van een gerecht stopt, van onberispelijke kwaliteit hoort te zijn. In dit geval kwam ik echter bedrogen uit. Van de tomaatjes was na het blenderen zowel qua kleur als qua smaak niet veel meer terug te vinden. De groene kleur van de basilicum domineerde. Jammer. Toch had deze pesto een duidelijk andere smaak dan de traditionele pesto genovese of pesto rosso. Zoeter. Milder. Geschikt om met eetlepels tegelijk over je pasta te lepelen.

Tomaten-amandelpesto

Ingrediënten: (voor 4 personen)
40 gr Parmezaanse kaas
100 gr geblancheerde amandelen
2 teentjes knoflook
2 pepers
2 bossen basilicum
4 ansjovisfilets
350 gr honingtomaatjes

Bereidingswijze:
Doe de kaas, amandelen, peper en knoflook in de keukenmachine of blender.
Hak alles zo fijn mogelijk.
Doe er daarna met draaiende motor de basilicum, ansjovis en de tomaatjes bij.
Blender zo fijn mogelijk en doe er nog twee gulle scheuten extra vierge olijfolie bij.
Proef en breng de pesto op smaak.

Breng pasta naar keuze aan de kook.
Laat deze na de gewenste kooktijd uitlekken en doe ze meteen terug in de pan, tezamen met de tomaten-amandelpesto.
Hussel goed door elkaar. Voeg eventueel nog wat kookvocht toe.
Voor een leuk effect voeg je er nog een handvol gehalveerde tomaatjes aan toe.
Dien meteen op en eet er een lekkere salade van bietenblad met avocado, bleekselderij én honingtomaatjes.

Schaaltje met groene tomaat-amandelpesto

Albóndigas con picada de almendra

Albondigas con picada



Land van de uitbundige zon, klepperende castagnetten, melancholieke fado’s en vurig temperament. Van hoogvlaktes en bergketens. De Taag en de Duero. Van de siësta. De paella. Albóndigas. Vermaledijde torero’s. En het omgekeerde vraagteken. Ik heb het natuurlijk over Spanje. Mediterraan land dat veel toeristen trekt.

Maar laat ik vooral de nationale trots niet vergeten: hun uitgelezen sortering tapas. Kleine, hapklare gerechtjes die je gepresenteerd krijgt bij je wijntje (of sherry, de fino graag) en die een afspiegeling vormen van de authentieke, Spaanse keuken. Door deze samen te voegen met de vier eerder genoemde elementen, heb je per direct een instant vakantiegevoel te pakken.

En dat is precies wat ik wil op dit moment. Een lange, zorgeloze vakantie. Met overdadig veel zon, zee en fijne hapjes. Het zit er even niet in. Niet getreurd echter, dan breng ik de costa del sol toch gewoon naar Zeeland? Fris, blauw water is het probleem niet. Permanent aanwezig hier. Qua zonuren kent de Zeeuwse provincie het hoogste aantal per jaar. Fadomuziek kan ik uit mijn luidsprekers laten galmen. Zit ik alleen nog met die lekkere hapjes.

Daarvoor pak ik naar één van mijn oudste kookboeken: De Spaanse keuken van Penelope Casas. Alleen de naam al zorgt voor prettige associaties. Hoewel ik er al veel recepten uit heb gemaakt, was de albóndigas met amandelsaus deze eer nog niet ten beurt gevallen. Op naar de keuken.
Off we go ….

Albóndigas con Picasa de almendra

Ingrediënten voor de gehaktballetjes (circa 15 à 20 stuks)
4 eetlepels gedroogd broodkruim (of panko)
4 eetlepels kippenbouillon
450 gr h.o.h. gehakt
1 eetl peterselie, fijngehakt
2 teentjes knoflook, fijngehakt
2 eetl gedroogde Spaanse bergham, capicollo of Parmaham, fijngehakt
½ tl zout
versgemalen peper
1 ei, losgeklopt
bloem om te bestuiven

voor de saus:
2 eetl olijfolie
3 eetl ui, fijngehakt
2 eetl tomaat, ontveld en fijngehakt
4 eetl droge witte wijn
8 eetl kippenbouillon
1 klein blaadje laurier
zout, versgemalen peper
1 eetl peterselie, fijngehakt
2 teentjes knoflook, fijngehakt
enkele draadjes saffraan, verkruimeld
1 eetl geblancheerde amandelen, gehakt
¼ tl pimentón
2 eetl verse of diepgevroren doperwten (deze heb ik weggelaten)

Bereidingswijze:
Week voor de balletjes het broodkruim in een grote schaal in de bouillon. Of gebruik panko.
Meng de overige ingrediënten er voorzichtig door en vorm er dan balletjes van met een doorsnede van circa 4 cm.
Bestuif de balletjes licht met bloem.
Verhit de olie in een ondiepe pan en bak hierin de gehaktballetjes aan alle kanten goudbruin bij matige warmte.

Temper de warmtebron, voeg de ui toe en laat deze glazig worden.
Voeg dan de tomaat toe en laat het geheel nog eens een paar minuten garen.
Roer de wijn, bouillon en laurier erdoor.
Breng het geheel op smaak met zout en peper, sluit de pan af en laat dit zo’n 30 minuten zachtjes pruttelen.

Stamp ondertussen in een vijzel (of met de staafmixer) de peterselie met de knoflook, een beetje zout, de saffraan, amandelen en pimentón fijn.
Voeg dit mengsel (evt. samen met de doperwten die ik niet heb gebruikt) toe aan de gehaktballetjes en laat het nog een tiental minuten pruttelen.

Let op: de saus dikt tamelijk veel in en wordt daardoor gauw te weinig. Dit kun je heel gemakkelijk oplossen door nog wat bouillon of water toe te voegen. Het maakt voor de uiteindelijke smaak echt niet veel uit.

Albondigas con picada