Saeftinghe

Wij duiken in je uitgestrektheid, in resterende land-
geheimen van deze pleisterplaats, wij vullen ons
met vergezichten uit een zanderig verleden.

Waar water schuurt, verloren loopt op schorren,
langs geulen die ontheemd een haven zoeken,
als babyhandjes graaiend naar een moederborst.

Nooit zal verdronken echt verdwenen zijn.
Kopje onder, lijkt het, maar tegelijk zo
glinsterend van ongerepte maagd’lijkheid.

We laven ons aan lepelblad, aan vogel-
rust en meer van dat soort moois. We zwijgen,
zien hoe het kerend tij zich in je armen vlijt

opdat het zilte nat jou vruchtbaar kust.

© Nell Nijssen

Dicht in de buurt Top 100
Uitg: Dagblad Trouw
(Amsterdam, febr. 2010)

Rechte Rug

Toen ik nog jong en recht van lijf en leden was
en jij behoorde tot de ongewervelden van die tijd
beslisten de vele vieze glazen om ons heen

samen te blijven om toch in ieder geval de afwas
tot een zichtbare bezigheid te maken, welke
in tweevoud en in opperste staat van wellust

nooit een einde kende. Hoe wij dachten
met één hand de liefde te kunnen lezen,
terwijl de moeders de stofnesten achter
onze onopgemaakte bedden vandaan krabden

en wij in hun ogen zagen dat ze liever niet,
of eigenlijk ook weer wel, in onze schoenen
wilden staan (die dan wel eerst gepoetst
moesten zijn). Want de liefde, de liefde,

daar draaide het toch allemaal om.

We knoopten de ochtend aan de avond,
vlochten een hongerig verbond en dronken
maandenlang van het net ontwaakte leven.

Pas toen ik de wijn door jouw open handen
liet glijden, hervonden de dagen hun namen
en voor de allereerste keer vloekte ik

op jouw strakgespannen ruggengraat.

© Nell Nijssen

Gierik & Nieuw Vlaams Tijdschrift, literair tijdschrift met initiatief
Uitg: Guy Commerman
(Antwerpen, 28e jaargang, nr. 108, sept. 2010)

 

Uitgevlogen

met de strijkplank het gras maaien
terwijl een toilettas uitpuilt
en wegfietst bestemming onbekend

een stofzuiger – alleen het woord al –
schildert nevelsliertjes om mijn hoofd
een lichtkrans van dode bloempotten
die zich een weg baant door de zwaartekracht

inmiddels is de vogelkooi leeg gewaaid
en wie biedt er op een broodmes
dat niet langer meer mag smeren

ik kartel punten aan jouw fluitconcert
en vlij me buiten
het domein van mijn gezichtsveld

dromende bomen eten hapjes uit mijn dag
ik vaar van hier tot aan het hek

en terug

© Nell Nijssen

(nominatie Arnhems Lezersbal 2009)

Doezeldag

Het boek borrelt, laat los, sluit in.
Vergeet, brengt deining in een grijsheid.

Blinklicht wacht op slaap
een verderfelijke moeheid roept.

Zeven harken in een grond
van zware klei en vergeet-me-nietjes
die zich niets weten te herinneren.

Voetbalstemmen in de bomen, tussen
windgewaai en vogelfluit. Niemand die
nog moeite neemt om de stenen te beschermen.
Zelfs het houten bord wordt weggehaald.

Stappen langs de binnenheg. Zonder stem.
Een open mond bespeelt blind het orgel
der snurkerij. En wij, wij dromen liefst
de letters uit het echte leven kwijt.

© Nell Nijssen

Dicht Slam Rap 2009 kun je ook lezen
Uitg: Organisatie Dicht-Slam-Rap
(Boxtel, januari 2009)
ISBN/EAN 978-90-79777-02-0

Decembermiddag

Vier uur. De wereld trekt wit weg.

Roerloos leggen rimpels de doorgroefde aarde
bloot. Schemering schrijft roze strepen in de lucht.

Verdwaalde ganzen snateren door ijle stilte
heen. Ik zucht en voel de nacht die aan komt
snellen. Het is koud, zo ademwolkjes koud opeens.

© Nell Nijssen

Roodborst vlamt in sprokkelhout
Uitg: Redactie Grasduinen
(Amsterdam, maart 2009)

Teken van Leven

het zal toch niet dat jij het was
daar zittend op dat carbolineum paaltje
vermomd als torenvalk

daar waar ik afsla
van Goes naar Zierikzee, zag ik
wel vierentwintig vleugels
tegen een platinawit decor

jij als vogel, ik geloof er in
want had ik niet juist daarvoor
dringend geprobeerd
contact met je te krijgen?

je nam niet op
zoals altijd

© Nell Nijssen

(nominatie Jacob van Maerlantprijs Kats)