Chopiniana

zij danst de nacht aan flarden
en tikt het ritme van de tijd

met haar vermoeide voeten
tot koele meren van verlangen

zij klapwiekt toekomst
in haar hart, vangt licht

tussen verdwaalde passen

zij glijdt en trippelt, zwiert
en zweeft haar oorsprong dichterbij

zij wil nog zoveel lichter zijn

© Nell Nijssen

(1e prijs wedstrijd “Laat je taal dansen”, uitgeschreven door Kunstfactor Dans, sectorinstituut voor de Amateurkunst)

Angstzweet

komt altijd in de nacht
kruipt, sluipt
door gangenstelsels
waar groene gedachten liggen

wachten om gekleurd
te worden onder de stevige druk
van een herfst die – onaangekondigd –
aangestormd komt

wrikt zich tussen stalen schouderbladen
klauwt in ’t wilde weg maakt
rondedansjes in een bovenbuik

dwingt, dringt
zich binnen tot in de kern
van mijn opgerolde niemandsland
waar ik licht in mijn handen

probeer te vangen
en lucht om door te kunnen
leven in draaglijke waarheid

© Nell Nijssen

(1e prijs Bestse Poëzieprijs 2008)

Intermezzo

klank ademt zich langs
heuveltjes van kippenvel

zoals een zoentje op je kruin
in ver voorbije kinderjaren
we fluiten

over houden van en kleine
dingen die ’t doen en meer
van dat soort moois; we tellen

ons van noot naar noot, langs
breekbaarheid en voor altijd

het trilt de leegte uit een lijf
opdat het dansen verder gaat

© Nell Nijssen

(1e prijs dichtwedstrijd Drentse Open-Dicht Festival)

Welles Nietes

Hoe lang kan breed zijn zonder van vaste vorm
te veranderen? En hoe zie je dat voor je, een soort
lucide engel die – als het licht definitief uitgaat –
transformeert tot blauw fluorescerende zwijgzaamheid?

Kom op zeg, in vierkante adempauzes is het moeizaam
eieren vervoeren. Hink-stap-sprong. En wéér mis.
Boter op het hoofd. Natuurlijk. Om vervolgens kwaad
daglicht te filteren door geheugens boordenvol gaten.

Mooie, ronde bollen gevuld met zachte praat drijven
zoetjes door een ingewikkeld hoofd. Rood zal niet
winnen van wit, o nee. Links, rechts. Links, rechts.
Onverstoorbaar. Strakke lijnen zonder krimp.

En ergens in de verte schemert de lieve vrede. Met twee
wankelwoorden voorsprong bemin ik aarzelend
de doodgewaande deemoed. Het smaakt me best,
maar het kan natuurlijk altijd beter. Misschien.

© Nell Nijssen

(nominatie Vredesslamcompetitie in het kader van de Vredesweek 2008)

De Belofte

Morgen zal de geboorte zijn. Het jonge leven
vangt aan en versleten beelden klapwieken tot
ver boven de wolken.

Ik klamp me vast aan verder, aan de halfvergane flarden
die vroeger zo gewichtloos in mijn handen pasten.

Al wezen ze de weg, ze stonden jubeljuichend in
de haarspeldbochten met duizend liter tegengas.

Dan komt de man die het gevaar afwendt, gisteren nog
was hij erbij. Ik tuimelde in onzichtbaarheid en hij
liet mij het daglicht ruiken.

Morgen zal ik wakker worden. Dan kunnen de bloemen
mij weer bekoren. En later zoek ik naar de man
die mij zo vruchtbaar wist te maken. Hij bevalt me.

© Nell Nijssen

(1e prijs Strellus poëzieprijs)

Roep van de Peel

de man sprak over veenmosveen
een dorp in de verstilde Peel
ik wist niet wat te voelen
dat plekje vertelde me zoveel

hetzelfde woord; een andere mond
niets wees erop
dat jij het was die naast me stond

jij zei het toen
– en ik geloof dat het gisteren was –
jouw allerlaatste dag:
ik was nog in Helenaveen

er heerste levenloze afwachttijd
verlangen naar nog één keertje maar
druppelde uit bleke ogen
een blauwe hand kroop naar opzij

en altijd heb ik beter willen weten
waar het lag of wat je dacht te vinden
daar in het diepe veenmosveen

wat blijft knagen is de zekerheid:
we gaan er nooit meer samen heen

© Nell Nijssen

Asten Dichterbij
Uitg: Henk Berkers Boek & Kantoor
(Asten, september 2008)
ISBN 978-9081-094023