Gemarineerde tijgergarnalen met lamsoren

Gemarineerde tijgergarnalen met lamsoren

Het heeft niet zo veel nadere uitleg nodig, toch? Deze gemarineerde tijgergarnalen met lamsoren is bijna geen recept te noemen. Pasta koken. Lamsoren wokken. Garnalen marineren en bakken of grillen. Oké, de marinade dan: gehakt pepertje en twee fijngewreven knofjes, zout, olie, beetje limoen. Eventueel afblussen met een scheutje ouzo. Yammie!

Veel mensen van “boven de grote rivieren” kijken een beetje vreemd op bij het horen van deze naam. Krijgen associaties met levende wezens en suggereren dat mijn carnivorische trekjes wel heel bijzondere vormen gaan aannemen. Voor zeekraal geldt hetzelfde verhaal. 

Zowel lamsoren als zeekraal behoren tot de zgn. zeegroenten. Dat betekent dat het zout water nodig heeft om in leven te blijven. Het groeit daarom op zilte bodem bijvoorbeeld in kuststreken. In Nederland komen lamsoren uit Zeeland. Daar werd deze verfijnde groente lange tijd alleen in het wild geplukt. Tegenwoordig wordt het ook geteeld. Lamsoren zijn lange groene bladeren – soms een beetje grijzig- die de vorm hebben van een lamsoor. Ze smaken ziltig en passen daarom heel goed bij visgerechten. Lamsoor wordt ook wel zeeaster of zulte genoemd.

Voor mij zijn beide groenten net zo normaal als voor elk ander het groene gras in zijn voortuintje. Ik weet niet beter of pap startte met enige regelmaat ons Dafje, bracht mam en mij naar een plaats waar de schorren op dat moment droog lagen, alwaar hij zijn broekspijpen oprolde en gewapend met een afwasteiltje en aardappelschilmesje een avondmaaltje van de zilte groente voor zijn gezin bijeen sprokkelde. Het waren mooie tijden ….

Hartige muffins met gorgonzola en vijgen

Hartige Muffins met gorgonzola en vijgen

Verwarming op 20 graden. Schenk een rood wijntje in. Schurk lekker weg in je behaaglijke trui. Vergeet al die sombere weermannetjes. Bak deze hartige muffins met gorgonzola en vijgen. En geniet!

Hartige muffins met gorgonzola en vijgen

Ingrediënten: (voor 12 stuks)
150 gram gorgonzola
50 gram gedroogde vijgen
275 gram zelfrijzend bakmeel
1 eetlepel bakpoeder
zout
2 eieren
225 ml melk

Bereidingswijze:
Verwarm de oven voor op 200 graden (heteluchtoven 180 graden).

Snijd de kaas in kleine blokjes en de vijgen in kleine stukjes.
Zeef het bakmeel met de bakpoeder en een snufje zout boven een kom.
Klop in een schaaltje de eieren los met de melk.

Meng het eimengsel met een mixer door het meelmengsel.
Klop het in ongeveer 3 minuten snel luchtig
Spatel er vervolgens de kaasblokjes en de vijgenstukjes door.
Vul de muffinvorm met 12 bakvormpjes en verdeel hierover het beslag.

Bak de hartige muffins in het midden van de voorverwarmde oven in ongeveer 20 minuten goudbruin en gaar.

Bron: weet het niet meer. Waarschijnlijk ooit in het AD gestaan.

Over wachtkamers en sinaasappels

Wachtkamers

Doktoren en wachtkamers. Twee zaken waar ons mam een bloedhekel aan heeft. Twee keer per jaar is er zo’n dag, waarop beide zaken gecombineerd worden: de halfjaarlijkse controle bij verschillende specialisten. Haar anders zo montere humeur zakt op die dagen tot onder het nulpunt. Ze houdt niet van autoritaire, witgejaste jongens en meisjes die haar met een doordringende blik aankijken en hun verdict uitspreken. Uw staar is toegenomen; uw botdichtheid afgenomen. Hb-gehalte te laag, bloeddruk te hoog. Mam hoort het allemaal liever niet. Ze wil gewoon haar ding doen, zonder al die medische flauwekul. Die relatief kleine ongemakjes: ach, wat doet het ertoe, als het maar niet gaat regenen, zodat haar wasje vanavond lekker droog is. Zo is mam.

Maar goed, vandaag moet de hobbel dokter-wachten-dokter-wachten toch weer worden genomen. Na alle beslommeringen gaat ze voor een aantal dagen mee, om bij ons het weekend door te brengen. Nog maar net naast me in de auto, begint ze vol overtuiging te orakelen dat ze zich – ook al raadt de dokter het nog zo sterk aan – nog niet laat opereren aan haar ogen. Ik stel haar gerust. Hoeft ook niet, mam, jij bent de baas. Jij bepaalt wat er gebeurt. Opgelucht vertelt ze verder over buurman die nog elke dag zijn rondje van 80 km fietst. Een energieke buurt daar!

Eenmaal bij de poli oogheelkunde blijkt haar nervositeit overbodig te zijn geweest. Alleen de oogboldruk wordt gemeten. Die is prima. Geen verder onderzoek? Nee, mevrouw, ik zie u over zeven maanden weer. Op naar route 15. Ook daar gaat alles heel voorspoedig. In minder dan een uur, staan we weer buiten.

Naar de opticien dan maar. Mam wil een nieuw montuur, want met het huidige kan ze geen dag verder leven. Het zakt af, doet pijn en ze lijkt wel een oud wijf er mee. Het zijn haar woorden. Ter plekke zijn ze de wet van Murphy aan het heruitvinden. Niets klopt, alles krijgt een merkwaardige wending. Wij vluchten al snel van deze plek des onheils en gaan op zoek naar een collega die de zaken beter op orde heeft.

Om drie uur zijn alle zaken afgehandeld. Tijd om de kelen te smeren. Afgelopen week las ik op Fb dat Paul Oosten schreef over de orangerie Mattemburgh. Al heel vaak voorbij gereden en nog nooit binnen geweest. Op weg naar Zeeland komen we er toch langs. Mam vindt het prima. Theetje drinken, wijntje nippen op locatie blijft haar favoriete bezigheid. Zoals vroeger, met pap.

Maar eerst bewonderen we de sinaasappelboompjes in de orangerie. Stoere mannen zijn met vervaarlijk uitziende snoeischaren bezig om alle bomen in model te brengen. Knap handwerk! Vanuit de serre, waar het aangenaam warm is, aanschouwen we de werkzaamheden. Mam geniet van het uitzicht en haar groene theetje.

Omstreeks zes uur arriveren we in winderig Zeeland. “Het is hier altijd kouder dan bij ons”, zegt mam rillerig. “En het waait hier altijd zo hard”. Maar gelukkig heeft ze ook positief nieuws: “de was wordt er wel lekker fris door”.

 
Menu v/d dag: stamppotje veldsla met spekjes.

+ Fair bij de Zeeuwse Rozentuin – Kats

Ondanks het bere-slechte weer (fleece-shirt en winterjas aan) werd het toch nog een fijn dagje. Heel af en toe glipte er een sprankje zonlicht vanachter het grijswitte wolkendek vandaan. Dat gaf moed. Temeer omdat Man en ik een buitenactiviteit gepland hadden. Hoewel slechts enkele kilometers van onze woonst verwijderd, hadden wij al die jaren sinds we in Zeeland waren neergestreken – en dat is inmiddels meer dan 30 jaar – nog nimmer de Zeeuwse Rozentuin in Kats bezocht. Volgens ingewijden een soort van rozenwalhalla. Nu ben ik noch in het bezit van groene vingers, noch van een zonnige tuin, dus enigszins te verklaren was onze lange afwezigheid aldaar wel.

+ Fair bij de Zeeuwse Rozentuin

Enfin, van 24 t/m 26 mei vindt er de jaarlijkse + Fair plaats. Onder normale weersomstandigheden hadden we nu volop kunnen genieten van weelderig uitlopende rozenstruiken. Dat was, vanwege een langdurig defect aan het weermasjien daarboven, helaas niet het geval. Gelukkig was er meer dan genoeg te zien. Langs de lommerrijke laantjes boden tientallen standhouders hun waren en diensten aan. In de wagenschuur, het koetshuis en in de stallen aangevuld met tenten, stands en kramen zag ik o.a. romantisch brocante, gedroogd fruit, ambachtelijk brood, sfeervolle woondecoraties, planten en nog veel meer.

Bij de stand van Chestar proefde ik eerst van de diverse gedroogde fruitstukjes. Heerlijk! Te lekker om te laten liggen. Ik nam mee, v.l.n.r. amarenkersen, kokos-vanillebolletjes, aardbeitjes met cramberrie en kumquats. Allemaal gedroogd, ongesuikerd, zwavelvrij en zonder kunstmatige kleur- of hulpstoffen. Puur natuur allemaal.

Meteen gevolgd door een bruin desembroodje van pain belge, genaamd knoest. Dat wordt morgen een zondags ontbijtje met dit voor ons onbekende brood.

De aardige dames van illigraphics lieten me hun vrolijke Zeeuwse creaties zien. Kaarten, posters, illustraties, stilistisch werk veelal met een knipoog naar Zeeland. Kijk maar eens naar hun huiscollectie: op http://www.illigraphics.nl/www.illigraphics.nl/huiscollectie/Paginas/Zeeuws.html

Bij kwekerij Sluishoek zag ik stekjes van de meest aandoenlijke plantjes ooit. In tere oranje en lila kleuren. Ernaast een imposante vingerplantachtige reus. Mooi in al zijn eenvoud. Ik zou het allemaal mee willen nemen, maar ja, zonder zon in de tuin en met gebrek aan groene vingers, ligt al snel een catastrofe op de loer. Op de kiezen bijten dus!

Hoewel ik dacht er uren te hebben doorgebracht, gaf het dashboardklokje nog maar 14.10 uur aan. Tijd genoeg om door te rijden naar Middelburg, waar ik ten minste een maal per twee weken te vinden ben in de Drvkkery. Op zoek naar de nieuwste boeken, of gewoon voor een kopje thee en een tijdschrift. Vandaag troffen we het dubbelop. In de brasserie begon het zangduo Jan François en Jerry Velberg met hun optreden. Geweldige close-harmony muziek uit de zeventiger jaren: Simon and Garfunkel, the Everly Brothers, Eagles, afgewisseld door eigen werk. Schitterend vertolkt allemaal. Terwijl de zon zich door het serredak probeerde te wringen en Jan en Jerry mij terug in de tijd zongen, namen Man en ik nog een drankje. Het was er opnieuw aangenaam toeven, daar in de brasserie.

Maar vanaf nu mag wat mij betreft het weermasjien op zonnestandje 10, met de wind- en regenknop dusdanig onklaar gemaakt dat deze máánden lang niet te gebruiken zijn. Hoort u het, daarboven???

Hond-en-Weer

Het zijn barre tijden. Extra dekens. Winterjas weer aan. De pas aangeschafte, zomerse shirtjes blijven beteuterd hangen waar ze hingen. Er schijnen zelfs doemdenkers te bestaan die stellig geloven dat deze voorjaarsherfst naadloos zal overgaan in het echte meteorologische najaar.

Nee, nee, ik ga de klaagzangen niet verder uitbreiden, wees maar gerust. Ik wil jullie zelfs enige vorm van vermaak aanbieden door te vertellen over mijn afwijking. Heb ik een afwijking? Die heb ik, jawel. Ontstaan in mijn vroegste kinderjaren en nimmer effectief behandeld. Willen jullie wel beloven dat jullie, ook na het lezen van dit alles, mij nog  een klein beetje serieus blijven nemen? Een zekere nuchterheid ten aanziens van dit onderwerp is wel geboden namelijk.

Ik en ik praten met elkaar. Niet in mijn hoofd, maar gewoon daarbuiten. Huisgenoten en intimi zijn er getuigen van. Het spijt me dat ik hiermee afbreuk doe aan mijn schijnbaar intellectuele vermogens. Mijn alter ego heeft zich perfect weten te vermommen in de allang overleden hond. Hij is mijn luisterend oor, mijn rots in de branding, mijn houvast in barre tijden, mijn psych als ik er zelf niet meer uit weet te komen. Als dat moment eenmaal aangebroken is, begint Jessy als vanzelf te spreken. Ter geruststelling: mijn alter ego spreekt één octaafje hoger. Om verwarring en vroegtijdige afvoering naar geïsoleerde complexen te voorkomen, zeg maar. De conversatie gaat op zulke dagen als volgt: 

Man: *trekt de gordijnen open, met diepe rimpels in het voorhoofd* roept: wat een pokkeweer!

Jessy: we hebben een probleem. Het ouwe weermasjien was totaal versleten. Helemaal op. De Grote Baas heeft in maart al een nieuwe besteld, maar het blijkt een maandagmorgengeval.

Ik: kunnen ze geen monteur sturen dan?

Jessy: iedereen die aan de deur belt, doet zijn blauwe overall uit en zet zijn gereedschapskist neer. Eindelijk rust, zeggen ze. Dat schiet niet op. 

Ik: kun jij er zelf niet naar kijken dan? Hier beneden kon je zelfs dubbeltjes van de grond oprapen en eieren verplaatsen zonder ze te breken.

Jessy: sorry, vrouwtje, m’n pootjes zijn te dik om de resetknop in te drukken. 

Goed, op soortgelijke wijze reutelt dat nog een aantal minuten door. Ik zal jullie de rest besparen. Daarvoor in de plaats een versje dat ik een aantal jaren geleden schreef, toen de lente ook zichtbare kuren vertoonde. Het komt allemaal goed, ik beloof het jullie.

Hondenweer
terwijl jij nog steeds krampachtig
met onzichtbare konijnen in de weer bent

hoor ik de takken met windkracht waanzin

tegen ons slaapkamerraam slaan
dus begin ik nog maar eens een keer
over Jessy die met zijn pootjes
aan het verkeerde hendeltje gezeten heeft
een vuilnisbakje is toch óók een schaap en
heeft recht op zijn eigen streken in de HaaHaa

(hondenhemel is echt een achterlijk woord)

weten wij veel
een beetje gel in het haar en toe maar,

de vierentachtigste winterdag kan beginnen

en we denken wel aan pilletjes

nemen of zo – van die gifblauwe, waar je
onnatuurlijk lang van in slaap blijft – 

maar weten tevens van de lichtheid
van de lente die ons elk jaar
op kousenvoetjes weet in te halen

het is omdat we bondgenoten zijn:
we blijven nog even bij elkaar

© Nell Nijssen (07-05-07)

 

Pesto zelf maken

Pesto zelfgemaakt



Toen ik afgelopen weekend drie strengen heerlijk verse knoflook kreeg, wist ik al meteen wat ik er mee wilde gaan doen. A) knoflooksoep maken en b) pesto zelf maken.

Ik begon met het laatste. Voor de maaltijd van vandaag had ik pasta in mijn hoofd. Met veel groenten, maar zonder vlees. Dan smaakt zo’n extra shot vers-kruid er natuurlijk prima bij.
Aan de slag met mijn eigen versie. Geen parmezaan in huis? Jammer, doch niet noodzakelijk, ik raspte gewoon een stuk Old Amsterdam. Iets zouter dan parmezaan, oppassen dus met extra zout toevoegen.

Pesto zelf maken

Eerst een grote bos basilicum kaal plukken. Blaadjes voorzichtig wassen en droog deppen. Flink wat pijnboompitten roosteren in een droge koekenpan. Knoflook (ik heb vijf teentjes gebruikt voor een behoorlijke portie) fijnsnijden. Knoflook, pijnboompitten en basilicum in de blender stoppen. In een dun straaltje extra vergine olijfolie toevoegen totdat een smeuïge massa ontstaat. Dan de kaas toevoegen en olie toevoegen tot het een goed smeerbare consistentie heeft. Proeven. Eventueel afmaken met peper en zout.
Lekker met pasta! Ook niet te versmaden op een vers geroosterd bammetje of toastje.

Pesto uit een potje is, wat mij betreft, niet te eten. Je proeft er de kunstmatigheid boven alles uit. Basilicum proef ik al helemaal niet. De kaasmaak en het zout prevaleren. Het is echt niet lekker.