Hartige clafoutis met groente en kerstomaatjes

Hartige clafoutis



Clafoutis is een luchtig Frans gebak uit de regio Limousin. Van oorsprong is het een zoet nagerecht met kersen, maar ook in Frankrijk kennen ze volop hartige varianten van het gerecht. Deze hartige clafoutis met groente en kerstomaatjes is een combi van beiden.

Ik heb er zo mijn eigen draai aan gegeven. En om teleurstellingen te voorkomen heb ik voor het perfecte beslag even stiekem gekoekeloerd bij Lisette op http://www.onzefransekeuken.nl/2012/06/hartige-clafoutis-met-kerstomaten.html.  Zij woont in Frankrijk, heeft daar een chambres & table d’hôtes en kookt elke dag voor haar gasten. Ik was gerustgesteld. Alle hoeveelheden die zij gebruikte, waren zoals ik ze in mijn hoofd had. Off we go.

Hartige clafoutis met groente en kerstomaatjes

Ingrediënten
2 eetl olijfolie
50 – 100 gr spekreepjes (naar smaak)
3 sjalotjes, fijngehakt
1 teen knoflook, fijngehakt
2 stengels bleekselderij, in kleine stukjes
200-400 gr groente in stukjes (groene asperges, sugar snaps, wortel, champignons, broccoli)
6 – 8 kerstomaatjes, gehalveerd
kruiden naar smaak (optioneel)

3 eieren
125 gr bloem
250 ml melk
40 gr Parmezaanse kaas

Bereidingswijze
Verwarm de oven voor op 175°.
Verhit in een koekenpan de olijfolie en bak de spekreepjes uit.
Fruit de sjalotjes.
Bak daarna de bleekselderij en de andere groente.
Voeg als laatste de knoflook toe en breng op smaak met peper en zout.

Klop met een mixer de eieren met de bloem door elkaar.
Voeg al kloppend circa 200 ml. melk toe tot er een glad beslag ontstaat.
Voeg peper toe en eventueel wat kruiden zoals tijm of bieslook.

Verdeel het groentemengsel over een ingevette quichevorm.
Strooi er de Parmezaanse kaas overheen.
Schenk het beslag erover.
Leg de gehalveerde kerstomaatjes met het snijvlak naar boven voorzichtig op het beslag.
Bak de clafoutis in circa 45 minuten gaar en bruin.
Laat hem vijf minuten afkoelen tot hij lauwwarm is. Hij is dan prima te snijden.
Heerlijk met een salade, maar je kunt deze clafoutis ook goed serveren als borrelhapje. Snijd hem dan in kleintje puntjes.

Hartige clafoutis

Klassieke huzarensalade

Gebraden fricandeau



Zodra de weermannetjes van destijds de eerste warme dag van dat jaar aankondigde, spurtte mijn lieve pap naar de slager om een “stukske fricandeau”. Dat stukske fricandeau was een onontbeerlijk onderdeel van de klassieke huzarensalade die hij zo perfect wist te maken. Vol bewondering keek ik steevast toe hoe hij allereerst het vlees braadde, daarna de augurkjes, sjalotjes, friszure appel en aardappel in piepkleine blokjes sneed, fikse lepels mayo en mosterd toevoegde, om daarna het smeuïge mengsel in de koelkast lekker fris te laten worden. Afwerken kwam op het moment van aanvallen: sla, tomaatjes, augurkjes, uitjes en partjes hardgekookte ei erbij. Daarna werd het smullen in de warmte van de laatste zonnestralen van die dag. Het werd bijna een ritueel, ik kan me niet herinneren dat pap het ooit beu werd om voor ons deze huzarensalade ten uitvoer te brengen. Een juweeltje van huisvlijt.

Zelf ben ik meer een plannenmaker. In mijn hoofd gebeurt er van alles, zonder dat ik veel ten uitvoer breng. Totaal geen pretenties dus. Ik wil niets worden, ik wil niets zijn. Af en toe goochel ik een beetje met woorden, dat vind ik aardig om te doen. Mensen om me heen kennen me als de eeuwige dromer. En laat ik daar voorlopig ook maar geen verandering in brengen, het zou mijn geliefden in totale verwarring brengen. Hugo Claus omschreef het heel treffend. “Als ik de dag doorkom zonder catastrofes ben ik al erg blij. Dat is een vorm van geluk.” Helemaal mijn motto.

Klassieke huzarensalade

Toch durf ik mezelf voor ten minste één ding een lintje toe te eigenen: nl. het maken van een geslaagde huzarensalade. Ik heb tenslotte heel vaak mee kunnen kijken hoe het eigenlijk heurt volgens Escoffier. Da’s best belangrijk, want in een échte huzarensalade hoort geen rommel zoals doperwtjes of hamblokjes. De twijfelachtige salades die heden ten dage aangeboden worden in supermarkt of snackbar hebben helemaal niets gemeen met de traditionele versie waarin uitsluitend eenvoudige maar pure ingrediënten worden verwerkt en zelfgemaakte mayonaise.

Afgelopen dinsdag was het weer zover en ging ik zelf aan de slag met aardappelen, appeltjes, sjalotjes en augurkjes. Woensdag zou ik een hele dag doende zijn met zaken die geregeld moesten worden voor ons mam. Ik wist dat het een vermoeiende dagje zou worden en dat er na afloop weinig tijd en zin zou overblijven om te koken. Op zulke momenten komt zo’n huzarensalade als een geschenk uit de hemel. Bordje op schoot, wijntje erbij en fijn napraten.

Maar allereerst dat stukske fricandeau dus……..

Gebraden fricandeau

Perfecte aardappelgratin van Elizabeth David

Aardappelgratin Elizabeth David



Heel lang heb ik gesukkeld met het maken van een perfecte aardappelgratin. Altijd was hij ofwel te waterig, ofwel de aardappelen waren niet gaar genoeg. En omdat ik opgegroeid ben in de 60’er-jarensfeer, waarin een gratin van aardappelen zo’n beetje het allerhoogste culinaire genot was, alleen al omdat je dat steevast geserveerd kreeg tijdens een van de spaarzame restaurantbezoekjes (houten tafeltjes, papieren placemats en RVS schaaltjes), heb ik ooit mezelf de verplichting opgelegd dit gerecht ook zelf te moeten kunnen maken.

Ik heb het heel vaak geprobeerd. Heus. Met veel room, met weinig room, melk erbij, andere aardappelen, het bleef sukkelen. Het werden nooit de smeuïge laagjes aardappel met knoflook-roomsmaak, die als een compacte koek op je bord lag.
Tot ik op een dag kennismaakte met de boeken van Elizabeth David, één van ‘s werelds beste kookboekenschrijfsters. Haar recept lukte vanaf de allereerste keer. Nu hoef ik niet meer bij na te denken. Spoelen is erg belangrijk, de dikte van de schijfjes (alleen een mandoline gebruiken) en de juiste hoeveelheid room. In mijn oven met de aangegeven temperatuur en in een Creuset aardewerk schaal mislukt het nooit meer! Ja, het gaat flink bubbelen, soms loopt het wat over, maar het resultaat is altijd een perfecte aardappelkoek. Overigens doe ik wel tussen elke laag een beetje zout, peper en knoflook. Sorry, Elizabeth, een beetje van jou en een beetje van mezelf.

Elizabeth David aan het woord:
Volgens deskundigen bestaat de authentieke gratin dauphinois uit alleen aardappelen en dikke room. Ik geef hier de tweede versie, die ik beter vind, en bovendien gemakkelijker. Wie zuinig is, vind het misschien belachelijk extravagant om ¼ ltr room op 500 gr aardappelen te nemen. Ik kan daar alleen op zeggen dat dit mij een prettiger manier lijkt om van room te genieten dan over perziken uit blik of chocolademousse.

Perfecte aardappelgratin

Schil 500 gr aardappelen en snijd ze in plakjes niet dikker dan een paar millimeter. Dit gaat heel goed met een mandoline. Spoel ze grondig onder de koude kraan (dit is van het grootste belang) en dep ze met een doek droog. Leg ze laag voor laag in een ondiepe schaal van aardwerk, die met een teen knoflook is ingewreven en goed beboterd is. Bestrooi met peper en zout. Giet er de ¼ ltr room over, bestrooi ze met wat klontjes boter en zet ze 1 ½ uur in de matig warme oven (160°, stand 3). Zet de oven gedurende de laatste 10 minuten flink hoog, zodat de aardappelen een mooi bruin korstje krijgen. Het is niet te zeggen voor hoeveel personen deze hoeveelheid is, dit is afhankelijk van de eetlust en van wat er nog volgt.

Veel hangt af van het gebruikte aardappelras. Met stevige, wasachtige gladkokende soorten zoals Charlotte of Belle de Fortenay, krijgt u een lichter en authentieker gerecht dan met de gewone bintjes of eigenheimers die in elk opzicht tweede keus zijn.

Als u de hoeveelheid aardappelen vergroot, kunt u de hoeveelheid room iets verkleinen. Voor 1 ½ kg aardappelen is iets meer dan een halve liter room ruim voldoende. Ook de keuze van de ovenschaal is van belang, want de aardappelen en de room moeten de schaal altijd tot onder circa 2 centimeter van de bovenrand vullen.

Aardappelgratin

Pompoenschotel met geitenkaas

Pompoenschotel met geitenkaas

Ik heb een haat-liefdeverhouding met pompoen. Zodra de eerste exemplaren er zijn, koop ik ze veelvuldig, om na verloop van tijd altijd weer tot dezelfde conclusie te komen: eigenlijk houd ik niet van dat zachte, dat weeïge, dat babyvoedsel zonder pit.

Dus was ik sterk, in oktober, toen het pompoenseizoen aanbrak. Ik heb ze allemaal laten liggen. Geen dillema’s deze herfst. Dat was de bedoeling. Tot ik een week of vier geleden een lief, klein butternutje tegenkwam. Die mocht met me mee. Ik zou wel zien. Thuis legde ik hem liefdevol in een mandje en vergat hem daarna. Tot vanmorgen. Als ik hem nu niet at, zou hij waarschijnlijk in de kliko belanden. Want wie gaat er nog pompoen bereiden als vanaf a.s. weekend de ZOMER aanbreekt?? Ik bedoel maar ….

Gelukkig bracht de knipselmap uitkomst. Toch nog wat wijzigingen aangebracht, om het niet helemaal op een babyhap te laten lijken. Pompoen en courgette in de oven geroosterd met flink olie en zeezout. De tomatensaus apart gemaakt. Daarna op de schaal erbij gedaan. Ook maar één blik kikkererwten gebruikt, dat leek me echt wel voldoende. Het smaakte best lekker, al die verschillende smaakjes, dus voor even is het weer “aan” tussen de pompoen en mij.

Pompoenschotel met geitenkaas

Ingrediënten:
1 kleine (fles)pompoen
2 eetl olijfolie
1 ui, gesnipperd
2 teentjes knoflook, fijngehakt
1 courgette, in grove stukken
2 blikken kikkererwten (à 400 gr.) uitgelekt
1 blik tomatenblokjes (à 400 gr)
2 theel. gemalen komijn
mespunt cayennepeper
2 kaneelstokjes
150 gr zachte geitenkaas, verbrokkeld

Bereidingswijze:
Pompoen schillen, pitten en zaadlijsten verwijderen en vruchtvlees in blokjes snijden.
In pan met dikke bodem de ui en knoflook enkele minuten in de olie fruiten.
Pompoen, courgette, kikkererwten, tomatenblokjes, komijn, cayennepeper en kaneelstokjes toevoegen.
Het geheel goed omscheppen.
Zout en peper naar smaak toevoegen.
Met deksel op de pan het gerecht zachtjes laten stoven tot de pompoen zacht is; af en toe even omscheppen.
Eventueel een scheutje water toevoegen als de schotel te droog dreigt te worden.
Het gerecht in een schaal scheppen en geitenkaas erover brokkelen.

Bron: AH Allerhande

Pompoenschotel met geitenkaas

Taartje van witlof met brie en pecannoten

Witloftaartje met brie



Als voor het eerst in 188 dagen de zon zich weer eens laat zien en de temperatuur weldadig aanvoelt op het koude, weggekwijnde lijf, dan heeft een mens wel iets beters te doen dan in de keuken te staan.

De páááden op, de lá-há-há-nen in, dát was het motto van vandaag. Zuivere Zeeuwse buitenlucht verzamelen. Deze kostbare levenselixer opslaan in de toppen van je longen, zodat er niets verloren gaat. Genieten ook vooral. Van een mild zuchtje wind en heilzame zonnestralen. Lentedag nr 1 is een feit: het massale ontwaken is begonnen.

Na zoveel dagen ontberingen gaan we dus op deze eerste zonnige dag niet moeilijk doen over eten. We zien wel. En dat pakt – gek genoeg – altijd anders uit. Doemden er eerst nog tosti’s, frites, omeletten op voor mijn geestesoog; nog vóór het eerste wijntje, had ik de plannen al bijgesteld.

Taartje van witlof met brie en pecannoten

Het werd uiteindelijk een taartje van witlof met brie en pecannoten. Zo verzonnen, zo gepiept. Witlof met een uitje stoven. Goed droog bakken. Lapje bladerdeeg in vormpje duwen. Even 10 minuten blind voorbakken. Dan de witlof erop met de gesneden brie. Wat nootjes er tussen leggen en nog eens 10 minuutjes in de oven. Lekker met een glaasje rood nagenieten van deze dag!

Waterkerssoep

Waterkerssoep



Heel gezond. Heel gifgroen. En heel gemakkelijk te maken. Kortom: een kekke waterkerssoep.

Waterkerssoep

Ingrediënten:
2 bosjes waterkers
2 aardappelen
1 ui
2 teentjes knoflook
olijfolie
125 ml groentebouillon (ik gebruikte wel 400 ml)
zout
versgemalen peper
120 ml crème fraîche

Bereidingswijze:
Pluk de blaadjes waterkers van de takjes en bewaar ze gescheiden.
Schil en snijd de aardappels in stukjes.
Pel en snipper de ui.
Pel en snijd de knoflook.
Verhit olie in een pan en fruit de ui en de knoflook.
Voeg de aardappels en de steeltjes van de waterkers toe.
Blus af met de bouillon en laat koken tot de aardappels gaar zijn.
Voeg de waterkersblaadjes toe en pureer de soep.
Breng op smaak met zout en peper, verdeel over borden en schep er een lepel crème fraiche in.

Bron: 24 Kitchen