Hond-en-Weer

Het zijn barre tijden. Extra dekens. Winterjas weer aan. De pas aangeschafte, zomerse shirtjes blijven beteuterd hangen waar ze hingen. Er schijnen zelfs doemdenkers te bestaan die stellig geloven dat deze voorjaarsherfst naadloos zal overgaan in het echte meteorologische najaar.

Nee, nee, ik ga de klaagzangen niet verder uitbreiden, wees maar gerust. Ik wil jullie zelfs enige vorm van vermaak aanbieden door te vertellen over mijn afwijking. Heb ik een afwijking? Die heb ik, jawel. Ontstaan in mijn vroegste kinderjaren en nimmer effectief behandeld. Willen jullie wel beloven dat jullie, ook na het lezen van dit alles, mij nog  een klein beetje serieus blijven nemen? Een zekere nuchterheid ten aanziens van dit onderwerp is wel geboden namelijk.

Ik en ik praten met elkaar. Niet in mijn hoofd, maar gewoon daarbuiten. Huisgenoten en intimi zijn er getuigen van. Het spijt me dat ik hiermee afbreuk doe aan mijn schijnbaar intellectuele vermogens. Mijn alter ego heeft zich perfect weten te vermommen in de allang overleden hond. Hij is mijn luisterend oor, mijn rots in de branding, mijn houvast in barre tijden, mijn psych als ik er zelf niet meer uit weet te komen. Als dat moment eenmaal aangebroken is, begint Jessy als vanzelf te spreken. Ter geruststelling: mijn alter ego spreekt één octaafje hoger. Om verwarring en vroegtijdige afvoering naar geïsoleerde complexen te voorkomen, zeg maar. De conversatie gaat op zulke dagen als volgt: 

Man: *trekt de gordijnen open, met diepe rimpels in het voorhoofd* roept: wat een pokkeweer!

Jessy: we hebben een probleem. Het ouwe weermasjien was totaal versleten. Helemaal op. De Grote Baas heeft in maart al een nieuwe besteld, maar het blijkt een maandagmorgengeval.

Ik: kunnen ze geen monteur sturen dan?

Jessy: iedereen die aan de deur belt, doet zijn blauwe overall uit en zet zijn gereedschapskist neer. Eindelijk rust, zeggen ze. Dat schiet niet op. 

Ik: kun jij er zelf niet naar kijken dan? Hier beneden kon je zelfs dubbeltjes van de grond oprapen en eieren verplaatsen zonder ze te breken.

Jessy: sorry, vrouwtje, m’n pootjes zijn te dik om de resetknop in te drukken. 

Goed, op soortgelijke wijze reutelt dat nog een aantal minuten door. Ik zal jullie de rest besparen. Daarvoor in de plaats een versje dat ik een aantal jaren geleden schreef, toen de lente ook zichtbare kuren vertoonde. Het komt allemaal goed, ik beloof het jullie.

Hondenweer
terwijl jij nog steeds krampachtig
met onzichtbare konijnen in de weer bent

hoor ik de takken met windkracht waanzin

tegen ons slaapkamerraam slaan
dus begin ik nog maar eens een keer
over Jessy die met zijn pootjes
aan het verkeerde hendeltje gezeten heeft
een vuilnisbakje is toch óók een schaap en
heeft recht op zijn eigen streken in de HaaHaa

(hondenhemel is echt een achterlijk woord)

weten wij veel
een beetje gel in het haar en toe maar,

de vierentachtigste winterdag kan beginnen

en we denken wel aan pilletjes

nemen of zo – van die gifblauwe, waar je
onnatuurlijk lang van in slaap blijft – 

maar weten tevens van de lichtheid
van de lente die ons elk jaar
op kousenvoetjes weet in te halen

het is omdat we bondgenoten zijn:
we blijven nog even bij elkaar

© Nell Nijssen (07-05-07)

 

Pesto zelf maken

Pesto zelfgemaakt



Toen ik afgelopen weekend drie strengen heerlijk verse knoflook kreeg, wist ik al meteen wat ik er mee wilde gaan doen. A) knoflooksoep maken en b) pesto zelf maken.

Ik begon met het laatste. Voor de maaltijd van vandaag had ik pasta in mijn hoofd. Met veel groenten, maar zonder vlees. Dan smaakt zo’n extra shot vers-kruid er natuurlijk prima bij.
Aan de slag met mijn eigen versie. Geen parmezaan in huis? Jammer, doch niet noodzakelijk, ik raspte gewoon een stuk Old Amsterdam. Iets zouter dan parmezaan, oppassen dus met extra zout toevoegen.

Pesto zelf maken

Eerst een grote bos basilicum kaal plukken. Blaadjes voorzichtig wassen en droog deppen. Flink wat pijnboompitten roosteren in een droge koekenpan. Knoflook (ik heb vijf teentjes gebruikt voor een behoorlijke portie) fijnsnijden. Knoflook, pijnboompitten en basilicum in de blender stoppen. In een dun straaltje extra vergine olijfolie toevoegen totdat een smeuïge massa ontstaat. Dan de kaas toevoegen en olie toevoegen tot het een goed smeerbare consistentie heeft. Proeven. Eventueel afmaken met peper en zout.
Lekker met pasta! Ook niet te versmaden op een vers geroosterd bammetje of toastje.

Pesto uit een potje is, wat mij betreft, niet te eten. Je proeft er de kunstmatigheid boven alles uit. Basilicum proef ik al helemaal niet. De kaasmaak en het zout prevaleren. Het is echt niet lekker.

 

I.M.

soms bij het zwijgzaam eten
van de eerste, zoete worteltjes

regelmatig tijdens het piepen
van de nog altijd kromme achterdeur

dikwijls als ik ze maar opzoek
de zelfgebreide wintersokken

vaak als ik de lavatera snoei
en weet hij bloeit toch nooit meer
zo mooi als toen

meestal als de kurk weer
eens afbreekt
of de kerstverlichting het niet doet

maar altijd bij het afschuimen
van de groentesoep met daarin
alles van jouw omgespitte aarde

© Nell Nijssen

2e prijs Landelijke Gedichtendag 2008 Vlaardingen

Regen in mei brengt armoe nabij

Regen. Bakken. Pijpestelen. Emmers. Waterbommen. Ze hebben grijze gordijnen opgehangen buiten. Blijft dat weermasjien defect daarboven of hebben wij echt niet beter verdiend dan dit? Regen in mei. Armoe nabij.

De wanhoop nabij, kwetter ik veel te hard aan de ontbijttafel over nieuwe vazen, een make-up spiegeltje, een magimix nespresso, epilator, lipgloss, het nieuwe kookboek “A la mere de famille” dat ik nu echt aan wil schaffen etc. etc.

En wat doet een beetje deugdzame echtgenoot dan om nóg meer druilerigheid te voorkomen?  Die checkt de creditcards en doet zijn meisje (lees: meisjes) vrolijk uitgeleide. Het wordt vrijdag de koudste 17 mei sinds 1972 in Zeeland. Wij lezen 9,4 graden op de thermometer. Het mag de pret niet drukken.

Ji-haaaaaaa, shopping time! Zit  m’n jasje goed, zit m’n dasje goed, de vrouwtjes gaan op stap. Eerst maar eens lunchen. Tjee, wat is dat toch met dat eten altijd? We strijken neer in de brasserie van de Drvkkery. Eerst maar eens een pittig vissoepje. Om op te warmen.

Zullen we nog een bammetje nemen? Doe maar, want buiten hebben ze inmiddels een grijze, betonnen watermuur opgetrokken, die onze kooplust bijzonder aardig weet te temperen. De aantrekkingskracht van winkel-in, winkel-uit is voor een groot deel weggeëbd. De bruine boerenbam met groentekroket bevalt ons beter.

Na volledig gevoed en gelaafd te zijn, spurten we naar de dichtstbijzijnde elektro-toko. Ladyshave en nespressomasjientje behoeven weinig denk- of dubwerk, zodat we snel klaar zijn. Buiten hebben ze de ondoordringbare watermuur inmiddels weten te voorzien van een airco die ijskoude lucht verspreidt. Brrrr, het is definitief gedaan met ons shopgenoegen. Snel naar betere oorden!

 

Geheim Dagboek – Hans Warren

Hans Warren Geheim Dagboek



Rustige dag vandaag. Buiten sombert het; het is kil en nat. De morgen is gevuld met huishoudelijke werkzaamheden van allerhande aard. Vanaf drie uur heb ik me diep weg genesteld in mijn favoriete leeshoekje met twee recentelijk  aangeschafte delen Geheim Dagboek van Hans Warren. Verse thee en knapperige cantuccini koekjes binnen handbereik. De meeste Dagboeken heb ik opgeduikeld op boeken- of rommelmarkten. Afgezien van het eerste deel (1939-1941) heb ik de hele reeks compleet.

Geheim Dagboek

Hans Warren was Zeeuw, afkomstig uit Borsele, in zijn latere leven verhuisde hij naar Kloetinge, een kleine deelgemeente, die gezellig tegen Goes aanschurkt. Ik kwam hem regelmatig tegen. Een grijze, onopvallende man, gekleed in een regenjas, een ietwat aarzelende tred. In 2001 stierf Warren, oud en ziek, met een in verval geraakt lichaam, maar nog steeds met een fenomenale geestkracht. Tot de allerlaatste minuut blijft hij loepzuiver observeren en scherp formuleren. Nooit heeft hij het  geschuwd om zijn seksuele geaardheid – de herenliefde – expliciet weer te geven in zijn dagboeken. Zonder enige vorm van scrupules beschrijft hij zijn liefde voor beeldschone, fraai gevormde jongens.

Warren’s oeuvre, met name de serie Geheim Dagboek, is een genot om te lezen. Zijn poëzie is indrukwekkend, evenals zijn korte novelles, maar het meest belangwekkend zijn toch wel de Geheime Dagboeken. Ik houd van de enorme diversiteit aan onderwerpen in zijn dagboekfragmenten. Zo afwisselend als het leven zelf, zo hinkt-stapt-springt Warren van interessant item naar item. Deze man is een groot natuurliefhebber, al op jonge leeftijd herkent hij de roep van de tjif-tjaf en de vleugelslag van de wielewaal. Misschien heb ik het aan hem te danken dat ik me meer en meer ben gaan interesseren voor de natuur om me heen. Vogels, bloemen, vlinders, sinds Warren over de zwartkoptuinfluiter schreef, wil ik ook de namen erachter weten.

Verder heeft Warren een passie voor kunst, met name Afrikaanse beeldhouwkunst. Als het hem eenmaal financieel voor de wind gaat, kan hij het zich permitteren zich omringd te voelen door artistieke juweeltjes. Bijna dagelijks streelt hij liefdevol het houten of stenen oppervlak van deze objecten. Ook de muziek van Scarlatti heb ik, mede door Warren’s enthousiasme, leren waarderen.

En later, als hij Mario Molegraaf ontmoet en ze besluiten samen gaan te wonen aan het Pykeswegje, worden ook de culinaire uitspattingen tot in detail omschreven. Ze werken hard en leven er goed van. Dure wijnen en de meest exclusieve ingrediënten schaffen ze aan bij ISPC (de huidige Hanos), eenmaal thuis bereidt Warren hiermee uiterst luxueuze maaltijden, die de beide mannen vol overgave nuttigen. In de laatste vijf jaar van zijn leven, is hij recensent voor het blad Lekker. Alle veelvuldige bezoeken aan sterrenrestaurants worden in die tijd opgetekend in kritische rapporten, welke daarna gepubliceerd worden in de jaarlijkse uitgave van het culinaire blad.

Achter de enigszins schuchtere, kleurloze Hans Warren blijkt niet alleen een getalenteerd schrijver te zitten; hij weet mij met zijn uitvoerige verhandelingen over kunst, natuur én lekker eten, telkens weer  vele uurtjes te boeien.

Dagmenu: aardappeltjes, spercieboontjes (uit Marokko) en een biefstukje

Aspergesoep

Aspergesoep

Aspergesoep. Klinkt zo lekker als een doodgewone Nederlandse soep, die zonder enige moeite in een handomdraai op tafel staat. En zo is het ook natuurlijk. Als je de basis te pakken hebt, is je soep al zo’n beetje klaar.

Pakjes of zakjes met eenzelfde naam erop, hebben de smaak van een jarenlang gedroogd veldboeket. Wantrouw ze allemaal! Sommige mensen kunnen de onhebbelijke gewoonte hebben nog een zakje van deze rommel toe te voegen aan hun zelfgemaakte soep, puur en alleen “voor de smaak”. Nooit aan beginnen! Je verprutst er alles mee.

Asperges dus als basis. Ik at ze voor het eerst afgelopen dinsdag. Dikke, witte, malse stengels met overvloedig roomboter, geprakte eitjes en aardappeltjes. Voelt elk jaar opnieuw alsof ik in hoogst eigen persoon jullie nieuwe Koningin geworden ben, in plaats van Maxima. Dat terzijde.

Aspergesoep

Aangezien asperges niet in een bodempje water gekookt worden, maar in een ruime hoeveelheid, houd je dus meestal flink wat kookvocht over. Dit bevat heel veel smaak. Op de dag dat je aspergesoep wilt eten, maak je eerst een roux van gelijke delen boter en bloem. Er zijn vele manieren om roux te maken, maar ik doe het op de manier zoals mijn vader het me geleerd heeft. Boter smelten, bloem in kleine beetjes erbij tot een heuse deegbal ontstaat, deze weer platdrukken en een vijftal minuutjes laten garen (ongare bloem geeft een onaangename smaak).

Daarna lepel voor lepel het koude aspergevocht toevoegen. Roeren. Roeren. Roeren. Gebruik een garde tot een gladde, gebonden saus ontstaat. Ik voeg dan een zelfde hoeveelheid geconcentreerde (kalfs- of groente)bouillon toe. Peper, zout en een snufje nootmuskaat erbij. De achtergehouden aspergekontjes mee verwarmen en het aller-, allerlekkerst is natuurlijk afmaken met een scheutje room.

Dat heb ik dit keer braaf achterwege gelaten, vanwege een overdaad aan guilty pleasures in de afgelopen week. Kwestie van keuzes maken. En goed voor je lichaam willen blijven zorgen. Het kan niet alle dagen feest zijn. Hoewel …. als het witte goud zich eenmaal over de Brabantse en Limburgse velden begint uit te strekken, begint er als vanzelf een liedje in mij te zingen. Dan hang ik wat extra slingers op, haal alvast mijn grootste pan tevoorschijn en vraag mijn chauffeur de koets richting dichtstbijzijnde aspergeboer te willen begeven. Zo gemakkelijk gaat dat bij een echte Koningin.