Terug op aarde

Terug op aarde

Woensdag. Verkiezingsdag. Eindelijk. Tot de avond ervóór heb ik gezweefd. Eigenlijk best een fijn gevoel, dat richtingloze zweven. Het kon wat mij betreft nog alle kanten op. Politiek gezien dus. 

En hoewel ik van nature een heuse rooie rakker ben (iedereen mag het even goed hebben, een ieder mag aanschuiven, gemoedelijk drinken we een fair-Trade kopje thee, pakken elk een koekje uit de collectieve koektrommel en keuvelen uitputtend over een fatsoenlijk bestaan voor iedereen), zijn er toch echt dit jaar twijfels over het partijtje dat mijn belangen zou moeten vertegenwoordigen. Dus koekeloer ik voorzichtig eens wat meer naar rechts. Om vervolgens te moeten concluderen dat dat toch echt mijn stiel niet is of ooit zal worden. 

Tijdens het grote verkiezingsdebat land ik gelukkig met beide voeten terug op aarde. In mijn eigen vette Zeeuwse klei. Tussen het welbespraakte volkje zie ik plotseling die gewone man. Een eenvoudige, vredelievende man die zonder al te veel electoraal geneuzel probeert de kerntaken van zijn partij naar voren te brengen. En plotseling zie ik pap in hem.

Kijk nou, mijn eigen lieve vader spreekt de kiezer toe. Toe, alsjeblieft mensen, niet teveel flauwekul boven halen. Geen geouwehoer. Het leven van alledag moet geleefd worden, met handen die zorgen voor elkaar, met ogen die zicht houden op de realiteit, met een hart dat groot genoeg is om ieder van ons te herbergen, met gezond verstand dat wil samenwerken en niet elke onenigheid wil uitvechten. Laten we vooral niet zo moeilijk doen.

Eenmaal in het stemhokje komen hoofd en hart samen. De verbinding is compleet. Mijn potloodje zweeft nog even, zoekend naar het juiste vakje, maar landt dan toch bij de juiste persoon. Hè, hè, dat lucht op. Driftig kras ik verder tot het vakje dieprood naar me lijkt te knipogen. Goed gedaan, mompelt er iemand vanaf mijn schouder: op het juiste moment de macht gepakt.

Snelle flapjacks op de manier van Mary Berry

Snelle flapjacks

Kijk, je hebt gezond en iets minder gezond. Beter gezegd: ongezond. Van het eerste mag/moet je véél eten en van het tweede wat minder. Veel minder eigenlijk. Maar al die keren dat je iets ongezonds naar binnen werkt, laat het dan in vredesnaam wel van goede kwaliteit zijn. Zelfgemaakt, zonder onnozele kunst- en hulpmiddelen. Met echte roomboter uiteraard, zoals in deze snelle flapjacks.

En ja hoor, wees vooral niet ongerust: deze lekkernij is echt vet. Dat kun je al zien aan de verhoudingen in het recept. Doet er niet toe, gewoon lekker opsnoepen die handel. En van genieten natuurlijk. Bak deze flapjacks niet te lang, want dan worden ze hard en donker. Ze horen lekker chewy te zijn. Zoet, vet met een beetgare bite. En o, de havermout erin zorgt voor het opheffen van al die ongezonde tegenhangers. Toch? Zeg volmondig Ja en je gaat er vanzelf in geloven … 😁

Snelle flapjacks

Ingrediënten: (24 stuks)
225 gr boter
225 gr ruwe rietsuiker
75 gr golden syrup
275 gr havermout

Bereidingswijze:
Verwarm de oven voor op 160˚.
Vet een ondiepe bakvorm of braadslede van 30 x 23 cm in en bedek de bodem met bakpapier.

Smelt de boter in een grote pan met de suiker en golden syrup.
Roer de havermout door het mengsel.
Meng het geheel goed, doe het in de bakvorm en druk het goed aan met een glaceermes of de achterkant van een lepel.

Bak het mengsel tot het goudbruin is, afhankelijk van je oven kan dat variëren van 20 tot 35 minuten.
Haal het uit de oven en laat het 10 minuten afkoelen.
Snijd er 24 flapjacks uit en laat deze in de bakvorm volledig afkoelen.

Als je er graag wat chocolade door hebt, dan ga je als volgt te werk.
Laat het mengsel afkoelen, nadat je de havermout hebt toegevoegd.
Roer er 100 gr pure chocoladestukjes door.
Doe het mengsel in de bakvorm en volg het recept.

Bron: Mary Berry’s bakbijbel

Mexicaanse tortillataart à la Estée Strooker

Mexicaanse tortillataart

Stapelen is het nieuwe rollen. Zo’n stapel heet dan plotseling taart: Mexicaanse tortillataart. Omdat er mais in zit en kidneybonen, denk ik. En o ja, tortilla’s natuurlijk. Het moet allemaal niet gekker worden. Enfin, een mens kan niet aan alle nieuwigheden voorbij gaan, dus werd er in huize Eetplezier ook gestapeld tot er een compact, eetbaar bouwwerk ontstond. Goed te eten, hoor, zo’n tortillataart! Gemakkelijk ook. Want zo’n goed gevulde oproltortilla eten staat voor mij synoniem met steltlopen op een elastieken koord. Intimi weten wat dat in mijn geval betekent. Niet te doen. Ik zeg dus: stapelen maar, die tortilla’s!

Mexicaanse tortillataart

Ingrediënten: (4 pers)
6-8 tortilla’s
2 maïskolven (of een blik als je het jezelf gemakkelijk wil maken)
1 blik kidneybonen
1 rode ui
1 teentje knoflook
1 rode peper
1 aubergine
1/2 limoen
150 gr harde cheddar
200 gr jonge kaas
200 ml zure room
1 eetl gerookt paprikapoeder
1 eetl komijnzaad
1/2 eetl korianderpoeder
mespunt cacaopoeder
mespunt kaneel
olijfolie om in te bakken

Bereidingswijze:
Breng een pan met water en zout aan de kook en kook de maïskolven in circa 25 minuten gaar.

Verwarm de oven voor op 170˚.
Pel en snipper de ui. Pel de knoflook en snijd hem fijn. Snijd de rode peper in dunne ringetjes en de aubergine in kleine blokjes.

Verhit een scheut olijfolie in een grote koekenpan en fruit de ui, knoflook en peper. Voeg de specerijen toe en fruit deze een paar minuten mee (oppassen voor verbranden!).

Voeg opnieuw olie toe aan de pan en bak de aubergineblokjes met zout en peper, tot ze zacht en geslonken zijn.

Snijd intussen de maïskorrels van de kolven, spoel de kidneybonen en laat goed uitlekken. 
Rasp de schil van de halve limoen.
Voeg de mais en de kidneybonen toe aan het auberginemengsel en bak nog 5 minuten.
Breng op smaak met de limoenrasp.
Rasp de beide kazen.

Vet een spring- of quichevorm in met een beetje boter en bedek de bodem met een tortilla.
Bestrijk de tortilla met een laagje zure room.
Schep een laag vulling erop en bestrooi met de geraspte kazen.
Herhaal deze stoppen tot de springvorm vol is.
Sluit af met een tortilla met daarop een laag zure room en geraspte kaas.
Bak de tortillataart circa 30 minuten in de oven.

Bron: Vlees noch vis: Estée Strooker

Varkensstoof met pruimen en uien

Varkensstoof met pruimen en uien

Nostalgie. Dat is het. Oude schriften, boeken of albums tegenkomen – ergens in een stoffig hoekje van een kast – er doorheen bladeren en langzaamaan wegdromen bij de herinneringen die het oproept. Je kunt er zomaar uren zoet mee zijn.

Een heel verleden trekt aan je voorbij, als je eenmaal aan het bladeren slaat. Het bruin-oranje veel te dikke serviesgoed, de zelf gehaakte keukengordijntjes *gruwel, gruwel, nooit meer aan denken*, je spiksplinternieuwe telefoon met kiesschijf, wijdpijpbroeken, veel te wilde haardossen, wankele druipkaarsen in een ouwe chiantifles, stiekeme glaasjes pisang ambon, rauwe ham met meloen, dikke lagen Boursin op toast (pas op de markt, dus moest er vaak geproefd worden) en tenslotte de nieuwkomer op eetgebied: de eeuwig walmende fonduepan die zorgdroeg voor een compleet beroete kamer. Waarna je de volgende dag met een bezwaard gemoed moest vaststellen dat soppen en poetsen aan jou totaal niet besteed was.

Enfin, in zo’n met weemoed doortrokken stemming bladerde ik door mijn zorgvuldig bewaarde recepten-knipselmap uit de jaren ’70. Het leverde de volgende varkensstoof met pruimen en uien op. Wat ik me nog kan herinneren is dat vriend en ik destijds van dit gerecht gesmuld hebben. Varkensvlees met pruimen … het is een klassieke combinatie, maar dat wisten we toen nog niet. En zoals het gaat met klassieke zaken: ook anno 2017 smaakte dit gerecht nog steeds opperbest!

Varkensstoof met pruimen en uien

Ingrediënten: (4 pers)
650 gr varkensschouder, in blokjes
2 eetl olijfolie
½ theel kaneel
½ theel zwarte peper
1 theel gedroogde tijm
2 uien, gesnipperd
1 eetl rode wijnazijn
½ eetl dijonmosterd
350 ml droge witte wijn
3 teentjes knoflook, fijngehakt
4 wortels, in blokjes
1 laurierblaadje
375 ml groenten- of kippenbouillon
zout, peper
1 eetl boter
1 eetl suiker
15 – 20 zoetzure zilveruitjes
16 gedroogde gewelde pruimen

Bereidingswijze:
Meng de olie met de kaneel, peper, tijm en rozemarijn en meng deze door het vlees.

Verhit een stoofpan met zware bodem, voeg het vlees toe en doe het deksel op de pan. Bak het vlees op middelhoog vuur circa 5 minuten.
Neem het deksel eraf en bak het vlees al omscheppend nog circa 10 minuten tot het aan alle kanten bruin is.
Haal het vlees uit de pan en houd het apart.

Zet het vuur lager en bak de uien tot ze zacht en goudgeel zijn. Neem ze uit de pan en bewaar bij het vlees.

Voeg de wijnazijn, mosterd en één derde van de wijn toe aan de pan. Verhit tot het kookpunt en roer de aanbaksels goed los van de bodem. Laat alles in circa 8 minuten inkoken tot een stroopachtig geheel.
Voeg nogmaals één derde van de wijn toe en kook dit opnieuw in. Herhaal deze stap nog één keer met de rest van de wijn.

Voeg nu de knoflook, wortel en laurierblad toe en bak dit 1 minuut. Voeg de bouillon toe, breng het aan de kook en doe het varkensvlees en de uien er weer bij. Breng op smaak met peper en zout. Laat het op een heel laag vuur 45 à 60 minuten stoven.

Breng in een steelpannetje de boter, suiker en 60 ml water met de zilveruitjes aan de kook. Kook ze op laag vuur tot de uitjes bruin en gekarameliseerd zijn. Houd ze apart.

Een kwartier voor het einde van de stooftijd, kun je de uitjes en pruimen toevoegen. Warm alles nog goed door en proef of het vlees zacht genoeg is. Verwijder dan het laurierblad.

Dit gerecht is lekker met aardappelpuree en sperzieboontjes of rode kool.

De geur van gember in mijn ultieme keukenzeep

Geur van gember

“Stil maar, vanaf nu krijg je alleen nog maar dit heerlijke goedje met de geur van gember naar binnen gegoten”, prevel ik binnensmonds tegen de aardewerk zeepdispenser in mijn keuken. Ik praat vaak en veel tegen en in mezelf. Nooit hardop, gelukkig maar, want als je dat soort tekenen begint te vertonen, word je in no-time meewarig aangekeken. Of erger nog: afgevoerd.

In mezelf praten dus. Als onvervalste zelfanalist dienen er volop triviale zaken besproken te worden met mezelf. Dat ik soms beter een tandje bij kan zetten, dat knopen doorhakken best heel bevrijdend kan werken, dat ik echt niet altijd aardig gevonden hoef te worden en meer van dat soort diepzinnige zaken.

En alsof dat alles nog niet genoeg is, moeten de meest intrigerende items ook nog eens uitgevouwen, omgedraaid, tegen het licht gehouden en vanaf de onderkant bekeken te worden. Wat kan een mens bij tijd en wijle ont-zet-tend moe worden van zichzelf. De waarheid is dat ik mezelf nogal eens zoek raak in dit labyrint vol tegenstellingen.

Terug naar het welriekende zeepje. Dat heet Ginger Morning van Treacle Moon. Het geurt naar versgeraspte gember als je je handen wast. En meteen nog maar een bekentenis: naast in mezelf praten ben ik tevens behept met een hevige afkeer voor bepaalde luchtjes. Citroen bijvoorbeeld. Dan bedoel ik niet die heerlijk frisse, gele vrucht, maar de uit het laboratorium afkomstige lucht.

Op een onbewaakt ogenblik heeft men uitgevonden dat dit dé geur is om vervelende geurtjes in het toilet te verhullen. Als je vervolgens datzelfde luchtje in afwasmiddel, schoonmaakmiddel of handzeepjes gaat gebruiken, is de associatie met het kleinste kamertje snel gelegd. Vanwege deze associatie vind ik alle middelen met citroengeur uitermate vies ruiken. Brrrr. 

Heel lang ben ik dan ook op zoek geweest naar het ultieme keukenzeepje. Anti-bacteriële zepen doen mij teveel denken aan kraakheldere, steriele verblijfplaatsen. Geuren met een overdaad aan velden vol uitbundig bloeiende bloemen, prikkelen mijn o zo gevoelige neusslijmvliezen teveel, waardoor ik, na gebruik ervan, als een dolle kat met niesziekte de dag volbreng. En iets met citroen werd het dus ook nooit, evenals alle andere geuren uit de collectie van Treacle Moon. 

Dan nu de hamvraag, wat is de reden dat ik deze persoonlijke boodschap even aan jullie kwijt wil? Hmmm, daar moet ik nog over peinzen. Vanavond misschien, in mijn bed. Kort voor het slapen gaan neem ik meestal de dag even met mezelf door. Jawel, vaak begint de mallemolen van perspectieven dan opnieuw in alle snelheid te draaien: van links, van rechts, van bovenop, etc. Vragen, vragen en nog meer vragen. Gelukkig heb ik nu ten minste één houvast: van handen wassen met gembergeur word ik blij en gelukkig.

N.B. Ik word niet gesponsord om dit artikel te publiceren. Bovendien heb ik geen enkele commerciële connectie met Treacle Moon. Ik wil het onderhavige product ook zeker niet promoten, omdat de bestanddelenlijst van de producten behoorlijk wat siliconen, parabenen en alcohol laat zien. Ik schrijf slechts over zaken die mij persoonlijk in beroering brengen en dat is slechts de geur van Ginger Morning.

Gado gadosaus de milde smaakmaker

Diverse groenten met gado gadosaus

Oh meisjes (en jongens), wat ben ik toch gek op de Indonesische keuken! Eigenlijk zou ik elke dag wel gestoomde, witte rijst willen eten met een pittig gekruid gerecht ernaast. Het hoeven voor mij echt geen uitgebreide rijsttafels zijn te zijn. Zo’n kommetje dampende rijst met een eenvoudig groente- of vleesgerecht maakt me al blij genoeg. Sommige gerechten uit de Indonesische keuken blijven terugkomen in huize Eetplezier. Waren het vroeger veelal de vleesgerechten die gretig aftrek vonden, vandaag de dag zijn ook de groentegerechten populair. Gado gado bijvoorbeeld. Geblancheerde en/of rauwe groenten, overgoten met een smakelijke saus. Het is eigenlijk een gerecht van niks, alleen wat groenten (wel ideaal om alle restjes groenten in te verwerken), maar uiteindelijk máákt de saus het gerecht tot iets wat je vaker wilt eten. 

De saus heet dus gado gadosaus en beslist geen satésaus. Het verschil zit ‘m in de kokosmelk die je toevoegt aan gado gadosaus. Even afgezien van de hoeveelheid pepers die je gebruikt, ontstaat dus in beginsel een milder resultaat dan bij de traditionele pindasaus. Ik maak het al jaren als volgt.

Gado gadosaus

Fruit een paar fijngewreven tenen knoflook met 2 à 3 sjalotten zachtjes aan 1 eetlepel zonnebloemolie.
Doe er op het laatst een theelepel geraspte gember, een theelepel koriander, 1 theelepel laos en 1 (of twee, of drie) fijngesneden chilipeper(s) toe. Laat nog even meebakken.

Rooster 200 gr ontvliesde, ongezouten pinda’s in 6 tot 8 minuten in een tot 190˚ verwarmde oven. Laat ze afkoelen en maal ze in een keukenmachine fijn.

Voeg 1/2 dl sojasaus, 2 eetlepels palmsuiker (of bruine suiker), het sap van 1/2 limoen, 1 theelepel zout en het gebakken sjalottenmengsel toe.

Draai er een gladde massa van, voeg 4 dl kokosmelk toe en draai het opnieuw glad. Verwarm het op een zacht vuurtje.

Serveer deze saus over geblancheerde of rauwe groenten, zoals sperziebonen, wortel, paprika en komkommer. Van oorsprong worden de groenten lauw of koud gegeten, maar ik geef zelf de voorkeur aan warme groenten. Je kunt alle groenten gebruiken die jij lekker vindt. Eet het met gekookte rijst, eventueel een vleesgerecht, met wat kroepoek en natuurlijk een koel glas bier of een kruidige wijn.