Sound of Silence

Sound of silence

Hello darkness, my old friend …… De eerste keer dat ik deze woorden hoorde zal inmiddels zo’n 50 jaar geleden zijn. Het zijn de beginwoorden van de song Sound of Silence. Mijn kennis van de Engelse taal moet nog zeer beperkt geweest zijn en toch kon ik de tekst moeiteloos meegalmen. Het lijkt erop alsof de woorden voor altijd verankerd zijn in mijn brein, want ook nu poppen ze vanzelf op uit mijn hoofd als ik de eerste maten van de melodie hoor. Het kan ook bijna niet anders, want het vinyl was destijds letterlijk grijs gedraaid, iets wat gepaard ging met de nodige tikjes en krakjes. Een verfoeid fenomeen toen; nu verheerlijken we dit soort oubollige zaken graag met de term nostalgie. “Sound of Silence” verder lezen

Pasta all’amatriciana Norma

Pasta all'amatriciana

Het was afgelopen vrijdag heerlijk afgekoeld en G. en ik besluiten om ons drie dagen te verschansen in de Zeeuwse duinen. Dicht aan de kust biedt ons houten huisje, zoals altijd, rust, ruimte en frisse lucht. Als we arriveren voelen we direct een verfrissend windje waar we de afgelopen dagen zo naar snakten. Zeelucht. Zuurstof. Groen. Alles is hier voorhanden om de benauwenis van de stad in no-time te vergeten. Weinig mensen, geen drukte, een lege agenda. Ontsnapt uit de bubbel van alledag, geven we ons met genoegen over aan de  lafenis van een weliswaar droge, maar altijd heilzame natuur.  “Pasta all’amatriciana Norma” verder lezen

Laatste asperges van 2017

Laatste asperges van 2017

Afscheid nemen is een beetje sterven. Ja, zelfs een laatste portie nuttigen van je meest favoriete groenten, doet elk jaar opnieuw een tikkie pijn. Reikhalzend kijk ik – als rechtgeaarde Brabantse – eind april uit naar de allereerste asperges en droevig gestemd zie ik de 24e juni al weer snel op de kalender verschijnen. Op die datum zijn de laatste asperges van 2017 nog net te koop. Daarna is het afgelopen, klaar, uit. Het lijkt erop alsof de periode waarbinnen het witte goud gestoken mag worden, elk jaar korter wordt. Of maakt mijn tanende bewustzijnsbesef wellicht steeds langere sprongetjes? “Laatste asperges van 2017” verder lezen

Hitteplan en eetplezier

Vispotje



Da’s nou gek hè: op momenten dat het Nationale Hitteplan wordt geactiveerd en iedereen begint te zuchten dat de temperaturen zoetjesaan wel omlaag mogen gaan, blijkt iedereen om me heen alleen nog maar trek te hebben in koele, lichte gerechten. Terwijl G. en ik gewoon blijven dóóreten. Jawel, een beetje aangepast hier en daar, dus geen zaken als erwtensoep of rode kool op tafel. Echte winterkost eet je in de periode van december tot en met februari. Is mijn filosofie.

Appie en zijn op winst beluste kornuiten denken daar kennelijk anders over. Zij zijn de stellige mening toegedaan dat in een week als deze een product als zuurkool bijvoorbeeld absoluut niet mag ontbreken in hun lijst van aanbiedingen. Kennelijk leven moderne marketeers volledig afgesloten van allerhande informatiebronnen, waarmee ze kunnen inspelen op de wensen van de consument van vandaag.

Maar goed, ik had het over de ons momenteel toebedeelde hitte. Omdat ik toch ook op een gewoon mens lijk, kan zelfs bij mij op sommige momenten het zweet me plotseling aan alle kanten uitbreken. Ik denk dan razendsnel aan alle loeihete dagen die ik zwetend door heb gebracht achter mijn tafeltje vol papieren in het grote Betonnen Blok. Met temperaturen ver boven de 30 graden op de thermometer achter me, een uitgedroogde ficus in de linkerhoek en de lege stoelen van vakantievierende collega’s die me aangaapten, moest ik vaak hardop tegen mezelf vertellen dat werken best leuk is. Nu ik het Betonnen Blok alleen nog maar hoef te betreden om mijn paspoort te verlengen, zul je mij niet snel meer horen klagen over warmte. Ook niet over maaltijden die me niet zouden smaken.

Ja, misschien ben ik erg bevoorrecht. Mijn keuken maakt deel uit van een enigszins mismaakt uitgevallen L-vormige woonkamer en heeft geen ramen. Normaal gesproken vind ik dat een serieus nadeel, niets leuker dan het geluid van driftig gehakketak en vreedzaam geborrel, terwijl je uitkijkt over een in bloei staande rozentuin. Maar omdat elk nadeel zijn voordeel hep, is het in mijn keukentje relatief gezien dus erg koel. Ik ga er ook niet uitsluitend voor de lol nu uren in doorbrengen, maar een gewone, doordeweekse maaltijd is geen punt.

Vandaag at ik een smakelijk vispotje met veel groenten erin. Beetje meer zout erin dan anders, wat volgens de jongens en meisjes van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid een goed plan is tijdens warme dagen.

Vispotje op Nell’s eigen wijze

Ingrediënten: (voor 4-6 personen)
30 gr boter
1 teen knoflook, fijngehakt
2 sjalotten, superdun gesneden
2 stengels bleekselderij, julienne gesneden
1 dikke prei (alleen het wit) julienne gesneden
5 wortels, julienne gesneden
250 gr champignons, in schijfjes
1 laurierblad
300 gr zalm, in blokjes
400 gr witvis, ontveld, in blokjes
30-50 cl pernod (afhankelijk van je eigen smaak)
2 dl slagroom
3 eetl fijngehakte peterselie of dille

Bereidingswijze:
Verwarm een pan met dikke bodem een smelt hierin de boter op matig vuur.
Smoor de knoflook, sjalotten, bleekselderij, prei en wortel 7-10 minuten.
Voeg de champignons toe en laat de groenten nog 4-5 minuten sudderen.
Schenk er een fikse scheut pernod (circa 50 ml) en laat dit inkoken om de alcohol te laten verdampen.

Temper hierna de warmtebron en voeg de laurier en de room toe.
Je hebt nu een mooi bedje groenten gecreëerd, waarop je de visblokjes kan leggen. Op deze wijze komt de vis niet rechtstreeks in contact met teveel vocht, zodat deze niet gekookt wordt.
Voeg zout en peper naar smaak toe.
Pocheer de visblokjes 4-5 minuten op laag vuur, tot de vis ondoorschijnend is.

Strooi er vlak voor het serveren de fijngesneden peterselie of dille over.

Lekker met tagliatelle!

Korenbloemenblauw met uitjes

Het belooft een prachtige dag te worden. Veel zon met een verkoelend briesje. Dergelijke dagen moet je niet alleen inlijsten, maar ook vooral iets mee doen. Ik besluit me vandaag weer eens onder te dompelen in de mij omringende Zeeuwse vergezichten. Hop, even het loeihete gemotoriseerde blik in en dan snel eruit.

Het startpunt is Yerseke. Stiekem ben ik best wel een beetje verliefd op dit heerlijke dorp, waar alles draait om de beroemde zilte zaligheden. Oesters, mosselen, kreeft, het spartelt er allemaal vrolijk rond in de aangrenzende Oosterschelde, welke ooit tot Nationaal Park is gebombardeerd. En terecht, dit water is bijna altijd staalblauw van kleur, lekker zout en helder tot op de bodem.

Nu ik hier toch ben, ga ik eerst maar eens een harinkje eten. Bij mijn vaste vishandel Van As natuurlijk. Daar worden de visjes nog à la minute schoongemaakt – zo vanzelfsprekend, zou je zeggen – maar waar veel haringverkopers steken laten vallen. Nee, geen uitjes. De jongedame verstaat me niet, zodat ze alsnog op mijn bordje zitten. Geen nood, ze zijn snel opzij geschoven. Die eerste nieuwe haring geeft toch altijd een speciaal gevoel van bevrediging. Alsof hierna de zondvloed mag los barsten. Of zoiets. 

Met bolle buikjes zoeven G. en ik na deze culinaire start fluitend door het Zeeuwse landschap. We passeren loom ogende koeien en dik ingepakte schapen achter prikkeldraad. Verbaasd staan we stil bij kleurrijke velden vol kamille, klaprozen en korenbloemen. Mooier blauw dan korenbloemenblauw bestaat er niet. Hoewel … dat van borage (komkommerkruid) is misschien nog wel dieperblauw.

Enthousiast wijs ik G. op de gestreepte, zachtroze haagwinde. Piespotjes zou mam zeggen. Het lijkt alsof de natuur vandaag haar mooiste kleedje heeft aangetrokken. Sereen en stil showt ze haar bevalligheden.

Net op dat moment bereikt een luid en hinderlijk aantal decibels mijn gehoorgang. Hoe is het mogelijk? Een motorcrossspektakel. (Drie maal sss, zagen jullie dat?). Rust en ruimte maken plaats voor een hels kabaal. Vrrrrroem, brrrroem. Natuurlijk gun ik motorsportliefhebbers om af en toe te kunnen racen, maar is dat alsjeblieft ook mogelijk met hybride motoren? En dan niet per definitie naast rustige natuurgebieden?

We peddelen verder, het geluid neemt af. Oef, de zonkracht is hoog vandaag. Mijn rechterbovenarm begint te prikken. Niet ingesmeerd natuurlijk? Nee. De tube zonnebrand ligt ergens, alleen weet ik nooit waar. Gelukkig maken we een draai en teistert de genadeloze zon daarna mijn nek. Voor een perfect resultaat hoort roosteren om en om te gebeuren 😃

Na drie uurtjes buitenlucht is het goed toeven in ons koele huisje. En ondanks de overvloed aan licht, lucht, kleuren en warmte, hebben we opnieuw trek. In een triest krantenartikel las ik dat er kennelijk mensen zijn die van de gedachte uitgaan dat men zich kan voeden met bovenstaande elementen. Mooie, spirituele argumenten misschien, maar ik houd me vooralsnog liever vast aan de realiteit. Als de maag rammelt, is het voedsel nabij. Er staat nog een restje vlees in de koelkast. G. snijd dikke plakken zuurdesembrood. Ik bak aubergineblokjes, bestrooi ze met zoete, gehalveerde cherrytomaatjes en gescheurde basilicumblaadjes. Citroenige olijfolie en versgemalen peper erover. Aardbeitjes marineren in Dolfi aardbeienlikeur. Restje zelfgemaakt ijs als dessert erbij. Een flesje sauvignon blanc erbij om het vochtpeil te stabiliseren en kijk aan: mijn prins en ik hebben het wederom goed. Hemelsblauwer als deze dag wordt het niet in dit ondermaanse leven!