Hitteplan en eetplezier

Vispotje



Da’s nou gek hè: op momenten dat het Nationale Hitteplan wordt geactiveerd en iedereen begint te zuchten dat de temperaturen zoetjesaan wel omlaag mogen gaan, blijkt iedereen om me heen alleen nog maar trek te hebben in koele, lichte gerechten. Terwijl G. en ik gewoon blijven dóóreten. Jawel, een beetje aangepast hier en daar, dus geen zaken als erwtensoep of rode kool op tafel. Echte winterkost eet je in de periode van december tot en met februari. Is mijn filosofie.

Appie en zijn op winst beluste kornuiten denken daar kennelijk anders over. Zij zijn de stellige mening toegedaan dat in een week als deze een product als zuurkool bijvoorbeeld absoluut niet mag ontbreken in hun lijst van aanbiedingen. Kennelijk leven moderne marketeers volledig afgesloten van allerhande informatiebronnen, waarmee ze kunnen inspelen op de wensen van de consument van vandaag.

Maar goed, ik had het over de ons momenteel toebedeelde hitte. Omdat ik toch ook op een gewoon mens lijk, kan zelfs bij mij op sommige momenten het zweet me plotseling aan alle kanten uitbreken. Ik denk dan razendsnel aan alle loeihete dagen die ik zwetend door heb gebracht achter mijn tafeltje vol papieren in het grote Betonnen Blok. Met temperaturen ver boven de 30 graden op de thermometer achter me, een uitgedroogde ficus in de linkerhoek en de lege stoelen van vakantievierende collega’s die me aangaapten, moest ik vaak hardop tegen mezelf vertellen dat werken best leuk is. Nu ik het Betonnen Blok alleen nog maar hoef te betreden om mijn paspoort te verlengen, zul je mij niet snel meer horen klagen over warmte. Ook niet over maaltijden die me niet zouden smaken.

Ja, misschien ben ik erg bevoorrecht. Mijn keuken maakt deel uit van een enigszins mismaakt uitgevallen L-vormige woonkamer en heeft geen ramen. Normaal gesproken vind ik dat een serieus nadeel, niets leuker dan het geluid van driftig gehakketak en vreedzaam geborrel, terwijl je uitkijkt over een in bloei staande rozentuin. Maar omdat elk nadeel zijn voordeel hep, is het in mijn keukentje relatief gezien dus erg koel. Ik ga er ook niet uitsluitend voor de lol nu uren in doorbrengen, maar een gewone, doordeweekse maaltijd is geen punt.

Vandaag at ik een smakelijk vispotje met veel groenten erin. Beetje meer zout erin dan anders, wat volgens de jongens en meisjes van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid een goed plan is tijdens warme dagen.

Vispotje op Nell’s eigen wijze

Ingrediënten: (voor 4-6 personen)
30 gr boter
1 teen knoflook, fijngehakt
2 sjalotten, superdun gesneden
2 stengels bleekselderij, julienne gesneden
1 dikke prei (alleen het wit) julienne gesneden
5 wortels, julienne gesneden
250 gr champignons, in schijfjes
1 laurierblad
300 gr zalm, in blokjes
400 gr witvis, ontveld, in blokjes
30-50 cl pernod (afhankelijk van je eigen smaak)
2 dl slagroom
3 eetl fijngehakte peterselie of dille

Bereidingswijze:
Verwarm een pan met dikke bodem een smelt hierin de boter op matig vuur.
Smoor de knoflook, sjalotten, bleekselderij, prei en wortel 7-10 minuten.
Voeg de champignons toe en laat de groenten nog 4-5 minuten sudderen.
Schenk er een fikse scheut pernod (circa 50 ml) en laat dit inkoken om de alcohol te laten verdampen.

Temper hierna de warmtebron en voeg de laurier en de room toe.
Je hebt nu een mooi bedje groenten gecreëerd, waarop je de visblokjes kan leggen. Op deze wijze komt de vis niet rechtstreeks in contact met teveel vocht, zodat deze niet gekookt wordt.
Voeg zout en peper naar smaak toe.
Pocheer de visblokjes 4-5 minuten op laag vuur, tot de vis ondoorschijnend is.

Strooi er vlak voor het serveren de fijngesneden peterselie of dille over.

Lekker met tagliatelle!

Korenbloemenblauw met uitjes

Het belooft een prachtige dag te worden. Veel zon met een verkoelend briesje. Dergelijke dagen moet je niet alleen inlijsten, maar ook vooral iets mee doen. Ik besluit me vandaag weer eens onder te dompelen in de mij omringende Zeeuwse vergezichten. Hop, even het loeihete gemotoriseerde blik in en dan snel eruit.

Het startpunt is Yerseke. Stiekem ben ik best wel een beetje verliefd op dit heerlijke dorp, waar alles draait om de beroemde zilte zaligheden. Oesters, mosselen, kreeft, het spartelt er allemaal vrolijk rond in de aangrenzende Oosterschelde, welke ooit tot Nationaal Park is gebombardeerd. En terecht, dit water is bijna altijd staalblauw van kleur, lekker zout en helder tot op de bodem.

Nu ik hier toch ben, ga ik eerst maar eens een harinkje eten. Bij mijn vaste vishandel Van As natuurlijk. Daar worden de visjes nog à la minute schoongemaakt – zo vanzelfsprekend, zou je zeggen – maar waar veel haringverkopers steken laten vallen. Nee, geen uitjes. De jongedame verstaat me niet, zodat ze alsnog op mijn bordje zitten. Geen nood, ze zijn snel opzij geschoven. Die eerste nieuwe haring geeft toch altijd een speciaal gevoel van bevrediging. Alsof hierna de zondvloed mag los barsten. Of zoiets. 

Met bolle buikjes zoeven G. en ik na deze culinaire start fluitend door het Zeeuwse landschap. We passeren loom ogende koeien en dik ingepakte schapen achter prikkeldraad. Verbaasd staan we stil bij kleurrijke velden vol kamille, klaprozen en korenbloemen. Mooier blauw dan korenbloemenblauw bestaat er niet. Hoewel … dat van borage (komkommerkruid) is misschien nog wel dieperblauw.

Enthousiast wijs ik G. op de gestreepte, zachtroze haagwinde. Piespotjes zou mam zeggen. Het lijkt alsof de natuur vandaag haar mooiste kleedje heeft aangetrokken. Sereen en stil showt ze haar bevalligheden.

Net op dat moment bereikt een luid en hinderlijk aantal decibels mijn gehoorgang. Hoe is het mogelijk? Een motorcrossspektakel. (Drie maal sss, zagen jullie dat?). Rust en ruimte maken plaats voor een hels kabaal. Vrrrrroem, brrrroem. Natuurlijk gun ik motorsportliefhebbers om af en toe te kunnen racen, maar is dat alsjeblieft ook mogelijk met hybride motoren? En dan niet per definitie naast rustige natuurgebieden?

We peddelen verder, het geluid neemt af. Oef, de zonkracht is hoog vandaag. Mijn rechterbovenarm begint te prikken. Niet ingesmeerd natuurlijk? Nee. De tube zonnebrand ligt ergens, alleen weet ik nooit waar. Gelukkig maken we een draai en teistert de genadeloze zon daarna mijn nek. Voor een perfect resultaat hoort roosteren om en om te gebeuren 😃

Na drie uurtjes buitenlucht is het goed toeven in ons koele huisje. En ondanks de overvloed aan licht, lucht, kleuren en warmte, hebben we opnieuw trek. In een triest krantenartikel las ik dat er kennelijk mensen zijn die van de gedachte uitgaan dat men zich kan voeden met bovenstaande elementen. Mooie, spirituele argumenten misschien, maar ik houd me vooralsnog liever vast aan de realiteit. Als de maag rammelt, is het voedsel nabij. Er staat nog een restje vlees in de koelkast. G. snijd dikke plakken zuurdesembrood. Ik bak aubergineblokjes, bestrooi ze met zoete, gehalveerde cherrytomaatjes en gescheurde basilicumblaadjes. Citroenige olijfolie en versgemalen peper erover. Aardbeitjes marineren in Dolfi aardbeienlikeur. Restje zelfgemaakt ijs als dessert erbij. Een flesje sauvignon blanc erbij om het vochtpeil te stabiliseren en kijk aan: mijn prins en ik hebben het wederom goed. Hemelsblauwer als deze dag wordt het niet in dit ondermaanse leven!

Broodje bal op eigen wijze

Broodje bal



Er zijn van die dagen dat een mens niet te moeilijk moet doen over zijn/haar maaltijd. Om nu meteen naar de cafetaria te rennen, gaat mij ook weer iets te ver, maar de overvloed aan zonlicht dat ons afgelopen dagen werd toebedeeld, dient wel optimaal te worden benut natuurlijk. Geen gerommel in de keuken is dan het motto. Vitamientjes D opslaan voor al die dagen dat de koperen ploert ons weer eens met een boosaardige grijns in de steek laat.

Zover ben ik inmiddels wel in mijn eigenhandig samengestelde Leefwijzerhandleiding: geniet van het moment, denk niet aan gisteren, niet aan morgen en bekommer je even niet om al die dingen die op dat moment zo nodig moeten. Het komt wel goed, heus. Is het vandaag niet, dan is het morgen wel. En dit riedeltje kun je ook morgen weer heel gedecideerd herhalen tegen jezelf.

Het zijn. Hier en nu. Daar gaat het in essentie om in het leven. Of zoals de door mij zeer gewaardeerde poëet Herman de Coninck ooit schreef in een vers:

Je moet niet alleen, om de plek te bereiken,
thuis opstappen, maar ook uit manieren van kijken.
Er is niets te zien, en dat moet je zien
om alles bij het zeer oude te laten.

Er is hier. Er is tijd
om overmorgen iets te hebben achtergelaten.
Daar moet je vandaag voor zorgen.
Voor sterfelijkheid.

Ik kan dit soort teksten blijven lezen. Zoveel waarheid in een paar zinnen. Wat een geweldige poëet is die Herman de Coninck. Gisteren was het 20 jaar geleden dat hij overleed. Temidden van een aantal collega’s zakte hij op straat in Lissabon in elkaar. Op weg naar een congres. Zijn “hier” hield op te bestaan. Evenals zijn schitterende verzen.

Op een dag als vandaag roept mijn G. reeds in de vroege morgen dat hij zich over het eten zal ontfermen. Het maken ervan, beter gezegd. Zo’n gezegde moet je niet teveel aan willen sleutelen. Gewoon laten doen, is mijn ervaring, meestal komt het dik in orde. Ook niet stiekem vanuit je ooghoeken meekijken. De mannelijke versie van de mens is daar heul erg allergisch voor.

Enfin, na een volle dag in zonlicht gebaad te hebben, nip ik rond een uur of vijf loom van mijn roseetje, terwijl G. de keuken induikt. Natuurlijk had ik al één en ander waargenomen. Livar gehakt in de koelkast. Gemengde sla. Avocado’s. En nu prikkelt de geur van gebakken spek en versgesneden basilicum mijn neusgaten. Lekker! Geen idee wat het het moet worden, maar ik krijg à la minute ontzettende trek.

Uiteindelijk blijkt het een broodje bal op G’s eigen wijze te zijn geworden. Ik proef basilicum in het gehakt. Lekker! Eromheen allerlei verantwoorde zaken, zoals sla, komkommer, tomaat en avocado. Nee, zeker geen culinair hoogstandje. Een beetje knisper van het broodje, alles hoog op smaak door het zoutige van het spek, opgeleukt met een handvol gezondheid. Meer hoeft dat niet te zijn vandaag. Het is hier, dichtbij, in ons huis, en is dat niet het allerbelangrijkste?

Osteria Campobianco, Italiaanse sferen in Kamperland

Osteria Campobianco

In haar aderen lijkt Italiaans bloed te vloeien. Elke vezel in haar lichaam lijkt te zijn gesponnen uit capelli d’angelo en in haar hoofd huist permanent de culinaire kennis van La Mama. Kortom: Marianne Wittkamp ís Italië. Ze straalt de liefde voor dit mediterrane land dan ook aan alle kanten uit. “Het is een gevoel, ergens diep van binnen, dat onlosmakelijk met me verbonden is. Passie of liefde, noem het zoals je wilt, het is een deel van mijn identiteit”, vertelt gastvrouw Marianne me tijdens een door haar georganiseerde Italiaanse boerenmaaltijd in haar huiskamerrestaurant Osteria Campobianco in het Zeeuwse Kamperland.

Naast de warme, vrijgevige levensstijl van de inwoners van Italië, de overdaad aan cultureel-historische elementen en het glooiende landschap gaat Marianne’s hart vanzelfsprekend ook uit naar de Italiaanse keuken. Met liefdevolle toewijding bereidt ze gerechten met een duidelijk Italiaanse achtergrond. In deze gerechten komt alles samen voor haar. Een stukje van haar geliefde land naar Nederland brengen, daar waar ze woont, in Zeeland.

Zo’n 8 jaar geleden koos Marianne ervoor haar inmiddels volgroeide Italiaanse kookkunsten, te willen delen met anderen. Ten minste 1 x per maand wordt de grote huiskamer omgetoverd tot een heuse brasserie. Lange tafels, karaffen wijn, hongerige mensen, alle ingrediënten voor een gezellige avond in Italiaanse sferen zijn voorhanden. Zo ook op deze avond, als ik samen met mijn G. bij haar aanschuif.

Nadat we hartelijk en uiterst gastvrij ontvangen zijn, maken we kennis met de andere gasten. Het zijn er dit keer zeventien. “Nee, dat gaat vanavond niet lukken”, antwoordt Marianne op mijn vraag of zij ook met ons mee-eet. Jammer, maar begrijpelijk.

Op tafel verschijnt witte en rode wijn. En water. Echtgenoot Mark vertelt ons dat we net zoveel mogen drinken als we zelf denken aan te kunnen. Gastvrijheid ten top hier! De Italiaanse boerenmaaltijd gaat van start met een keur aan traditionele antipasti. Marianne legt uit waar we van kunnen snoepen: een salade van gepocheerde zalm met rode ui en pistachenootjes, frittata met groene asperges, authentieke Italiaanse droge worst, taleggio en gorgonzola kaasjes en geroosterde paprika met ansjovis.

Osteria Campobianco
Alsof dat nog niet genoeg is, komt onze gastvrouw even later met rijkelijk belegde bruschetta en een werkelijk overheerlijk spinazierondje. Bij Osteria Campobianco wordt duidelijk alles zelf bereid, alle smaken zijn even puur.

Ondertussen wordt er druk gekletst en gelachen aan tafel. De stemming zit er al goed in. Geen onbekend verschijnsel voor mij. Samen aan tafel zitten verbroedert. In Nederland zijn we niet zo vertrouwd met dit fenomeen, maar in veel mediterrane leven wordt daar anders over gedacht. Leven om te eten en niet andersom, zoals wij Noorderlingen vaak ten onrechte denken.

De tweede gang bestaat uit een geurige minestronesoep van zomerse groenten, zoals wortel, boontjes en spinazie. Tezamen met de rijstvormige pasta (riso) een welgevuld soepje. Met het oog op de nog komende gerechten moet ik helaas een beetje laten staan, maar stiekem had ik best nog even willen doorlepelen.

Osteria Campobianco

Er wordt overgegaan op de proeverij van pasta’s. Allereerst krijgen we penne all’amatriciana, een klassiek gerecht uit de Italiaanse keuken. Eroverheen een ferme wolk geraspte kaas. “Een broertje van de Parmezaanse kaas, maar dan lokaal bereid zonder onnodige keurmerken”, verklaart Marianne tijdens het opdienen.

Osteria CampobiancoIn Bajardo, waar zij en haar echtgenoot een tweede huis bewonen, wordt deze kaas door de plaatselijke slager gemaakt en verkocht. Ik proef de scherpte van gestremde schapen- of geitenmelk. Het combineert perfect met de pancetta, ui, knoflook en tomaat in de saus. Deze heeft lang gesudderd, zoals dat hoort met Italiaanse tomatensauzen. Pas dan komt de rijke, volle smaak van zondoorstoofde tomaten volledig tot zijn recht.

Als de borden met de volgende pasta verschijnen, hoor ik diverse mensen zuchten. Ja, er wordt hier stevig gegeten, in deze Osteria. Hoewel ik zelf ook geen grote eter ben, wil ik wel heel graag van alles proeven. Dus ook van de linguine met rozemarijnsaus, die inmiddels voor ons staat.

Osteria CampobiancoIk kan er kort over zijn, in één woord: klasse! Het door velen als overheersend bestempelde kruid domineert niet, maar geeft dit gerecht juist een geweldige boost. In al zijn eenvoud een fantastisch gerecht. Wat mij betreft een absoluut schoolvoorbeeld van cucina povera, de “armeluiskeuken” die in Italië zijn oorsprong heeft.

We zijn bij het dessert aangekomen. Die bestaat uit een panna cotta, afgetopt met een heerlijke aardbeiencoulis. Eventuele kleine gaatjes worden met dit nagerecht zoetjes opgevuld.

Osteria Campobianco Waarna het feest nog niet afgelopen. Mark voorziet alle gasten van een kopje koffie, terwijl hij ons aangenaam vermaakt met verhalen over zijn collectie authentiek Italiaanse koffiekopjes. Marianne schenkt er, naar wens, een piepklein glaasje zelfgemaakte limoncello of arancello bij. In mijn mondholte zwieren intense citrussmaken en bedwelmende alcohol samen een gezellig walsje. Dit zijn glaasjes om vreselijk vrolijk van te worden!

Osteria Campobianco

Nadat iedereen volledig verzadigd is, blijft het nog lang onrustig in Osteria Campobianco. De meeste gasten praten uitgebreid na, maar wij hebben nog een afstandje te overbruggen. Ik bedank onze gastvrouw- en heer voor de geweldig plezierige avond en beloof snel terug te keren. Want wat wordt er hier in Kamperland ontzettend goed gekookt. Menige horecagelegenheid staat, wat mij betreft, in de schaduw van dit plezierige huiskamerrestaurant. Informatie over aankomende activiteiten is te vinden op Osteria Campobianco en tevens op Facebook onder dezelfde naam. 

Lasagne met een vulling van spinazie, venkel en courgette



De hoogste tijd om mijn kookboeken weer eens door te bladeren, speurend naar iets nieuws, iets onbekends, iets wat ik nog nooit heb mogen smaken. En omdat ik het de laatste tijd toch ook altijd een gezond tintje wil meegeven, kom ik vaak uit bij groentengerechten. Voor het recept van deze lasagne met een vulling van spinazie, venkel en courgette werd ik geïnspireerd door het boek “Vlees noch vis” van Estée Strooker. Ik heb het oorspronkelijke recept hier en daar wel wat aangepast omdat ik niet zit te wachten op ingewikkeldheden, zoals frivole garneringen.

Uiteindelijk werd het een maaltijd die zeker voor herhaling vatbaar is. De foto werd dat niet. Tenzij je een prof bent, moet een eenvoudig mens eigenlijk nooit proberen een foto van lasagne te maken. Het wordt altijd een onsmakelijk plaatje. Vooral met spinazie. Het doet ook absoluut geen recht aan dit heerlijke gerecht. Daarom maar een frisse, fruitige venkel als binnenkomer.

Lasagne met een vulling van spinazie, venkel en courgette

Ingrediënten:
350 gr verse lasagnevellen
1 ui
2 teentjes knoflook
2 citroenen
175 gr spinazie
200 gr ricotta
2 courgettes
2 venkelknollen
125 gr Parmezaanse kaas

Bereidingswijze:
Verwarm de oven voor op 170˚.

Pel en snipper de ui en de knoflook.
Rasp de schil van 1 citroen en pers hem uit.
Verhit een scheut olijfolie in een pan en fruit de ui en knoflook enkele minuten.
Voeg de spinazie toe en bak die ook enkele minuten mee tot ze groente geslonken is.
Schep nu de spinazie in een kom en schep de ricotta erdoor.
Breng op smaak met citroenrasp, zout en peper.

Snijd de courgette met behulp van een mandoline in dunne lange plakken.
Maak de venkel schoon en schaaf hem ook in dunne plakken.
Rasp de Parmezaanse kaas.
Snijd de resterende citroen door en snijd 1 helft in plakjes.

Leg nu een laagje venkel op de bodem van een ovenschaal, besprenkel de laag met olijfolie en citroensap en strooi er een beetje zout en peper over.
Verdeel er een laagje courgette over en besprenkel/bestrooi zoals bij de venkel.

Nu kun je er een laag lasagnvellen op leggen.
Bedek met het spinaziemengsel en bestrooi met Parmezaanse kaas.
Herhaal dit tot de ovenschaal vol is, maar eindig met een laag spinaziemengsel bestrooid met Parmezaanse kaas.

Bak de lasagne 30-40 minuten in een voorverwarmde oven.

Serveer met een handvol rucola erover heen gestrooid.

Nou vooruit, hier dan nog mijn slechtste foto van het jaar. Niet schrikken. Blijf vooral denken aan al die lekkere dingen die verwerkt zijn in dit gerecht!

Opdat iedereen in vrijheid leven mag

Elk jaar op 4 mei denk ik aan alle mensen die gevallen zijn in de oorlog. Gewone mensen die, net als jij en ik, bezig waren hun leven te leiden en door de schijnbare “toevalligheid” van een oorlog, hun leven hebben moeten laten. Het zal je maar overkomen. Vallende bommen waar niet aan te ontkomen is, getrokken geweren op je gericht, afgevoerd worden naar plaatsen waar je vervolgens in complete onvrijheid vastgehouden wordt. Ik moet en kan er niet aan denken.

Mijn eigen mam draagt de angsten van de oorlog nog steeds in zich. Op een dag als vandaag denk ik extra aan haar. Tijdens de twee minuten stilte is er nog elk jaar de haast onmerkbare trilling om haar stijf dichtgeknepen mond, haar ogen die vochtig worden zonder dat er echte tranen rollen. Terwijl er juist op dat moment een legitieme reden is om haar gevoelens te uiten, houdt ze zich groot. Dat is wat een oorlog met je doet.

Uit genealogisch onderzoek blijkt dat vooral de familie van mijn moeders kant niet gespaard is tijdens de oorlog. Allereerst is er de neef van opa, Johannes Anthonius de Pree. In het gewone leven onderwijzer, maar in het ondergrondse is hij actief in het verzet. Op 5 april 1945 wordt hij in kamp Mauthausen gefusilleerd. Hij sterft als held.

Marinus Johannis Jongeneelen, een neef van mijn oma Jongeneelen, geboren 04-12-1900 te Dinteloord komt terecht in een Japans interneringskamp en overlijdt 30 september 1943 in Kanchanaburi hospital, Malay POW Camp at Kanchanaburi village Thailand aan de gevolgen van malaria.

Ook Eldert Jongeneelen, afkomstig uit een andere tak van de familie Jongeneelen, heeft in een Japans interneringskamp gezeten, maar komt er naar alle waarschijnlijkheid goed vanaf. Na enig speurwerk kom ik zijn naam in 1950 weer tegen op archiefkaarten in Waalwijk.

Anthonius Johannes Jongeneelen, geboren 29-06-1915, meubelmaker, laat het leven op 13-09-1944 te Amsterdam. Naar alle waarschijnlijkheid is hij omgekomen bij een zgn. “onbedoeld” bombardement, bestemd voor de Fokkerfabrieken.

Voorts is er Adrianus Johannis Marinus Jongeneelen, geboren 02-12-1897 te Dinteloord. Ook hij is oorlogsslachtoffer en overlijdt op 13 januari 1945 te Osnabrück.

En of het nu toeval is of voorzienigheid: gisterenavond vind ik een persoonskaart van Eliazer Reindorp, gehuwd geweest met Adriana Jongeneelen, eveneens familie van mijn moeders moeder. Op de kaart staat zijn overlijdensplaats. Ik voel een rilling vanaf mijn kruin naar beneden lopen als ik die negen afschuwwekkende letters zie staan: Auschwitz. Het duurt even voor het tot me doordringt dat deze Eliazer Reindorp een Jood geweest moet zijn. Zijn naam heeft nooit die associaties bij me opgeroepen, zijn overlijdensplaats echter des te meer.

Laten we daarom met z’n allen de herinnering scherp houden. Al was het maar tijdens die twee minuten stilte elk jaar op 4 mei om 20.00 uur. Opdat we elkaar de gruwelijkheden van een nieuwe oorlog voor altijd zullen besparen. Opdat we verder leven met het besef dat iedereen in vrijheid leven mag.