Oogje in het zeil

Sommige mensen bewegen zich al fluitend soepel door het leven. Ik ook. Met dit verschil dat mijn hoofd eveneens diverse vrolijke wijsjes produceert, maar alle overige lichaamsdelen zich daar vervolgens jammerend, kermend en zuchtend bij aansluiten. Dat is niet iets om dramatisch over te doen. Dat is een gegeven waar heel goed mee te leven valt. Zolang alle zintuiglijke functies doen wat ze moeten doen, voel ik mij – daarbinnen in mijn hoofd – tamelijk gelukkig.

Heel hinderlijk is echter dat ik al meer dan vijf jaar een onwillig linkeroog heb. Het zicht is gelukkig nog prima, ook al slingeren er overal leesbrilletjes met sterkte plus twee. Intussen heb ik vastgesteld dat dat volledig acceptabel is op mijn leeftijd. Vervelender is dat het oog soms stroef in zijn veilige bedding beweegt. Dat is meestal een teken dat na een dag of wat ontstekingscellen aan hun opmars beginnen en binnen no time is dan mijn dierbare kijker getransformeerd tot een rood, pijnlijk bolletje.

In al die jaren heeft het verschijnsel diverse kwalificaties meegekregen: syndroom van Sjögren, conjunctivitis, blepharitis. Al die tijd was er maar één oplossing: anti-biotica druppelen, in combinatie met vrachtladingen kunsttranen. De top van de firma Bausch & Lomb rijdt intussen in nóg sportievere BMW’s dan voorheen, boeken vakanties naar nóg exotischer oorden en zien hun beurzen dikker en dikker worden. En dat allemaal dankzij mij.

Zelfvoldane  types, dat zijn het, die zelfverrijkers aan de top en ik kan me er geen mogelijkheid in vinden. Ze kampen kennelijk niet vaak met lichamelijke ongemakken, althans ik mag aannemen dat dollartekens in je ogen niet pijnlijk zijn, anders kenden zij het leven wel andere waarden toe. Ho even, vrouwtje Eetplezier. Niet afdwalen. Bij de les blijven. De wereld veranderen is een utopie.

We schrijven eind februari 2015 als er zich een nieuw fenomeen aandient. In eerste instantie laat het zich aanzien als rordelgoos (met vrolijker varianten worden ziektebeelden over het algemeen draaglijker). Zes weken later denkt de dermatoloog daar anders over, als ik hem een foto laat zien van mijn rode appelwangetjes, waardoor ik er bij tijd en wijle wel er-rug gezond begin te kleuren. Rosacea, kraait hij opgetogen. Geen twijfel mogelijk. Mooi. Ik voeg het toe aan mijn lijst van aandoeningen. Ik twijfel of ik hem de problematiek van het linkeroog nog zal voorleggen, tot ik in de hoek van de spreekkamer een paar splinternieuwe stoute schoenen zie staan.

Mijn tijd is eigenlijk al verstreken zie ik, na een vluchtige blik op de dokter, die over zijn toetsenbord gebogen zit te tikken, alsof hij aan de kampioenschappen sneltypen deelneemt. Ja, er is een duidelijk verband tussen rosacea en oogproblemen, hoor ik hem prevelen. Vijftig procent van de patiënten heeft daar last van. Maar dat moet u even bij de oogarts navragen.

Navragen? Man, ik heb de afgelopen jaren minstens twintig bezoekjes gebracht aan diverse oogartsen. Stuk voor stuk deden zij aan eigen onderzoeken en ieder voor zich had zijn eigen, geheel op persoonlijke gronden stoelend oordeel over mijn linkeroog. Samenwerking of gezamenlijk overleg is niet des medici. Het is een collectief mankement dat ze allen, ik herhaal: allen, ten toon weten te spreiden. Liever bouwen ze gestaag verder aan hun ivoren bouwwerk, dat, als het af is, verdacht veel weg heeft van een onbenaderbare toren. En ook al zijn er steriele lieden die echt enorm veel kennis in huis hebben binnen hun specialisme; te vaak zijn ook zij volslagen mislukt als normaal functionerend mens. Zonder invoelend vermogen. Zonder comunicatieve vaardigheden. Ik dwaal weeer af.

Deze oogarts is nieuw. De ouwe meute is vervangen door enthousiaste jongelingen, waarvan zij er één is. Ze oogt kittig en loopt met gezwinde pas. Dat gegeven was me al eerder opgevallen: eenmaal gekleed in een witte jas, stralen deze gezondheidverzorgers een misplaatst soort onsterfelijkheid uit. Altijd kwiek. Altijd tomeloos energiek. Enfin, daar kunnen zij natuurlijk ook niets aan doen. Moeten ze maar meer vet en suiker eten. En minder bewegen.

Nadat ik mijn verhaal in het kort verteld heb, bladert de nieuwe, mooie dame uitvoerig door mijn inmiddels duimendikke dossier, perst haar lippen in een clowneske plooi, kijkt me doordringend aan en zucht daarna luid en duidelijk. Dan wordt het stil. Ik wacht op haar vermeende expertise in deze materie. Ik denk dat ik u een anti-viraal middel ga geven, zegt mijn nieuwe dokter enigszins twijfelend. En toch ook de anti-biotica erbij, besluit ze ferm.

Maar, begin ik vastbesloten niet met alles genoegen te nemen, dan komen we toch nooit te weten welk middel er geholpen heeft? Als het al een oplossing zou bieden. Daar had ze zelf nog niet aan gedacht, te oordelen aan de stand van haar neus. Misschien niet, antwoordt ze. Weet je wat, ik ga een  corticosteroïd geven. Daar kan ik me wel in vinden. Het is in ieder geval eens wat anders dan die vervelende ab, waarnaar mijn rancuneuze bacteriekolonie inmiddels een lange neus maakt.

Tot ik thuis ben. En ik de bijsluiter lees en herlees, er lustig op los google en verdrietig moet vaststellen dat dit goedje vele malen heftiger werkt dan zijn ab-vrindjes. Vaak voorkomende bijwerking: glaucoom en staar. Beide onomkeerbare processen. Mijn conclusie staat vast. Ik weet wat ik heb, ik weet niet wat me te wachten staat als ik aan dit gemene flesje begin. Laat me maar zien waar mijn scheepje strandt.

Dat gebeurt al snel na deze gedachte. Mijn rebelse oog protesteert zo mogelijk nog harder, nu ik mijn bootje dwars op de wind laat dobberen. Het prikt, het brandt, het traant, alsof alle staafjes, kegeltjes, zenuw- en epitheelcellen zich verenigd hebben in een revolutionaire opstand. Zwaar weer aan de horizon! En ik weet niets anders te verzinnen dan opnieuw koers te zetten richting oogarts.

Aldaar aangekomen meen ik een meewarige blik in haar eigen helder-stralende ogen te bespeuren. Ze snapt het, zegt ze. En: wat een vervelende toestand toch. Opnieuw perst ze haar lippen op elkaar. Om te besluiten met een opmerking die ik tot op dat moment nog geen enkele medicus heb uit horen spreken: ik weet het niet. Ik voel me gehoord, zoals ik voorheen nog nooit gehoord ben! Wat een openbaring. We keuvelen gezellig verder hoe we verder gaan. Zij zet haar bevindingen op papier, ik ga op zoek naar een collega, die bekend in met de relatie oogproblemen en auto-immuunziekten.

Er is nog niets verbeterd aan de mistroostige habitat van mijn linkeroog. Maar mijn wankele vertrouwen in de vaandeldragers van onze gezondsheidszorg heeft zich inmiddels, ingegeven door het empatische, meedenkende gedrag van mijn nieuwe jeugdige oogdokter, wel in belangrijke mate weten te herstellen. Daar ben ik blij om. Misschien zelfs nog wel blijer dan met een geneesmiddel. Maar zoals het een onvervalste criticus als ik betaamt, blijf ik een scherp oogje in het zeil houden. To be continued ….

print

8 gedachten over “Oogje in het zeil”

  1. Heel verstandig, dat oogje in het zeil blijven houden. Ik kan me je opluchting dat eindelijk een arts eens zegt het niet te weten helemaal voorstellen. Niet dat je er ook maar iets mee opschiet natuurlijk. Grappig dat jou ook is opgevallen hoe ergerlijk energiek die jonge artsen zijn 😉

    1. Dank je, Carla! Het verzoek naar een gespecialiseerde oogarts is intussen verstuurd, Ik wacht het maar even af. Komt tijd, komt raad

  2. Jemig Nell wat een verhaal, het lijkt wel een slechte film. Op zich is dat niet zo erg als je zelf de hoofdrol niet speelt. Is er in de alternatieve hoek niet een oplossing te vinden?? Wij hebben daar goede ervaringen mee, in ieder geval het soort mens spreekt ons meer aan..
    Het blijft voor een arts ook maar uitproberen, en dat heb ik liever niet op mij. De symptomen, daar is wel een pilletje of zalfje voor maar de oorzaak die moeten ze de nek omdraaien, en dat mankeert er nogal eens aan. Het menselijk lichaam is een kunststukje waar de artsen de grootste moeite meen hebben. Heel veel sterkte met je oog, knijp er af en toe maar eentje dicht 😉

    1. Eerst nig even een afspraak bij een prof ib het umcu. Als dat op niets uitloopt, ga ik ook in die richting te zoeken, Karin, ik ben het pappen en nathouden erg beu, Met wat voor zorgverleners heb jij precies ervaring?

  3. Hallo Nel. Na t intikken van de zoekterm tacrolimus oogzalf kwam ik bij uw (bijzonder geschreven…. in 2015) ervaringen uit! Ik ervaar al jaren dezelfde oogklachten en ben erg benieuwd hoe het nu met uw ogen gaat. Tacrolimus is volgens mijn oogarts een zalf die ze gebruikt als niets anders helpt….. ik ervaar nog geen verbetering……

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Login with Facebook