Mooie mensen

De wereld zit vol mooie mensen. Alleen willen wij ze niet altijd even gauw zien. Als ik op de allereerste lentedag van dit jaar op een bankje in het nabijgelegen park zit, een beetje soezerig en met half gesloten oogleden vanwege de uitbundige zonnestralen, zie ik nog net Robin* aan de andere kant van de straat voorbij lopen. Hoewel hij, zoals altijd, in gedachten verzonken lijkt, reageert hij op mijn groet. Uitnodigend sla ik mijn hand op de houten plank naast me. En verhip, hij steekt de straat over.

Mooie mensen

“Hoe gaat het met buurman Jan*?”, informeer ik. Robin doet vrijwel dagelijks boodschappen voor buurman Jan, die na een arbeidzaam leven in de bouw en een kwart miljoen sigaretten verder nu opeens wel erg oud en versleten is. Jan komt de deur bijna niet meer uit; zijn wereld is niet groter meer dan zijn gemakkelijke stoel voor het raam en het uitzicht op de voorbij komende automobilisten, fietsers en voetgangers. Iedereen kent Jan. Iedereen zwaait of toetert. En Jan wuift altijd terug, met in zijn zwaaihand zijn onafscheidelijke sigaret. Soms haalt Robin een stukje leverworst, soms een half broodje. Elke dag ligt er wel een nieuwe, spannende opdracht op hem te wachten. En hij voert ze met alle soorten van liefde uit.

Laatste strohalm

Lachen behoort niet tot de standaard lichaamstaal van Robin, maar mijn vraag tovert een minzaam lachje op zijn lippen. Hij hinnikt zelfs een beetje.
“Ik heb gemberbollen voor hem moeten halen op de markt. Hij had ergens gelezen dat die zouden helpen bij evenwichtsstoornissen”.
“Nou ja, als hij er zelf maar in gelooft, dan is het goed, toch?”, antwoord ik.
Robin knikt vol overtuiging. “Dat vind ik ook”, zegt hij, “het zal hem wel houvast geven”.

Een pracht van een woordspeling valt als een basaltblok tussen ons in. Stilte. Ik weet dat ik geen vragen of een genoeglijk koetjes-en-kalfjesgesprek hoef te verwachten. Wat hem betreft is er geen noodzaak tot uitgebreidere conversatie. Toch doe ik nog een poging, terwijl ik probeer naar een punt in de verte te staren.

Het einde van de conversatie

“Ga je altijd ver weg, als je op de fiets weg gaat?”, vraag ik zo neutraal mogelijk, maar Robin’s blik is intussen al afgedwaald naar het vervolg van zijn wandeling. Hij stamelt iets. De rituelen van het beleefd afscheid nemen weet hij inmiddels feilloos uit te voeren. Schuifelend en met het hoofd schuin omlaag staat hij op. Geweldig. Ik ben niet in de wieg gelegd om een rol als sociale katalysator te vervullen, zoveel is me wel duidelijk. Hoe kom ik er ook bij dat ik alleen door het tonen van belangstelling een fractie zou kunnen wegnemen van zijn pijn?

Want Robin is een man met een verleden. Vol psychoses en angststoornissen. Niettemin heeft hij zich sinds een aantal jaren aan alle sociaal-psychiatrische hulp weten te ontworstelen. Hij woont zelfstandig, maakt zijn huisje zelf schoon, kookt zijn potje en is de afgelopen jaren voorzichtig begonnen met het opbouwen van sociale contacten.
“Ik heb geleerd dat ik niet bang hoef te zijn voor de mensen”, vertelde hij me.
Het is de meest oprechte uitspraak die ik ooit te horen kreeg van iemand.

Kwade dag

Weken verstrijken. Dan verschijnt er op een kwade dag een ambulance in de straat. Vlak voor het huisje van buurman Jan. Hij is gevallen op de badkamervloer en wordt met onderkoelingsverschijnselen meegenomen ter observatie. Helaas blijkt er meer aan de hand te zijn. Het gaat niet goed, vertelt zijn dochter. Helemaal niet goed. Maar hij wil per se naar huis. Naar zijn vertrouwde plekje achter het raam.
Hij wil nog één keer zwaaien naar al die mensen die hij inmiddels zo goed weet te herkennen. Vanuit zijn ziekenhuisbed wuift hij nog ruim anderhalve week naar alle voorbijgangers, hoewel iedereen ziet dat het hem elke dag meer moeite gaat kosten. Steeds vaker ligt hij met gesloten ogen.

Op die vroege dinsdagmorgen verlaat hij onze wereld. Een kleinkind maakt een ster voor opa en zet die in zijn vensterbank. Ernaast komt de rouwkaart. Zodat een ieder die oprecht geïnteresseerd is, kan lezen wat er aan de hand is. Vanachter mijn eigen raam zie ik honderden mensen van hun fiets afstappen om het bericht te kunnen lezen. Automobilisten zetten er hun auto voor aan de kant. Een bericht op Facebook heeft meer dan 500 blijken van medeleven tot gevolg en wordt liefst 157 keer gedeeld. Ik zie het allemaal gebeuren.

Pap en mam

Vandaag precies zestig jaar geleden zei mijn pa gretig en volmondig Ja toen de pastoor hem vroeg of hij mijn moeder voor eeuwig trouw zou blijven. Vandaag missen mam en ik hem meer dan ooit. En vandaag is ook de 85e geboortedag van buurman Jan en wordt er voorgoed afscheid van hem genomen.

Mooie mensen. Inmiddels moet ik er al zoveel missen. Ik wil erin geloven dat ze zich daarboven, op hun comfortabele wolkjes, zitten te verkneukelen en glunderend op ons neerkijken. Hoe tamelijk wanhopig wij ons door het aardse bestaan heen ploeteren. Ik hoor ze mompelen: tobben jullie daar rustig nog een tijdje voort. Het is hier zó goed.

Ik wil erin geloven. Het is goed daar. Maar wat had ik jullie nog graag hier gehad.

I.v.m. de privacy heb ik gefingeerde namen gebruikt

print

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Login with Facebook

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.