Inspectieronde

Ik heb het van mijn vader. Me slimmer voordoen dan ik in werkelijkheid ben. Noem het zelfverzekerd. Of gehaaid. Voor mijn part sluw. In ieder geval vond pap dat het aanleren van deze eigenschap hoorde in het totale opvoedingspakket.

We waren dikke maatjes, pap en ik. Als kind maakte ik “monstertochten” met hem: lange, avontuurlijke wandelingen die ons soms door onherbergzaam gebied voerden. Vaak stonden er aan het begin van dit soort percelen blauwe bordjes met daarop dwingende teksten als Eigen Terrein of Verboden voor Onbevoegden. Het deerde pap niet, maar ik vond het toch geen prettige gedachte een politie-agent of erger nog een politiehond achter ons aan te krijgen. Als ik daarvan met een bevend stemmetje melding maakte, zei pap steevast: “niet bang zijn, maatje. Je trekt gewoon je inspecteurgezicht als er iemand komt. Als je niets kwaads in de zin hebt, moet je vechten voor je rechten. De wereld is groter dan je denkt.” Door dit antwoord was ik altijd volledig gerustgesteld, ook al had ik toen nog geen enkel idee hoe een inspecteurgezicht er uit zou moeten zien.

In latere jaren heeft het me geen windeieren gelegd, mezelf de status aanmeten van inspecteur. De truc werkt (bijna) altijd. Zo ook vandaag. Ik had een flinke waslijst aan boodschapjes. Niet van die normale, alledaagse dingen, zoals groenten, fruit, aardappelen, maar meer van het type fotolijstje, pleisters, tabblaadjes agenda, verjaardagskaarten en magnesiumtabletten.

Bij de Xenos aangekomen (juist, fotolijstje) zie ik vanuit mijn ooghoeken een grappig kommetje in het schap. Prijs € 2,99. Een leuk hebbedingetje voor mijn verzameling props (lees: rekwisieten voor de foto). Ernaast een vrijwel identiek kommetje, in andere kleuren. Prijs € 4,99. Ik heb een poosje zitten turen, waar de verschillen precies in zaten. Ja, die kleur, dat zag ik. Voor het overige leken beide porseleinsoorten hetzelfde. Misschien was de kleur waar ik voor viel, niet helemaal anno 2015 meer, maar wat gaf ik erom? Tevreden koers ik met het kommetje richting kassa, zet het op het daarvoor bestemde plankje en zoek mijn portemonnee.

De kassadame spreekt daarop de magische woorden “€ 4,99 alstublieft”. Als ik het niet dacht! Opnieuw erin geluisd door die vermaledijde, schuifbare prijskaartjes op het schap. Gelukkig weet ik me snel te herpakken en geef in plaats van de gevraagde muntjes een stoer antwoord: “nee hoor, dit schaaltje kost € 2,99”.
Vermoedelijk heeft deze kastanjekleurig geverfde juffrouw in heur carrière nog weinig te doen gehad met assertieve consumenten die driftig met hun Radartas gaan dreigen als ze onheus bejegend worden, te oordelen naar de wijze waarop ze me aanstaart. Als een uil op een zieke koe, zeggen we hier op Zuid-Beveland.

Dit soort netelige situaties bestrijd ik standaard met de beproefde inspecteuruitdrukking. Ik kijk naar een punt ergens in de verte, zeg niet meer dan nodig en laat een vilein glimlachje rond mijn mondhoeken spelen. In het verleden mislukte dat nog wel eens, maar heden ten dage is pap in goed gezelschap van Antoinette Hertsenberg en haar kornuiten. De kassadame is inmiddels vertrokken naar het betreffende schap, met een kieskeurige inspecteur in haar kielzog.

Al heel snel wordt de sfeer wrevelig als ze diverse prijskaartjes van links naar rechts begint te schuiven, binnensmonds begint te  murmelen dat het verkeerde kaartje bij het product staat en ik plechtmatig begin te orakelen dat ik daar niets mee te maken heb. In mijn consument-kritische brein doemt de volgende tekst op. “In principe heb ik recht op aanschaf tegen de prijs waarvoor het product wordt aangeboden. De verkopende partij is verplicht om een dienst/product te leveren tegen de prijs waarvoor deze wordt aangeboden. Hierop is wel een uitzondering, bijvoorbeeld wanneer ik had kunnen vermoeden dat de verkoopprijs dermate laag was, dat dit logischerwijs kon weten dat dit fout was. In dit geval is er sprake van een zogenaamd “gerechtvaardigd vertrouwen bij de koper” (art 3:35 BW).”

Intussen zijn kassadame en ik weer aangeland bij haar elektronische telmachine. Er verschijnt een stropdasman ten tonele. Vermoedelijk heeft hij meerdere interne cursussen  timemanagement gevolgd, aangezien het maar twee seconden duurt alvorens hij zijn verdict uitspreekt: “geef maar mee voor die prijs”. Zijn dwingende blik verraadt nieuwsgierigheid naar de persoon die zo moeilijk doet in zijn winkel over wat luttele eurootjes.

Dan volgt er een openbaring, die van dit hele geneuzel toch nog iets positiefs weet te maken. Tot dat moment had ik in mijn hele leven geen juiste interpretatie gevonden bij het woord monkelen. Deze dame bij de kassa geeft er echter in haar volle glorie voor eens en voor altijd invulling aan. Haar hoofdje begint nerveus te schommelen. Van links naar rechts. Van rechts naar links. Naar boven. Naar beneden. Van die piepkleine beweginkjes, een beetje zoals die nep-teckeltjes van vroeger, die onze hoedenplanken bevolkten met hun schuddende koppies. Ken je ze nog? Haar ademhaling wordt opeens opvallend hoorbaar en haar oogleden plotsklaps loodzwaar. Zonder haar ogen op te slaan, werpt ze € 2,00 op het daartoe bestemde kunststof plaatje. Moeilijke klanten gun je geen blik waardig. Laat staan dat je je mond er voor open doet. Opzouten!

Bij de deur kijk ik nog een keer achterom. Op het achterhoofd van de kassamevrouw ontwaar ik dikke strengen  blond haar tussen de kastanjekleurige lokken. Ik wil haar toeroepen dat ze voortaan beter een spiegel kan gebruiken als ze heur haar gaat kleuren. Of een ander laat toezien dat de kleurstof zich gelijkmatig verdeeld heeft. Controleren heet dat. Of inspecteren. Ik heb me er in weten te bekwamen.

 

print

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Login with Facebook

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.