Haken en ogen

Hebben jullie ook al geconstateerd dat breien en haken weer helemaal hot is? Een beetje modern vrouwmens kan bijkans niet meer zonder gehaakt niemendalletje om heur hals of lijf.

In feite is handwerk aan mij niet besteed. Ik heb er geen aangeboren talent voor en word al snel tamelijk nerveus als er geknutseld moet worden. Toch heb ik in mijn vroegere bestaan gordijntjes gehaakt, want dat stond zo knus voor de kraakheldere raampjes. Ik fröbelde een wandkleed in elkaar, van smyrna schapen op een groen geborduurde achtergrond van gras. En o, ik breide een trui voor manlief. Een stoere schipperstrui met kraag. Lekker warm, zei het mannetje altijd.

Achteraf gezien vermoed ik dat hij bedoelde: wat een zwáár ding. Want met een gewicht van meer dan een kilo behoorde dit kledingstuk niet bepaald tot het genre luchtig en prettig draagbaar. Enfin, ik was nog volop in ontwikkeling en het leverde mij in ieder geval de ultieme wetenschap op dat ik mij stukken beter in woorden kan uitdrukken dan in handgemaakte gevalletjes.

Desondanks begon ik afgelopen tijd visioenen te krijgen van een behaaglijke omslagdoek. Voor de kille zomeravonden wel te verstaan. Vesten passen niet in mijn standaard garderobe. Ik heb er een hekel aan, waarom weet ik niet meer. Dus besluit ik het er nog één keer op te wagen: ik ga de doek zelf haken. Een kippendoek noemen ze het hier. Als de (Zeeuwse) boerin ’s morgens vroeg de eieren uit het hok ging halen, kon ze dit even snel om haar schouders slaan. Lekker snel, zonder tijd te verliezen met aan- of uittrekken, moet men destijds gedacht hebben.

Op naar de winkel. Natuurlijk worden er ter plekke allerlei ingewikkelde vragen gesteld, waar ik met de beste wil te wereld geen antwoord op kan geven. Had ik al nagedacht welke dikte de wol of het garen moest hebben? Wilde ik een driehoek of iets met mouwen? Of misschien met een capuchon eraan? Moest het gemakkelijk wasbaar zijn? Verschillende kleurtjes of uni? Bijna haak ik al af in letterlijke zin.

Ik wil gewoon iets haken, liefst in een rap tempo zonder al te veel moeilijkdoenerij, snapt de wolmevrouw dat niet? Nee, daar snapt ze niets van. De meeste klanten die haar toko bezoeken, weten tevoren al exact wat ze willen gaan maken. Tot drie cijfers achter de komma, zo accuraat geven ze dat aan. Het lichte verwijt dat doorklinkt in haar stem reken ik de mevrouw niet aan, tenslotte weet ik van mezelf dat ik een onnozele muts ben op het gebied van vaardige handjes. En soms mag iemand je daar best op wijzen, vind ik.

Ik vertrek met een ietwat dom tekeningetje, hetwelk een telpatroon voor een gehaakte driehoek moet voorstellen. Na het eerste kopje thee begin ik vol goede moed. Eerst zes lossen. Dat wordt een rondje. Sluiten. In het rondje drie stokjes, twee lossen, drie stokjes. Enzovoorts. Ha, ik merk dat ik het weer oppak waar ik dertig jaar geleden gebleven was. Bij de vierde toer raak ik echter volledig het spoor bijster. Of de tekening klopt niet, of ik zit zelf weer te klooien. In ieder geval wordt het geen driehoek. Uithalen kan ik weer wel heel erg goed. Roetsj, roetsj, en klaar! Opnieuw dan maar.

Haken en ogen

Vijf pogingen en drie glazen thee later, zie ik tot mijn grote schrik dat het plotseling half zes is. Oeps, nog niets aan het eten gedaan. Er zit iets vaags in mijn hoofd. Iets met lasagnevellen, ricotta, groenten en tomatensaus. Gelukkig gaat dit soort gefröbel me stukken beter af. Ik hakketak wortel, bleekselderij, venkel, prei, courgette en bosuitjes in kleine blokjes en bak deze gaar in een koekenpan. In een ovenschaal leg ik een eerste laag verse lasagnevellen. Daarop een laag van de groenten. Eroverheen spreid ik een laagje ricotta uit met wat geraspte harde geitenkaas erover. Dan een laagje tomatensaus. Deze stappen nog twee keer herhalen.
Over de laatste laag komt tomatensaus en nog wat geraspte kaas.
Zet dit zo’n 35 à 40 minuten in de oven op 180°.

In die tussentijd weeg ik mijn vermogens tot het creëren van allerhande zaken opnieuw nauwkeurig af. Ik ben kennelijk niet in de wieg gelegd om de handjes te laten doen wat er van ze verwacht wordt. Zoveel is me na al die jaren wel duidelijk geworden. Maar zo’n eenvoudig kippendoekje haken, dat moet me toch nog wel lukken? Ik peins verder waar het misschien fout gegaan is. Gelukkig lijd ik er niet al te veel onder. Schrijven en koken blijven de belangrijkste bestanddelen van mijn bestaan. En beide lukken tot nu toe best redelijk. Toch? Of wordt mijn zelfverzekerdheid misschien ook daarin overschaduwd door een zekere mate van zelfoverschatting? Mijn oven rinkelt me wakker.

Het onnodige gepieker verdwijnt acuut naar de achtergrond als ik vergenoegd de pastaschotel bekijk. Hij ruikt heerlijk en ziet er bijzonder appetijtelijk uit. Saved by the bell. Een waarheid als een koe in dit geval. Misschien ga ik deze woorden ooit nog eens op een tegeltje schilderen.

print

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Login with Facebook

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.