Gin en Tonic revival

Tis een hype. Gin en tonic. Iedereen kent het. Iedereen wil het. Want niemand wil achterblijven. Zoals Pisang Ambon in de 80’er jaren ook héél gewoon was om te drinken. Niks bijzonders. Wij dronken het met z’n allen als limonade.  Als je dit mierzoete, gifgroene spulletje echter anno 2015 nog in je glas durft te hebben ben je ofwel van de pad geraakt ofwel voor eeuwig vast blijven plakken in je met visnetten en druipkaarsen gelardeerde retro-herinneringen.

Enfin, gin-tonic dus. Deze mevrouw had er al te veel en te vaak loftuitingen over gehoord. Ja, ik weet het mensen, deze gin-tonic revival speelt al weer een tijdje, maar ik verschuil mij graag achter Zeelands veilige zeewering. Daar is geen plaats voor hippe flauwekul. Daar moet gewaakt en gewerkt worden.

Nu weten mijn gewaardeerde lezers waarschijnlijk ook dat ik een fervent wijndrinker ben, maar misschien weten ze nog niet dat ik beslist geen liefhebber ben van mengsels die meer dan 25% alcohol bevatten. Een miniglaasje Grand Marnier of Drambuie als digestief gaat nog net, daarna houdt het echt op. Zou ik hierin te ver gaan dan komen er kwade geesten in mij naar boven en dat is iets wat mijn omgeving bepaald niet weet te appreciëren.

Om in de flow van de hype mee te kunnen zeilen, moest ik dus allereerst een denkomslag zien te maken. Dat ging vrij simpel. Gin is weliswaar een sterk goedje, maar – zo suste ik mijn geweten – het wordt gemixt, dus lijkt het alcoholpercentage plots heel wat minder. Bovendien zou ik de alom gehanteerde verhouding 1:4, heel gemakkelijk kunnen wijzigen in 1:5. Of zelfs naar 1:6. Dat scheelt meteen weer een ferme slok op de spreekwoordelijke borrel.

Gin en tonic

Ook al had ik geen flauw benul hoe gin zou smaken, laat staan gemengd met tonic, inmiddels had ik van veel kanten vernomen dat je er allerlei smaakmakers in kunt kieperen, zoals citroenschilletjes, komkommerplakjes, jeneverbessen of kardemompeulen. Complete botanische tuinen kun je er in kwijt, dus voor mijn smaak zou er vast een passende creatie te bedenken zijn. Dat laatste was genoeg om de doorslag te geven. Jufje Eetplezier ging om gin. En om tonic.

Daar had ik een slijter voor nodig. Een goeie. Met verstand van zaken en heul veul flessen met allerhande alcoholische lekkernijen onder de kurk. In het uiterste zuiden van Zeeland zit zo iemand. Petra de Boevere, bekend van haar boeken “Het meisje van de slijterij” en “Durf te doen”, runt in Sluis slijterij De Vuurtoren waar je met gemak een dag in kunt doorbrengen. Zoveel is er te bekijken. Petra is een onderneemster in hart en nieren, weet als geen ander met (toekomstige) klanten om te gaan, heeft een sterk gevoel voor horizonverbreding en is ook nog eens meester-vinoloog.

Met enige regelmaat zet ze nieuwe producten in de markt. De nu al beruchte Zeeuwierjenever is daar een mooi voorbeeld van. Regelmatig rijden mensen honderden kilometers heen en terug om de Zeeuwse slijterij nu eens in het echt te bezoeken. Gelukkig woon ik al in Zeeland, dus was het slechts een klein endje rijden voor me. Sinds de komst van de Westerscheldetunnel is ook Zeeuws-Vlaanderen voor iedereen gemakkelijk bereikbaar.

In Sluis was het druk. Erg druk, zo werd mij later uitgelegd, omdat het geen strandweer was. Met temperaturen rond de 14 graden blijkt Sluis met zijn vele winkeltjes en eetgelegenheden een grote aantrekkingskracht uit te oefenen.

Proeverij

Van Petra mocht ik verschillende gins proeven. Gin is een sterke drank, verkregen door distillatie van een vergist graan, waaraan tijdens het distillatieproces kruiden en specerijen zijn toegevoegd. Sommige hadden dan ook een duidelijke citrussmaak, bij andere overheerste echt de smaak van jeneverbes. Uiteindelijk kwam ik uit op de van oorsprong Schotse Caorunn, een gin waarbij ik hinten van appel meende te proeven.
Lekker fris, vonden zowel G. als ik. Een juiste tonic, zoals Fever Tree of Fentimans, zorgt voor een ultieme mix van smaken.

Na de proeverij snuffelde ik uitgebreid door de grote collectie wijnen. En ik blééf maar op de toonbank zetten: een fijn flesje Pouilly Fumé, een Gruner Veltliner, een Vermentino en zo nog een aantal. Waarna ik dacht G. enigszins beteuterd te zien kijken toen hij mocht afrekenen. Nou ja, over een tijdje is ook hij dat vast weer vergeten als we zitten te genieten van al dat kostbare vocht.

Voor nu staat er eerst een klassieke Gin en Tonic op het menu. Er gaat een partje appel bij voor een extra smaaktoevoeging. We proeven, eerst nog voorzichtig, maar later gevolgd door ferme slokken. Tevreden slobberen we ons glas leeg en kijken elkaar onderzoekend aan. Gaan we mee in de hype? Ja, seinen onze ogen. Niet elke dag, dat zou zonde zijn van al die mooie wijnen die nog liggen te wachten, maar om zo af en toe af te wisselen, zeg ik DOEN!

Glas gin en tonic met appelschijfje en fles Caorunn gin

print

2 Replies to “Gin en Tonic revival”

  1. Nou Nel, ik zou niet weten hoe het smaakt…..heb het nooit gedronken, evenmin de Pisang Ambon…..veels te zoet en veel te veel kleurstof….maar als jij je er lekker bij voelt……ik blijf bij mijn wijntjes, als je het niet erg vindt……..hihi

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Login with Facebook

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.