Afstand

Afstand

Dit wordt een open kaart. Gelieve niet
weg te kijken en geen drukdoenerij.

Geboden toegang is vereist. Volg me
naar de barricades van een dicht gepleisterd
binnenwerk.

Schrik niet. Wees een held en daal af
tot je vloeibaarheid ervaart. Voel de
oorsprong waaruit je zelf bent opgebouwd.

Daar woon ik. Met een raam, een naam,
een bestaan als jij. Betast de wanden van mijn ziel.
Streel, heel, deel de warmte die je in hebt.

Aanschouw de demonen. Het zijn dezelfde
als die van jou, evenals mijn dromen.

Blijf, kijk. Strijk je hand
over mijn wachtend hart. En ik vergeet
de talloze keren dat jij mijn naam vergat.

© Nell Nijssen 03-12-2018

 

To the moon and back

Vannacht hadden we sinds lange tijd
weer eens een goed gesprek.

Je was niets veranderd in al die jaren
je kuifje nog net zo zwart als toen
de pret spatte uit je ogen en ook
je hoektandje blikkerde als voorheen.

We proostten en vierden het leven.
God, wat hebben we gelachen
het was weer even net als vroeger
jij met je kelkje Ketel
ik met mijn glaasje rood.

En toen de ochtend al ging gloren
heb ik rozen voor je gekocht
want hoe weldadig het ook was
vannacht, twintig jaar is lange tijd
verloren.

© 09-09-2018 Nell Nijssen

Tactiek

mondjesmaat de strobreedtes
verleggen naar ander grondgebied

eieren kapot kegelen
tegen de hagelwitte muur (in mijn hoofd)

het goudschaaltje laten kreunen
onder treuzelende voornemens

blijven jongleren en wegen
tussen stok en stijf
en vluchtgedrag

kijk, de truc lijkt te lukken
de spoken nemen een andere vorm aan
van konijn naar mug naar olifant

© Nell Nijssen

Leeg nest

Het is brandmager. Klein en aandoenlijk.
En juist als wij het ons afvragen vliegt de tijd
uit, met vleugeltjes en veertjes en alles
erop en eraan.

Het heeft de veilige ijlheid van een parachute.
Een dolgedraaid ouderpaar als kompasnaald
in de lege zilverberk. De touwtjes niet langer
in handen.

Kijk nou, hoe wekenlang houvast zich naar
levenslange vrijheid wankelt.

Wij houden alleen het dons in bewaring.

In een hoofd vol kinderdromen.

© Nell Nijssen

Knock out

En als wij ons niet meer weten te beheersen
steken wij onze neus in een vroeger tijdstip.
Vandaag mag alles eerder, zelfs het uur
waarop de glazen de lucht in kunnen.

Er is rust die zich uitrolt. En geen zuchtje
te bekennen van de grappenmakerij die
gisteren onze ruggen zo zwaar maakte.

We zouden dood kunnen zijn, als het zuurtjeswater
niet in geruststellende overdaad aanwezig was.

Of erger nog: dromen over morgen als
het roomwit van de herstart zich fonkelfris
tonen zal aan dertig jaar onuitgepakte onzin.

Het fundament beweegt en laat zich horen.

Loslopende stoelen staren verbaasd naar
hun voeten van vilt. Al ons gerief is verdwaald
en of ik de pinda’s weet te staan. Met een mond vol stof

rekenen we hoe lang nog, we tellen en komen
niet verder meer dan zes en een half.

Genoeg om verder te mogen. Te weinig
om op te staan.

© Nell Nijssen

Ze zeggen dat het went

Terwijl ik met de verbetenheid van een sloophamer
de laatste jelly kersteitjes één voor één tussen amalgaam
vermaal,  kleven Zeeuwse mannen aan het trommelvlies.

Hun handen op mijn heupen.

Intussen klap ik de wereld verder open. Tussen toetsen
en scherm ontstaat het universum waarbinnen
wij onze tong verloren. Hoe mijn ogen leerden vliegen.

Woorden in vierkante symbolen, zonder rondingen
waarin ik de adem van jouw vergiffenis herken.

Ik weet dat tijd nooit meer doet wat ik wil.
En dat afstand alleen te meten is met bereikbaarheid.

Morgen zal onze veilige verbintenis zich weer hechten
aan de tekens van ongeschreven taal. De rituelen
van een zinnig bestaan hervatten, alsof we niet anders kunnen.

Maar vandaag heb ik hardplastic oren.
En mijn hoofd is bij de deur.

© Nell Nijssen