Twijfelgevalletje

Twijfelgevalletje

Geef verstokte espresso-drinkers van die lauw-bittere automatenkoffie of schotel fanatieke losse theedrinkers zielige Pickwick hengelzakjes vol gruis voor en ze worden krijsend wakker bij de eerste slok. Zowel G. als ik ondergaan deze nachtmerrie tegelijkertijd op die bewuste zaterdagmiddag. Geschonken in kartonnen bekertjes, ook nog ‘ns. Grotere armoede bestaat niet. Oke, het is bijzaak op deze dag, want het gaat op dat moment om heel andere zaken die informatief en boeiend zijn, maar toch moeten we erg ons best doen om er vrolijk bij te blijven kijken. 

Na afloop van al dat interessants, hebben we niet veel nodig om elkaar te begrijpen. Op naar de eerste de beste gelegenheid waar men iets fatsoenlijks weet te serveren tegen droge kelen. Een hapje erbij zou ook niet slecht zijn, aangezien de bammetjes al ruim 5 uur geleden genuttigd zijn. Vanuit de automobiel keuren we een aantal locaties. En ja, dan heeft vrouwtje Eetplezier altijd wel iets te mekkeren. Te duister, geen mensen te zien, te café-achtig, oh neee, dit ook niet, slechte recensies over gelezen etc. etc. “Twijfelgevalletje” verder lezen

Griepprik en de omstreden effecten

Griepprik

Als een mak schaap liet ik me afgelopen week wederom naar de griepprik slachtbank leiden. Zoals elk jaar laat ik dat pas gebeuren op de aller,- allerlaatste dag dat deze ter discussie  staande injectie gegeven wordt. Want elk jaar opnieuw wil ik mezelf tot de laatste seconde de vraag blijven stellen of het wel enig nut heeft. Ik kom er nooit goed aan uit. Ja, met een auto-immuunziekte zoals ik, kun je maar beveiligd zijn tegen allerhande onheil van buitenaf. Van de andere kant: je gaat niet dood aan een simpel griepje, toch?

Ho, wacht even, vrouwe Eetplezier, jij kent toevallig wel iemand die overleden is aan de griep, nietwaar? Een jonge, gezonde vrouw, in de bloei van haar leven. Dat is zo. Echt gebeurd. Van dichtbij meegemaakt. Dus ja, dat maakt de beslissing tot het wel of niet nemen van het vaccin in beginsel heel simpel. Zou je zeggen.

De omstreden effecten

Maar nee, toch niet helemaal. Want als we deze ter discussie staande prik eens nader bestuderen dan zien we dat er o.a. bestanddelen als aluminium, kwik en formaldehyde in zitten. Het zijn chemische hulpstoffen die de actieve stoffen in het vaccin in stand houden. En wtf, wat veroorzaken die wel niet in een menselijk lichaam? Niet-lichaamseigen stoffen horen niet thuis in je lijf, zoveel is wel duidelijk. Ze kunnen allergische reacties veroorzaken, weefsels doen opzwellen en in het ergste geval zijn ze zelfs kankerverwekkend. Zelf houd ik er steevast vier dagen een pijnlijke arm aan over.

Niemand die over dit soort zaken met een woord rept. Niet zeuren, maar aanschuiven in de rij. Prik. Bij bloedverdunning kun je nog net een armzalig pleistertje opgeplakt krijgen en huppakee, tot volgend jaar maar weer.

Het meest vreemde is toch wel dat bij elk pilletje of poedertje een ellenlange lijst aan bijwerkingen zit; bij de griepprik ontbreekt elke vorm van informatie. Het maakt mij bang en onzeker. Waarom wordt dit vaccin met zoveel geheimzinnigheid omgeven? En waarom garandeert dit vaccin niet gewoon dat ik absoluut geen griep krijg? De prik beschermt wel, maar niet voor 100%, hoewel Big Farma ons liever anders doet geloven. Ook met griepprik kun je alsnog geveld worden door het influenzavirus. Dat komt omdat er steeds weer nieuwe mutaties van het virus opduiken, die nog niet in de jaarlijkse cocktail verwerkt zijn.

Je kunt het vergelijken met de virtuele virussen. Wij blijven ermee achter de feiten aan lopen. Op het moment dat er een nieuw virus de kop opsteekt, wordt er een tegengif ontwikkeld, dat vervolgens geïmplementeerd wordt in de anti-virus software. Dat heet het paard achter de wagen spannen. Of de put dempen als het kalf verdronken is. Maar zolang er grote financiële belangen mee gemoeid zijn, gaat Big Farma aan dergelijke spreekwoorden stoïcijns voorbij. 

Overdracht van influenzavirussen verloopt bij de mens via de respiratoire route (lees: wij ademen het virus gewoon in) of via indirect contact (je geeft iemand een hand die het virus bij zich draagt en je pulkt vervolgens iets tussen je tanden vandaan). Om griep te voorkomen, zou ik dus mijn sociale leven volledig plat moeten leggen in de maanden oktober t/m april.  Ofwel ik zou een hermetisch voor de buitenwereld afgesloten helm moeten dragen en na elk menseljk contact direct en uitvoerig de handen moeten wassen. Ofwel ik beperk elk menselijk contact tot een virtueel gebeuren. Stuk voor stuk erg effectieve maatregelen, maar in de praktijk volstrekt onbruikbaar.

En om eerlijk te zijn wil ik toch ook liefst fris en fruitig de winter zien door te komen, zonder al te veel vervelende aanslagen op mijn van oorsprong bouwvallige gestel. Bovendien ben ik een twijfelaar pur sang. Beslissingen nemen is voor mensen die routes uitstippelen, doelen voor ogen hebben. Zelf beweeg ik me graag in grijze gebieden, ergens tussen wal en sloot, waar vrijheid een groot goed is en dwingende bewegwijzering ontbreekt. 

Het zou dus heel goed mogelijk zijn dat ik volgend jaar, zoals alle voorgaande jaren, weer gedwee in de rij zal staan. En even waarschijnlijk is het dat ik op dat moment mezelf opnieuw dezelfde vragen stel. Waarom sta ik hier? Hoe komt het dat ik het relatief kleine risico niet durf te lopen? Ik ben een muts. Maar voor nu heb ik al beslist en heb ik eerst een jaartje rust.

Foute plekken

Foute plekken

Soms heb ik de gave om me op één dag op diverse foute plekken te begeven. Ik begin al direct iets te merken ervan als ik het parfumpaleis binnentreed. “Wat gebruikt u ná het reinigen?”, vraagt het bloedmooie meisje met de weelderige haardos en de olijk zuurstokroze gestifte ducklipjes vanachter de toonbank aan me.

“Eh …”, begin ik aarzelend, niet goed wetend wat er na een gedegen schoonmaakbeurt van het gezicht nog meer zou moeten gebeuren. Onderhoudswerkzaamheden aan mijn gezichtshuid beginnen met het rijkelijk aanbrengen van dagcrème en eindigen met het zorgvuldig schoonmaken. Want hoe laat het ook is, hoeveel alcohol er ook heeft gevloeid, alvorens ik de echtelijke sponde betreed om het moede lijf ten ruste te leggen, reinig ik mijn gezicht grondig. Is me ooit zo geleerd door mam. Poriën raken niet alleen verstopt door make-up, maar tevens door luchtverontreiniging, sprak ze wijs. Mam’s huid ziet er nog tamelijk rimpelloos uit, ondanks haar 86 jaar, dus heb haar woorden ter harte genomen voor de rest van mijn leven.

Terug naar de winkel, alwaar ik mezelf buitengewoon streng moet toespreken om me niet per direct onzettend lelijk  te gaan voelen. En dom. Ik voel me nooit op mijn gemak in dit soort winkels. Al die uitgestalde mooimakers slaan een fikse deuk in mijn wankele zelfvertrouwen. Alsof niets meer mag zijn wat het is. Een opgepimpt, maakbaar universum, gehuld in kruidige en bloemige geuren, dat is het.
Bovendien ben ik dit keer niet in mijn eigen woonplaats. Aldaar kan ik me nog enigszins vasthouden aan die ene verkoopmevrouw van mijn leeftijd, die er weliswaar ook strakgeplamuurd bij staat, maar die me altijd geruststellend aankijkt. Alsof het allemaal nog wel meevalt. Kijk, dat geeft hoop voor de toekomst.

Heel wat anders dan nu, waar het fotomodelletje in spé me nog steeds doordringend aankijkt. Crème wilde ik. Van die best wel dure anti-verouderingszalf. Die Japanse, ja. En reinigingsspul, hetzelfde merk. Verder niks. Waarom laat ik mij dan tóch een verzorgend serum voor de “rijpere huid” aansmeren? Voor ná het reinigen, benadrukt het betoverende schepsel. Diep ongelukkig en voorzien van een diepe frons, die om enorme hoeveelheden fillers schreeuwt, verlaat ik het pand.

Als ik weer buiten sta, zoek ik haastig G.’s gedaante. Om samen een hapje en een drankje te gaan nuttigen. Ver weg van de plek des onheils. Omdat we buiten de stadsgrenzen zijn, heb ik vooraf internet geraadpleegd en bekeken waar we een beetje fatsoenlijk terecht zouden kunnen. Hoopvol begeven we ons op pad.

Foute plekken

De brasserie is gelegen aan de stadshaven en biedt een desolate indruk. Een terras zonder bloemen, slechts volgestouwd met onnozele tafeltjes en stoeltjes. Binnen is het niet veel beter. Een mix van onbestemde stijlen:  houten balken, donkerbruine tafeltjes, een biervat, gecombineerd met moderne, witte lampen en glazen deuren. Het is half vier en hebben best trek, dus vragen we om de kleine kaart.

“Kannie”, zegt het meisje dat ons wel wil bedienen, maar eigenlijk alleen omdat het moet van haar baas. “Tussen half vier en vijf uur is de keuken gesloten”, zegt ze, totaal ongevoelig voor onze wit wegtrekkende bekkies. Dan maar een espresso en thee, veilige items, zou je zeggen. Niet hier. De espresso komt uit een niet goed doorgespoeld apparaat, waardoor de smaak van oude, achtergebleven koffie de smaak bepaalt. En thee van het merk Bradley past naar mijn mening uitstekend in een assortiment gedroogde grassen. Brrr, wat een ontzettend foute locatie! Het vervelende met foute plekken is dat je daar altijd pas achteraf achter komt.

Oost West, Thuis Best

Gelukkig is er altijd nog een huis. Mijn huis. Ons huis. Waar de keuken nooit gesloten is en er altijd wel een kok voorhanden is die zich beschikbaar stelt om een fatsoenlijke maaltijd te verzorgen. In de koelkast ontdek ik nog een restje heerlijke Normandische crème fraïche, wat spek, een overvloed aan allerhande groenten en in de vriezer liggen er standaard hompjes zelfgemaakt korstdeeg.

In de tijd dat dit kan ontdooien, is er tijd volop voor een goed glas wijn. Spek en groenten bak ik tussen twee slurpjes in. Drie uur later dan gepland kunnen G. en ik eindelijk onze knorrende magen vullen met een overheerlijke quiche. In plaats van jengelende muziek heerst er weldadige rust. De wijnkaart bestaat louter en alleen uit flesjes die me bekend voor komen. En hoewel de bediening in geen velden of wegen te bekennen is, voelen we ons uitermate senang op deze locatie. Home is where the heart is.

Rustiek hartig taartje

Verbroken relatie

Geroosterde pompoenstukjes met peper en saus

Eindelijk is het er dan tóch van gekomen. Ik heb een verbroken relatie. Misschien omdat ik gisteren genoeg moed had verzameld. Of wellicht omdat het geschikte tijdstip ervoor lang geleden was opgeschreven in Het Grote Boek daarboven. Hoe dan ook: mijn al jaren voortsukkelende knipperlichtverhouding is verbroken. Het was nooit écht aan. Het was nooit definitief uit. Daar is sinds gisteren dan eindelijk na zoveel jaren van twijfel verandering in gekomen. Uit! Klaar! Over! Er is geen sprankje liefde meer te bespeuren tussen hem en mij. Voor altijd is onze moeizame relatie voorbij. En echt: het lucht op. Ik heb er vrede mee; alle vertrouwen ontbrak om in de toekomst nog iets van een stabiele verhouding in stand te houden.

O ja, ik weet dat hij op veel mensen met zijn stoere voorkomen een onuitwisbare indruk heeft achtergelaten. Hard van buiten, zacht van binnen. Met zijn fris-blozende teint wist hij zich bij velen in no-time enorm populair te maken. Een allemansvriend, een pleaser, dat was hij.  Nu ik geen enkele verbintenis meer met hem voel, is hij vogelvrij. Hij is van jullie! Geniet van hem, zoveel je wilt! Het kleine beetje liefde dat ik voor hem voelde, is voorgoed verdwenen.

Ons laatste rendez-vous werd gekenmerkt door zwijgzaamheid en lange tanden. Mijn lippen beroerde hem voorzichtig, hoewel er direct al iets van afstandelijkheid in de lucht leek te hangen. Hij had zó vreselijk zijn best gedaan voor me. Hij geurde verrukkelijk en had een pittig gebronsd uiterlijk, alsof hij net drie maanden aan de mediteranée had doorgebracht. Maar nee, toen ik voor de zoveelste keer een hapje uit hem nam, overviel me opnieuw die weeïge, structuurloze beleving. Zijn babyvoer-binnenste deed me walgen. Kordaat pakte ik hem op en kieperde hem met zijn hele familie erbij buiten. Hij komt er nooit, nóóit meer in. Nog honderden foto’s mogen voorbij trekken, waarop hij zich trots presenteert als een lekker hapje, ik zal nooit meer onder de indruk raken.

Verbroken relatie

Jullie snappen natuurlijk allang dat ik het over mijn ex-vriendje pompoen heb. Het is voorgoed gedaan met hem. Zijn laatste optreden was geïnspireerd op een foto + recept van Caroline. Om verliefd op te worden, zo begerenswaardig zag hij eruit! Alles zat erop en eraan, daar lag het allemaal niet aan. Het ligt aan mij. Ik wil crunch, bite, knapperigheid! Als ik dat element mis, gaan mijn gedachten als vanzelf richting Olvarite en ga ik me ook direct als een dwarse, tegendraadse peuter gedragen. IK WIL NIET MEER. Te lang heb ik me, als volwassen eter, beleefd tegenover hem opgesteld. Omdat ik niet wil discrimineren, omdat ik ruimhartig wil zijn, niet van dat benepene. Maar vanaf vandaag is dat dus over. Ik eet niets meer tegen mijn zin. Te beginnen bij pompoen.

Geroosterde pompoenstukjes met peper en saus

Mislukte mandarijn

Mislukte mandarijn

Afgelopen donderdag voelde ik me precies een Heilsoldaat, sjokkend van locatie naar locatie, met in mijn hoofd een strak omlijnde opdracht. Alleen had ik de gristelijke boodschap ingeruild voor een missie van meer culinaire aard. Geweldig, hoe ik toch altijd weer op dat triviale eten terecht kom, zonder enig besef van religieuze diepgang. Enfin.

Yuzusap, was mijn strijdkreet. Door de jarenlange speurtocht naar alles wat eetbaar én onbekend is, wist ik inmiddels dat een yuzu een citrusvrucht was. Een soort van mislukte Japanse mandarijn, met een heul bijzondere smaak. Chefs zijn er gek op. Ik kan jullie geruststellen dat naast de aloude appel en peer, óók de mango en lychee hier te midden van de vette klei en winderige dijken inmiddels tot grootgrutterswaar zijn opgeklommen. Zodra het vruchtje echter exotischer namen gaat krijgen, kruipt elke zichzelf respecterende groenteboer angstvallig terug onder die ene, grote steen, waar zo’n heerlijk gezapige Zeeuwse atmosfeer heerst.

Sap dan maar. Ooit ergens uit de vrucht geperst. In een  flesje gedaan en per vliegtuig of boot verstuurd naar oorden waar men dit soort zaken ontbeert. Speciaal voor mij, die dus op zoek is. Monter verkondig ik mijn bezielende boodschap,  om te beginnen bij meneer Appie. Ter plekke word ik te woord gestaan door een hardhorende dame. Pas na mijn derde, goed ge-ar-ti-cu-leer-de en van fonetische spelling voorziene poging, begint ze er iets van te begrijpen. Waarna ze onmiddellijk haar foon tevoorschijn haalt en de bedrijfsleider maant haar bij te staan. Hoofdschuddend zie ik hem naderen. Ik weet genoeg.

Op naar de concullega dan maar. Die wijzen nog net niet naar hun voorhoofd, maar staan me ook niet echt fatsoenlijk te woord. Je bent zo goed als je laatste klantvriendelijke opmerking, mompel ik in mezelf, terwijl ik haastig het pand verlaat. Ah, de Turkse winkel! Altijd goed voor alles wat niet Nederlands klinkt. Helaas.

Ook mevrouw Fatma kent het spul niet, maar neemt wel de moeite om het op te zoeken en mij door te verwijzen naar de Aziatische soepermarket. Omdat de doerian daar heel vaak nabij de ingang ligt, weet ik nooit goed hoe ik mijn ademhaling moet reguleren. Bovendien is het er altijd tropisch warm. Zo warm dat ik steeds meer begin te vermoeden dat het de bedoeling is dat Aziatische producten voorgekookt horen te zijn. Gelukkig kan ik gewoon mijn adem in blijven houden, aangezien twee bloedstollend mooie meiden achter de kassa kortaf Nee beginnen te roepen, lang voordat ik mijn mond heb open gedaan. Je maakt wat mee onderweg.

Gedesillusioneerd kom ik thuis. Zonder yuzusap. Dat wordt geen zalm vanavond. Waar heb ik dan dat vermaledijde sap precies voor nodig, hoor ik? Dat zal ik jullie vertellen. Een bevriende chef had bedacht dat wanneer je zalm marineert in een mengsel van Japanse sojasaus, yuzusap en sesamolie, daarna kort roostert en dat vervolgens drapeert op een bedje van sobanoedels, met flink wat gehakte bosuitjes, sesamzaadjes en een brunoise van tomaat erdoor, er een heerlijk licht gerecht ontstaat. Nu ben ik er veel te lui voor om reeds bestaande wielen te gaan heruitvinden. Als iemand dat al voor me gedaan heeft, vind ik dat een luxe waar ik met veel genoegen gebruik van maak.

En nu roepen jullie natuurlijk massaal: gebruik limoensap. Of citroen. Of mix desnoods mandarijn- met citroensap. Er zijn veel citrusachtige variaties mogelijk. Dat is waar. Alleen weet ik dan nooit hóe het gesmaakt zou hebben met yuzusap. Zonder vergelijkend materiaal deugt geen enkele stelling, orakelt de wetenschap mij voor. Voorlopig blijf ik daar dan maar in geloven, want intussen heb ik voor mezelf vastgesteld dat ik volstrekt niet pas in de rol van Heilsoldaat. Zonder positief respons op mijn boodschap ontwikkel ik boosaardige trekken. Bovendien zou ik waarschijnlijk toch maar in dat ene, gezellige kroegje blijven hangen.

Zomer in Zeeland

Zomer in zeeland

Hoewel het lijkt dat iedereen altijd en overal zit te dromen van een zomer in Zeeland, ben ik er altijd een beetje huiverig voor. Altijd weer een beetje blij als het einde nabij is. Over een kleine 24 uur is Zeeland weer gewoon Zeeland. De provincie die ontstaan is uit zee dat land werd. Land van vette klei en zuurstofrijke, frisse lucht. Lappendeken van polders en kwelders. Met Nehalennia als beschermvrouwe aan het roer. Waar nog rust heerst. En bovenal veel ruimte is.

In de periode juni – augustus ontbreekt het nogal aan dat laatste. Busladingen vol toeristen bezetten dan mijn stukje strand, crossen levensgevaarlijk ( waar zijn anders die helmen voor?) over mijn fietspad en dringen zich vooraan in de rij bij de lokale bakker. Het is niet leuk.

Versta me niet verkeerd: iedereen heeft recht op zijn eigen vorm van recreatie en vanzelfsprekend mag zich dat óók in mijn provincie afspelen. Graag zelfs, zo blijft de bodem van de Zeeuwse economie in tact. Gasten dien je in de watten te leggen, dat hoort bij goed gastheerschap, maar alleen als diezelfde gast zich ook daadwerkelijk gedraagt als bezoeker: met inachtneming van alle standaard fatsoensregels die gelden op andermans grondgebied. En daar wringt zich de schoen een beetje.

Zomer in Zeeland

Want hoewel het gros van de toeristen goed gemutst, correct en vriendelijk is en zichtbaar geniet van al het moois dat Zeeland te bieden heeft, blijkt er iedere zomer weer een kleine groep vakantiegangers die met een zekere hardnekkigheid onaangepast gedrag vertoont. Het voordringen bij de kassa is zo’n houding die ik uitermate irritant vind, evenals het niet netjes terugzetten van het mandje in de stapel. Een hele dag niets te doen hebben en toch haast hebben. Hoe krijg je het voor elkaar.

Ook leuk: in een verregaande staat van dronkenschap luidkeels gaan debatteren over volstrekt onbenullige zaken, precies onder mijn slaapkamerraam om half vijf in de morgen, om daarna lege blikjes in mijn bloembak achter te laten en nog wat maaginhoud op de straathoek. Als dank voor het verpozen.

Of op kilometers afstand achter je opdringerig geklingel horen, ten teken dat er iemand aankomt met een snelheid die het viervoudige bedraagt van jouw eigen slakkengangetje. Opgepast! Maak baan voor de elektrische fiets met vakantiegangers aan het stuur! Te herkennen aan identieke, sportieve outfit of, in het ergste geval zonnekleppen. Petjes met een klep. Het zou verboden moeten worden. Te oordelen naar de snelheid is het de gemiddelde toerist allang niet meer te doen om van het natuurschoon te genieten, maar moeten er knooppunten gescoord worden. Hoe meer, hoe beter. Zodat er ’s avonds weer een route afgekruist kan worden en ze Jan en Mien bij thuiskomst deelgenoot kunnen maken van hun barre tochten. Competitiedrang eindigt nooit. Zelfs niet in een tijd waarop je mag doen waar je zin in hebt.

Vlissingen is vol

Op een prachtige dag als vandaag, zou ik heel graag naar Vlissingen willen. Lekker slenteren over de boulevard, uitkijken over de zee met de schepen die de haven binnenvaren, maar inmiddels weet ik dat, wanneer deze gedachte bij me boven komt drijven, meerdere mensen hetzelfde idee hebben. Dus ga ik niet. Wetend dat mijn favoriete plekje aan het strand toch allang in beslag genomen is en dat ik zeer waarschijnlijk ook niet de enige ben die naar huis wil, als de zon eenmaal ten onder is gegaan. Kijk, als import-Zeeuw weet ik inmiddels wat te doen op zomerse topdagen als vandaag. Lekker tuus bluuv’n. En geduldig wachten op morgen. Want morgen … dan is Zeeland weer helemaal voor mij.