Verkeersverwachting en mijn bange hart

Lieve mede-weggebruikers,

Staan jullie ’s morgens wel eens op met het gevoel alsof je in ernstige mate opgefrommeld hebt gezeten? Opgevouwen, teruggeslagen, uitgerold, zoiets? Ik wel. Specifieker gezegd: bijna elke dag. Dat heeft niets met jullie of met jullie verkeersgedrag te maken, maar veel meer met mijn lichamelijke gesteldheid. Nee, dat lijf van mij is niet echt als “in optima forma” te omschrijven, om maar eens een understament te gebruiken. “Verkeersverwachting en mijn bange hart” verder lezen

Een dag om lief te hebben

Dag om lief te hebben

Zondagmorgen 08.30 uur. Eigenlijk wil ik nog lekker lui blijven liggen in mijn coconnetje van zachte donzigheid, maar ik zie de zon door de gordijnen piepen en G. staat te rommelen in de badkamer. Ik peins over de dag die voor ons ligt. Buiten, onder de parasol, ontwikkelt zich een dag om lief te hebben. We dekken de tafel met kranten, tijdschriften, brood, koek, telefoons, espresso en thee. “Een dag om lief te hebben” verder lezen

Sound of Silence

Hello darkness, my old friend …… De eerste keer dat ik deze woorden hoorde zal inmiddels zo’n 50 jaar geleden zijn. Het zijn de beginwoorden van de song Sound of Silence. Mijn kennis van de Engelse taal moet nog zeer beperkt geweest zijn en toch kon ik de tekst moeiteloos meegalmen. Het lijkt erop alsof de woorden voor altijd verankerd zijn in mijn brein, want ook nu poppen ze vanzelf op uit mijn hoofd als ik de eerste maten van de melodie hoor. Het kan ook bijna niet anders, want het vinyl was destijds letterlijk grijs gedraaid, iets wat gepaard ging met de nodige tikjes en krakjes. Een verfoeid fenomeen toen; nu verheerlijken we dit soort oubollige zaken graag met de term nostalgie. “Sound of Silence” verder lezen

Korenbloemenblauw met uitjes



Het belooft een prachtige dag te worden. Veel zon met een verkoelend briesje. Dergelijke dagen moet je niet alleen inlijsten, maar ook vooral iets mee doen. Ik besluit me vandaag weer eens onder te dompelen in de mij omringende Zeeuwse vergezichten. Hop, even het loeihete gemotoriseerde blik in en dan snel eruit.

Het startpunt is Yerseke. Stiekem ben ik best wel een beetje verliefd op dit heerlijke dorp, waar alles draait om de beroemde zilte zaligheden. Oesters, mosselen, kreeft, het spartelt er allemaal vrolijk rond in de aangrenzende Oosterschelde, welke ooit tot Nationaal Park is gebombardeerd. En terecht, dit water is bijna altijd staalblauw van kleur, lekker zout en helder tot op de bodem.

Nu ik hier toch ben, ga ik eerst maar eens een harinkje eten. Bij mijn vaste vishandel Van As natuurlijk. Daar worden de visjes nog à la minute schoongemaakt – zo vanzelfsprekend, zou je zeggen – maar waar veel haringverkopers steken laten vallen. Nee, geen uitjes. De jongedame verstaat me niet, zodat ze alsnog op mijn bordje zitten. Geen nood, ze zijn snel opzij geschoven. Die eerste nieuwe haring geeft toch altijd een speciaal gevoel van bevrediging. Alsof hierna de zondvloed mag los barsten. Of zoiets. 

Met bolle buikjes zoeven G. en ik na deze culinaire start fluitend door het Zeeuwse landschap. We passeren loom ogende koeien en dik ingepakte schapen achter prikkeldraad. Verbaasd staan we stil bij kleurrijke velden vol kamille, klaprozen en korenbloemen. Mooier blauw dan korenbloemenblauw bestaat er niet. Hoewel … dat van borage (komkommerkruid) is misschien nog wel dieperblauw. Enthousiast wijs ik G. op de gestreepte, zachtroze haagwinde. Piespotjes zou mam zeggen. Het lijkt alsof de natuur vandaag haar mooiste kleedje heeft aangetrokken. Sereen en stil showt ze haar bevalligheden.

Net op dat moment bereikt een luid en hinderlijk aantal decibels mijn gehoorgang. Hoe is het mogelijk? Een motorcrossspektakel. (Drie maal sss, zagen jullie dat?). Rust en ruimte maken plaats voor een hels kabaal. Vrrrrroem, brrrroem. Natuurlijk gun ik motorsportliefhebbers om af en toe te kunnen racen, maar is dat alsjeblieft ook mogelijk met hybride motoren? En dan niet per definitie naast rustige natuurgebieden?

We peddelen verder, het geluid neemt af. Oef, de zonkracht is hoog vandaag. Mijn rechterbovenarm begint te prikken. Niet ingesmeerd natuurlijk? Nee. De tube zonnebrand ligt ergens, alleen weet ik nooit waar. Gelukkig maken we een draai en teistert de genadeloze zon daarna mijn nek. Voor een perfect resultaat hoort roosteren om en om te gebeuren 😃

Na drie uurtjes buitenlucht is het goed toeven in ons koele huisje. En ondanks de overvloed aan licht, lucht, kleuren en warmte, hebben we opnieuw trek. In een triest krantenartikel las ik dat er kennelijk mensen zijn die van de gedachte uitgaan dat men zich kan voeden met bovenstaande elementen. Mooie, spirituele argumenten misschien, maar ik houd me vooralsnog liever vast aan de realiteit. Als de maag rammelt, is het voedsel nabij. Er staat nog een restje vlees in de koelkast. G. snijd dikke plakken zuurdesembrood. Ik bak aubergineblokjes, bestrooi ze met zoete, gehalveerde cherrytomaatjes en gescheurde basilicumblaadjes. Citroenige olijfolie en versgemalen peper erover. Aardbeitjes marineren in Dolfi aardbeienlikeur. Restje zelfgemaakt ijs als dessert erbij. Een flesje sauvignon blanc erbij om het vochtpeil te stabiliseren en kijk aan: mijn prins en ik hebben het wederom goed. Hemelsblauwer als deze dag wordt het niet in dit ondermaanse leven!

Broodje bal op eigen wijze

Broodje bal



Er zijn van die dagen dat een mens niet te moeilijk moet doen over zijn/haar maaltijd. Om nu meteen naar de cafetaria te rennen, gaat mij ook weer iets te ver, maar de overvloed aan zonlicht dat ons afgelopen dagen werd toebedeeld, dient wel optimaal te worden benut natuurlijk. Geen gerommel in de keuken is dan het motto. Vitamientjes D opslaan voor al die dagen dat de koperen ploert ons weer eens met een boosaardige grijns in de steek laat.

Zover ben ik inmiddels wel in mijn eigenhandig samengestelde Leefwijzerhandleiding: geniet van het moment, denk niet aan gisteren, niet aan morgen en bekommer je even niet om al die dingen die op dat moment zo nodig moeten. Het komt wel goed, heus. Is het vandaag niet, dan is het morgen wel. En dit riedeltje kun je ook morgen weer heel gedecideerd herhalen tegen jezelf.

Het zijn. Hier en nu. Daar gaat het in essentie om in het leven. Of zoals de door mij zeer gewaardeerde poëet Herman de Coninck ooit schreef in een vers:

Je moet niet alleen, om de plek te bereiken,
thuis opstappen, maar ook uit manieren van kijken.
Er is niets te zien, en dat moet je zien
om alles bij het zeer oude te laten.

Er is hier. Er is tijd
om overmorgen iets te hebben achtergelaten.
Daar moet je vandaag voor zorgen.
Voor sterfelijkheid.

Ik kan dit soort teksten blijven lezen. Zoveel waarheid in een paar zinnen. Wat een geweldige poëet is die Herman de Coninck. Gisteren was het 20 jaar geleden dat hij overleed. Temidden van een aantal collega’s zakte hij op straat in Lissabon in elkaar. Op weg naar een congres. Zijn “hier” hield op te bestaan. Evenals zijn schitterende verzen.

Op een dag als vandaag roept mijn G. reeds in de vroege morgen dat hij zich over het eten zal ontfermen. Het maken ervan, beter gezegd. Zo’n gezegde moet je niet teveel aan willen sleutelen. Gewoon laten doen, is mijn ervaring, meestal komt het dik in orde. Ook niet stiekem vanuit je ooghoeken meekijken. De mannelijke versie van de mens is daar heul erg allergisch voor.

Enfin, na een volle dag in zonlicht gebaad te hebben, nip ik rond een uur of vijf loom van mijn roseetje, terwijl G. de keuken induikt. Natuurlijk had ik al één en ander waargenomen. Livar gehakt in de koelkast. Gemengde sla. Avocado’s. En nu prikkelt de geur van gebakken spek en versgesneden basilicum mijn neusgaten. Lekker! Geen idee wat het het moet worden, maar ik krijg à la minute ontzettende trek.

Uiteindelijk blijkt het een broodje bal op G’s eigen wijze te zijn geworden. Ik proef basilicum in het gehakt. Lekker! Eromheen allerlei verantwoorde zaken, zoals sla, komkommer, tomaat en avocado. Nee, zeker geen culinair hoogstandje. Een beetje knisper van het broodje, alles hoog op smaak door het zoutige van het spek, opgeleukt met een handvol gezondheid. Meer hoeft dat niet te zijn vandaag. Het is hier, dichtbij, in ons huis, en is dat niet het allerbelangrijkste?