Buurman

Als om half elf de deurbel gaat, staat buurman Peet voor de deur. In zijn linkerhand draagt hij een plastic tasje. Zijn ogen staan waterig, waarschijnlijk door de snerpende noordoostenwind. En toch zie ik door de tranenvloed heen zijn immer guitige oogopslag als hij vraagt: “is de baas niet tuus?” Hij staat dan al met één voet op mijn droogloopmat en gluurt naar binnen.

Ik maan hem verder te komen en terwijl hij neerploft op een eetkamerstoel, antwoord ik dat G. om sinaasappels is. Op de markt. Dat kan buurmans goedkeuring wegdragen, sinaasappels zijn gezond. Hij haalt er zelf ook elke week een stuk of twintig. Op de markt, want daar zijn de beste te vinden. Toch blijft hij er enigszins peinzend bij kijken, alsof hij niet goed raad weet met de situatie nu G. niet thuis is. Dan haalt hij een matgouden doosje met het logo van een lokale bonbonwinkel uit de plastic tas tevoorschijn, dat hij resoluut mijn kant op schuift. “Voor joe”, spreekt hij, om enkele seconden later een fles Medoc 2011 op tafel te zetten. “En dit is voor de baas”.

Als ik acuut tegenwerpingen begin te maken, wuift hij vastbesloten alle bezwaren weg. “Niks ervan, geen flauwekul. Voort wat, hoort wat. Ik bin veels te blieje dat G. me vorige week gebracht heeft. Want dat kan ik echt niet meer, hoor. Alleen naar het ziekenhuis”. Buurman schudt zijn hoofd.

Ik pak z’n hand die steenkoud aanvoelt en herinner hem eraan dat we toch ooit afgesproken hebben dat we hulp bieden aan buren een volstrekt normale zaak vinden. Dat we dat graag doen. En dat daar helemaal niets tegenover hoeft te staan.

Ondertussen ritst buurman zijn parka open. Opgelaten zeg ik: “En dan met deze vreselijke kou, dan ga je toch niet de stad in? Dan moet je lekker warm binnen blijven”. Waarop buurman toont wat hij aan kleding draagt. “Kiek, hier zit nóg een jas onder, hoor! En een dikke trui. Een lange onderbroek met twee paar sokken. En handschoenen. Vroeger, toen was het koud als we op de boot zaten en het vroor twaalf graden. Als je dan thuis kwam en je kon je handen warmen, was je echt blieje. Bovendien kreeg ik opdracht van het tuusfront. Anders mocht ik niet meer binnenkomen, zei ze”. Buurman trekt een grijns van oor tot oor. Ik kan niet anders doen dan hem hoofdschuddend aankijken.

Gezondheid

“Gelukkig was het bij de dokter allemaal in orde, toch?” vraag ik.
“Alles goed. Gewoon doorgaan met alles.”
“En dat ene vaatje wat misschien nog verstopt zat, is daar nog iets over gezegd?”
“Ja, daar had hij het nog over en ik heb hem gezegd dat ik nu vier keer gedotterd ben en dat het genoeg geweest is. Flauwekul allemaal. Ik voel me goed. Het is wel prima met ze, ze kunnen zoveel zeggen. Allemaal om te verdienen. We kunnen nog steeds lekker eten, dat is veel belangrijker”, besluit buurman tevreden.

“Hoe is het eigenlijk met Corrie?”, informeer ik voorzichtig, denkend aan haar val van tien dagen geleden op de badkamervloer.
“O, dat gaat steeds beter. Ze gaat iedere dag een beetje meer vooruut. Vanmorgen is de kapper weer geweest, die komt elke vrijdag. En gisteren is ze om boodschapjes geweest. Niet de grote, hoor, want die doe ik elke week. Met m’n scooter. Maar dan haalt ze een plantje. Of iets lekkers voor bie de koffie, dat soort dingen. Ik bemoei me er nooit mee. Dat zijn vrouwenzaken en dat zoekt ze maar mooi uit.”

Moeizaam komt buurman uit zijn stoel omhoog. En dan opeens versnelt zijn pas en loopt hij richting voordeur.
“Nou, de groeten. We zien mekaar weer wel een keer”.

Zesennegentig. Daar gaat hij. De ex-mosselvisser uit Yerseke. Terug naar zijn vrouwtje, met wie hij dit jaar tweeënzeventig jaar is getrouwd. Een standvastige geest in een wankelbaar lichaam. Ik kijk hem na tot hij zijn eigen voordeur bereikt heeft. Daar aangekomen zwaaien we nog even naar elkaar, ten teken dat hij zijn bestemming goed heeft weten te bereiken.

Ik voel een glimlach rond mijn mond spelen. Het zijn vluchtige ontmoetingen, maar ze maken mijn dag. Dan voel ik me zo vreselijk nietig worden en schuift alles wat eerst zo belangrijk leek, naar de achtergrond. Want wat kan ik, als jonkie, nog veel leren van die twee. IJzeren discipline. Wilskracht. Zorgzaamheid en trouw. Goed voor jezelf blijven zorgen. Maar bovenal het blind durven vertrouwen op je eigen gevoel en intuïtie: het gaat zoals het gaat. Levenswijsheid voor op een tegeltje.

print

7 gedachten over “Buurman”

    1. Buurman Peet is een prachtvent! Uit hardhout gesneden. En o zo helder van geest nog. Ik ben blij zijn buurvrouw te mogen zijn.

    1. Nou, ik ben nog lang geen 96, Ingrid. En toch, als ik buurman Peet door de winkel zie racen,, kan ik soms minder energiek voelen dan hij. Dus de échte kanjer blijft hij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Login with Facebook

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.