Boeuf Bourguignon

Het voorgerecht tijdens mijn stressvrije etentje van afgelopen weekend bestond uit een – o, wat een gemak – anti-pastischotel. Daarop huisgemaakte guacamole, goede kwaliteit chorizo, parmaham, in de oven gedroogde trostomaatjes, in rozemarijn en citroenolie gemarineerde buffelmozzarella, kalamata olijven en baba ganoush.

Voor het hoofdgerecht heb ik de dag ervoor alle tijd genomen. Speciaal voor dit gerecht komt hiervoor mijn alleroudste kookboek uit de kast, t.w. De regionale keuken van Frankrijk, een boek van authentieke Franse recepten. Er zit zo’n rood-satijnen lintje in dit schitterende boek en dat bevind zich standaard bij deze veelvuldig gemaakte Boeuf Bourguignon.

Het lijkt een ingewikkeld recept, maar als je de tijd ervoor om het goed door te lezen, valt het alles mee. Jammer dat het me helaas niet helemaal duidelijk is waarom er een jonge bourgogne in wordt geadviseerd. Ik kies er altijd een oudere bourgogne of een Côtes du Rhône voor, omdat het de smaak verdiept.

Er zijn maar weinig gerechten zo bekend en tegelijk vaak zo slecht gemaakt als boeuf bourguignon. Er is rundvlees van een ouder beest voor nodig (Bourgondiërs prefereren Charolais), met veel bindweefsel dat gedurende de bereiding oplost en zorgt voor een volle saus.

Aan te bevelen zijn doorregen runderlappen of sukadelappen. Een pittige rode wijn, zoals beaujolais of een jonge bourgogne geeft het gerecht pit. Boeuf bourguignon moet beslist langzaam bereid worden, altijd op een laag pitje, zo nodig 3 à 4 uur. Het vlees moet gaar zijn, maar niet uit elkaar vallen. Vroeger werd het vlees vaak aan één stuk bereid en niet, zoals nu, in stukken gesneden.

Vaak worden de croûtes weggelaten (doe ik ook) en wordt het vlees opgediend met gekookte aardappelen (bij mij een aardappelgratin). De smaken van dit gerecht komen nog meer tot hun recht als het ten minste een dag van tevoren (leve het stressvrije leven) wordt gemaakt.

Boeuf Bourguignon

Ingrediënten: (voor 4 personen)
750 – 1 kg rundvlees, in grote dobbelstenen (ik gebruikte riblappen)
0,6 dl olie
1,25 dl rode wijn, bij voorkeur bourgogne
25 gr bloem
2,5 dl bouillon
zout en peper
mespuntje suiker (niet noodzakelijk)
4 croûtes, gebakken in een olie-botermengsel (ook niet noodzakelijk)
1 eetl gehakte peterselie

voor de marinade:
7,5 dl rode wijn, bij voorkeur bourgogne
1 ui, in ringen gesneden
1. wortel, in schijfjes gesneden
bouquet garno
1 teentje knoflook, fijngehakte
6 zwarte peperkorrels
2 kruidnagels
mespuntje zout
2 eet olie

voor het garnituur:
250 gr ontbijtspek, in reepjes gesneden
16 à 20 kleine uitjes (ik gebruikte sjalotjes)
250 gr champignons

Bereidingswijze:
Het is niet noodzakelijk het vlees te marineren, maar toch hebt u de ingrediënten voor de marinade nodig.
Doe het vlees, als u het wel wilt marineren, in een schaal (niet van aluminium), giet de wijn erover en voeg de marinade-ingrediënten toe, waarbij u de olie als laatste over het vlees giet.

Laat het geheel een dag op kamertemperatuur staan, waarbij u het 3 of 4 keer omroert en zet het 2 dagen in de koelkast.

Laat het vlees uitlekken en bewaar de marinade; bewaar de ui en wortel apart.
Maak  de stukken vlees zorgvuldig droog met keukenpapier.

Blancheer het ontbijtspek als het erg zout is.
Verhit in een koekenpan met dikke bodem de helft van de olie en laat de stukken vlees aan alle kanten bruin worden.

Leg ze terzijde en doe hetzelfde met het garnituur: doe de spekjes in de koekenpan en bak ze op een tamelijk hoog vuur bruin, maar niet knapperig.
Neem het ontbijtspek eruit, doe de uitjes erin en laat deze ook bruin worden.
Haal dan de uitjes uit de pan, doe de champignons erin en bak lichtbruin.
Leg de ingrediënten voor het garnituur terzijde.
Giet het overtollige vet uit de pan en voeg de wijn toe.
Breng deze aan de kook en roer de aanbaksels in de pan los zodat ze in de wijn oplossen.

Verhit de rest van de olie in een braadpan met dikke bodem, doe de apart gelegde ui en wortel uit de marinade erin en bak ze onder af en toe roeren langzaam gaar maar niet bruin.

Voeg de bloem toe en bak dit mengsel al roerend mooi bruin, maar pas op dat het niet verbrandt!
Roer de rest van de marinade-ingrediënten, de wijn uit de koekenpan, de bouillon en peper en zout erdoor.
Doe het vlees terug in de pan en breng alles aan de kook.
Leg een goed sluitend deksel op de pan en laat het geheel op het fornuis of in een matig-hete oven (150°) 3 à 4 uur zachtjes sudderen. Roer af en toe.

Leg het vlees, als het gaar is, in een andere braadpan, zeef de saus en giet hem over het vlees.
Roer het garnituur van ontbijtspek, ui en champignons erdoor en laat alles nog zachtjes 15 minuten sudderen, totdat de uitjes gaar zijn en de smaken zich goed vermengd hebben.
Proef de saus en breng hem op smaak; voeg eventueel een mespuntje suiker toe, als tegenwicht voor het zuur van de wijn.
Serveer het gerecht in een ondiepe schaal met eventueel de croûtes langs de  rand.
Bestrooi het vlees met de gehakte peterselie.

Bron: De Regionale keuken van Frankrijk – Anne Willan

Boeuf bourguignon

print

9 Replies to “Boeuf Bourguignon”

  1. Meisje, ik smelt voor stoofgerechten. En dit is ook een zeer lekkere.
    Ik doe nog wel het vlees in 1 (of 2) stuk, en het makkelijk ‘scheuren’ of loskomen van het vlees is voor mij de indicatie dat ik genoeg uren de neus heb verwend en dat nu de maag aan de beurt is …

  2. Dat heb je handig bekeken met die Boeuf Bourguignon, helemaal van tevoren te bereiden.En de volgende dag nog lekkerder! Maar nu ben ik ook wel nieuwsgierig wat je als nagerecht had?

  3. Mmm, lekker, en slim gezien om zo’n gerecht te kiezen! Hopelijk heb je van je etentje genoten!
    (en je gasten ook, maar daar twijfel ik niet aan)…

    Ik ben ook wel benieuwd naar het dessert eigenlijk :-)?

    Groetjes
    Marian

  4. O ja, het nagerecht. Ook supersimpel, maar heel lekker én gezond: een verse fruitsalade van mineola, peer, appel, bosbessen, mango en (te dure) aardbeien.
    En Caroline, je parfait ga ik zeker zelf nog een keer maken!

  5. Tegenwoordig wordt er veel te vaak mager vlees gebruikt, juist het vet erin maakt alles zo lekker en zacht, en de vetrandjes hoef je niet op te eten toch? Die bak ik vaak later weer uit of ze gaan naar de honden, mar ik eet ook graag vet vooral kaantjes.

  6. @Lot, ik ben het helemaal met je eens. Vandaar dat ik zo blij was met mijn slagertje met liefde voor zijn vak. Die wist nog dat vet de smaak gaf aan het vlees. Maar de mensen willen het niet meer. Het moet mager, magerder, magerst. ;-(

  7. Dit recept ga ik namaken! En dan doe ik het in mijn slowcooker. Heb er nu al zin in. Ga toch op zoek naar vlees van oud rund. Even navragen bij mijn Marokkaanse slager.
    🙂

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Login with Facebook

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.