Allereerste rokjesdag van 2018

Ieder jaar kijken we er met z’n allen naar uit: de allereerste rokjesdag. Eergisteren was het dan eindelijk zover. Met 20 graden op de thermometer, een fel schijnende zon aan een wolkenloze hemel, was het dé ultieme blote-benen-dag.

Zwierende rokjes rond veel te witte benen. Stoere, behaarde mannenstaken in open sandalen, korte mouwtjes met daaronder bleke heuveltjes van kippenvel, ik zag het allemaal weer voorbij trekken. Alles werd uit de kast getrokken om deze dag zo uitbundig mogelijk te vieren. Zoals elk jaar. G. en ik zijn echter van het voorzichtige soort en houden ons meer vast aan gezegdes als één zwaluw maakt nog geen zomer. 

In trui en lange broek begeven we ons richting buitenverblijf, om aldaar de eerste voorbereidende handelingen te verrichten voor een relaxed zomerseizoen. Poeh, poeh, reeds na 5 kilometer gaan de mouwen omhoog. Toch wel warmpjes in zo’n blikken vehikel. Gelukkig is het slechts 25 minuten rijden en arriveren we nog net voordat het zweet van ons voorhoofd druipt.

Allereerste rokjesdag

Op het door ons zo geliefde plekje is het zo mogelijk nog warmer, zo zonder parasol. Die staat veilig opgeborgen in de schuur, gebarricadeerd door stoelen, een tafel, een fiets en een overdaad aan stenen beelden en bloempotten. Niet aan te beginnen om die nu, voor dat ene uurtje, tevoorschijn te halen. Dat komt later wel.

Terwijl G. water door de leidingen laat stromen, het bonte wilgje snoeit (en ik, eveneens als elk jaar, begin te kwaken dat hij moet stoppen, omdat ik anders geen boompje overhoudt) zie ik opeens dat de rhododendron hoogzwanger is. Haar knoppen staan op springen. Ik vind het fascinerend om te zien hoe de natuur zich elk jaar weer weet te herpakken. Vanuit dor lijkend hout ontspringt een fontein aan frisgroene blaadjes. Dunne, wiebelige grassprietjes beginnen een vrolijk rondedansje met elkaar tot ze een stevig donsdekentje vormen.  Elk levend organisme ontwaakt uit zijn diepe winterslaap en niet in het laatst wij, wij mensenkinderen.

Lentekriebels. Het is een heel bijzonder, bijna niet te omschrijven gevoel. Onmiddellijk bij het contact van de eerste warme zonnestralen op mijn huid, begint het in mijn hoofd te zoemen, als een dartele bij op zoek naar nectar. Energie spat in het rond. Ik wil zoveel tegelijk ondernemen, dat het bijna voelt als een wedloop. Een verlangen naar meer, naar beter ook vooral. Alsof de toekomst alleen een open einde kent. Geen zorgen, geen verplichtingen. Alleen ik, het ontluikende groen, het oneindige hemelsblauw en de roze bril die voorjaar heet.

print

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Login with Facebook

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.